Schoenherstellers · btw-forfait 2017 · Forfaitaire regelingen

Naar de tekst
Juriel

F13 2017 1 januari 2017

Zoeken

Schoenherstellers · btw-forfait 2017

https://juriel.be/nl/forfaitaire-regelingen/f13-2017-schoenherstellers-eca4

Forfait
F13
Jaar
2017
Datum
1 januari 2017

Over het document

Verzameling
Forfaitaire regelingen
Sector
Schoenherstellers (F13)
Jaar van de regeling
2017
Bron
Pdf van de FOD Financiën, 9 pagina's
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

59 paragrafen

Federale Overheidsdienst FINANCIEN _ _ _ Algemene administratie van de FISCALITEIT _ _ _ BTW _ _ _ F 2017/13

FORFAITAIRE REGELING INZAKE BTW VOOR SCHOENHERSTELLERS

BIJZONDERE BEPALINGEN

JAAR 2017

1. Voorafgaande opmerking.

De forfaitaire regeling inzake btw voor de schoenherstellers omvat:

- de wettelijke en reglementaire bepalingen van de belasting over de toegevoegde waarde en inzonderheid het koninklijk besluit nr. 2, van 7 november 1969, met betrekking tot het vaststellen van forfaitaire grondslagen van aanslag voor de btw

- de "Algemene bepalingen/73" waarin de algemene toepassingsmodaliteiten zijn opgenomen die gemeenschappelijk zijn voor verscheidene bedrijfssectoren

- de "Bijzondere bepalingen" die het voorwerp uitmaken van de onderhavige handleiding en die eigen zijn aan de sector van de schoenherstellers.

2. Koopwarengroepen met coëfficiënten.

De door schoenherstellers verkochte en/of verwerkte koopwaren waarvan de omzet forfaitair wordt vastgesteld zijn onderverdeeld in de navermelde groepen. De coëfficiënten welke naast die groepen voorkomen moeten worden overgedragen naar kolom 4 van het berekeningsblad op de lijn van de overeenstemmende groep (z. model in bijlage II). In het boek voor inkomende facturen worden evenveel kolommen geopend als er koopwarengroepen zijn (z. model in bijlage I).

Coëfficiënten

I. Diensten:

Koopwarengroep 11 (tarief 6 %)

Herstellen van schoeisel: (daaronder niet begrepen orthopedisch schoeisel).

Het belastbaar bedrag voor het herstellen van schoeisel wordt forfaitair bepaald door de inkoopprijs van de aangekochte grondstoffen en benodigdheden te vermenigvuldigen met de hiernaast vermelde coëfficiënt: 7,05

De inkoopprijs is de grondslag waarop de btw werd of moest worden geheven bij de inkoop, de intracommunautaire verwerving of de invoer van de grondstoffen en benodigdheden.

Onder "grondstoffen en benodigdheden" moet worden verstaan: alle producten die in de herstelde voorwerpen worden verwerkt zoals leder, nylon, rubber, spijkers, lijm, garen, verf. Daaronder wordt niet verstaan: de producten die er niet in worden verwerkt, zoals schuurpapier, naalden, schoensmeer, smeerolie, oplosmiddelen.

Koopwarengroep 31 (tarief 21 %)

Verven van schoeisel: (daaronder niet begrepen orthopedisch schoeisel).

Het belastbaar bedrag voor het verven van schoeisel wordt forfaitair bepaald door de inkoopprijs van de aangekochte grondstoffen en benodigdheden te vermenigvuldigen met de hiernaast vermelde coëfficiënt: 7,05

De inkoopprijs is de grondslag waarop de btw werd of moest worden geheven bij de inkoop, de intracommunautaire verwerving of de invoer van de grondstoffen en benodigdheden.

II. Leveringen van goederen:

Koopwarengroep 34 (tarief 21 %)

Dameskousen en herensokken 1,55

Coëfficiënten
Koopwarengroep 35 (tarief 21 %) Veters, schoensmeer, verf, inlegzolen, borstels en gelijk-aardige artikelen; onderhoudsproducten zoals organische tensio-actieve producten, poetsmiddelen voor metalen, voor spiegels en ruiten, producten voor glanzend leder en om schoeisel te verwijden, schuurpasta's en schuurpoeders, enz.:1,50
Koopwarengroep 36 (tarief 21 %) Reisartikelen, marokijnwerk en foedraalwerk (zoals aktentassen, schooltassen, reistassen, riemen, reiskoffers, etuis); kleding en handschoenen.1,62

N.B. De groep 36 omvat niet de voorwerpen voor binnenhuis- of tuinversiering, waarvoor geen forfaitaire grondslagen werden vastgesteld.

3. Toepassingsmodaliteiten.

a) Bij het bepalen van de onder nr. 2 voorkomende coëfficiënten werd rekening gehouden met opruimingsprijzen en met verliezen te wijten aan ontbrekende, beschadigde of onverkochte goederen, zodat daarvoor geen enkele vermindering wordt aanvaard.

b) De hiervoor vastgestelde forfaitaire coëfficiënten dekken de onttrekkingen van goederen door een belastingplichtige voor zijn privé-behoeften, die aan de btw onderworpen zijn (art. 12, § 1, 1° en 2°, van het Wetboek).

4. Uitsluiting van de forfaitaire regeling.

Van de forfaitaire regeling zijn uitgesloten:

- de exploitanten van werkplaatsen die slechts dadelijk uit te voeren herstellingen aannemen

- de schoenherstellers die met meer dan één arbeider werken (leerjongens worden niet in aanmerking genomen)

- de geïndustrialiseerde schoenherstellers, d.w.z. degene die, benevens machines met handbediening, over omvangrijker materieel beschikken dan een gecombineerde afwerkmachine, een snijpers, een automatische verzolingsmachine, een elektrische lijmpers en een vulcanisatiepers voor ingespoten zolen

- de schoenmakers die een schoenwinkel exploiteren (zij moeten de forfaitaire regeling voor de kleinhandelaars in schoeisel volgen).

5. Kortingen aan de klanten.

Benevens de gevallen voorzien onder nr. 7 van de "Algemene bepalingen/73" mogen ook van de forfaitair bepaalde omzet worden afgetrokken de kortingen in baar geld aan particulieren toegestaan, op voorwaarde dat het bedrag bewezen wordt door een boek waarin de belastingplichtige in afzonderlijke kolommen naast de handtekening van de kopers, de datum van de verkoop, de naam en het adres van de koper, de reden van vermindering (eventueel het nummer van de verminderingskaart), de normale kleinhandelsprijs en het bedrag van de korting worden vermeld.

Alle voldoende bewezen kortingen toegekend op zicht van koperskaarten of getrouwheidskaarten worden voor de toepassing van onderhavige forfaitaire regeling, met "kortingen in baar geld" gelijkgesteld. De koperskaarten of getrouwheidskaarten moeten naast de handtekening van de koper, de naam en het adres van de koper, de verschillende verkopen met betaalde verkoopprijs, de datum waarop de "korting" (onder de vorm van gratis levering, korting op volgende aankoop, enz. . .) wordt toegestaan of uitgereikt en het bedrag of de tegenwaarde van de "korting" vermelden.

Op het einde van ieder kwartaal worden de laatste twee kolommen van het boek waarin de kortingen in baar geld opgetekend zijn, samengeteld. Bij het totaal van de normale kleinhandelsprijzen wordt het totaal van de verkoopprijzen, opgetekend op de gedurende het kwartaal ontvangen kopers- of getrouwheidskaarten, gevoegd; terwijl het totaal der kortingen verhoogd wordt met de volgens de koperskaarten toegestane kortingen of gratis afgiften van goederen. Het aldus bekomen totaal bedrag van de kortingen dat 5 % van het totale bedrag van de verkoopprijzen waarop ze betrekking hebben, overtreft, komt niet in aanmerking voor aftrek.

6. Administratieve verplichtingen.

De schoenherstellers die aan de forfaitaire regeling onderworpen zijn, moeten houden:

1° een boek voor inkomende facturen waarvan het model door de administratie wordt bepaald. Dit boek moet oprecht en volledig al de gedane aankopen vermelden, ongeacht of die aankopen in de groot- of kleinhandel werden verricht

2° eventueel een boek voor uitgaande facturen waarin de handelingen moeten worden ingeschreven waarvoor een factuur wordt uitgereikt

3° eventueel een dagboek van ontvangsten voor de inschrijving van de ontvangsten voortkomende van de leveringen van goederen en het verstrekken van diensten aan particulieren waarvoor geen forfaitaire grondslagen van aanslag werden vastgesteld

4° eventueel, een gedetailleerde opgave van de bijkomende winst voortvloeiend uit biezondere inkoopvoorwaarden.

Indien tijdens een controle bij de belastingplichtige, tekortkomingen aan deze boekhoudkundige verplichtingen worden vastgesteld, is de administratie niet meer gebonden door onderhavige regeling bij het bepalen van de omzet.

Hetzelfde geldt indien zou blijken dat de werkelijke ontvangsten gerealiseerd door de belastingplichtige gevoelig zouden afwijken van de forfaitair berekende ontvangsten.

Wanneer de belastingplichtige in het kader van zijn economische activiteit, om welke reden ook, gebruik maakt van een kasregister, dient hij de dubbels van de kasbons en/of de controlebanden te bewaren en deze stukken op ieder verzoek van de ambtenaren van de administratie die de belasting over de toegevoegde waarde onder haar bevoegdheid heeft, zonder verplaatsing, ter inzage voor te leggen.

TOELICHTING VOOR HET INVULLEN VAN HET BEREKENINGSBLAD

(1) Het berekeningsblad, waarvan model in bijlage, mag slechts worden gebruikt door belastingplichtigen onderworpen aan de forfaitaire regeling voor: kleinhandelaars in voedings-middelen, kleinhandelaars in zuivelproducten en melkventers, drogisten, kleinhandelaars in wild en gevogelte, kleinhandelaars in schoeisel, schoenherstellers, kleinhandelaars in vis, visventers, kleinhandelaars in diverse textiel- en lederwaren, kleinhandelaars in ijzerwaren en gereedschappen, kleinhandelaars in kranten en tijdschriften, kleinhandelaars in boeken en kleinhandelaars in tabaksprodukten.

Enkel de kleinhandelaars in levensmiddelen, de kleinhandelaars in kranten en tijdschriften, de kleinhandelaars in boeken en de kleinhandelaars in tabaksprodukten die leveringen verrichten van tabaksfabrikaten en/of leveringen verrichten van dagbladen en weekbladen bedoeld in de aanschrijving nr. 21 van 1993, zijn gehouden het omzetcijfer met betrekking tot deze verkopen forfaitair te bepalen door gebruik te maken van de daarvoor bestemde kolommen van het berekeningsblad en dit bedrag over te dragen naar het rooster 00 van hun aangifte. De aan andere forfaitaire regelingen onderworpen belastingplichtigen die zulke handelingen verrichten moeten deze verkopen aangeven in het rooster 00 van hun aangifte volgens de werkelijke ontvangsten die ze realiseren bij de verkoop van deze goederen.

Dit berekeningsblad mag niet worden gebruikt door: slagers-spekslagers; bakkers, brood- en banketbakkers; caféhouders; herenkappers, dameskappers, heren- en dameskappers; apothekers, geneesheren met geneesmiddelendepot; consumptie-ijsbereiders; frituurexploitanten en foornijveraars.

(2) De belastingplichtigen die onderworpen zijn aan meer dan één forfait moeten per forfait een berekeningsblad invullen. Aan de gedrukte tekst van het berekeningsblad mag geen enkele wijziging worden aangebracht.

(3) De wijze waarop het berekeningsblad moet worden ingevuld, wordt door de "Algemene Bepalingen/73" toegelicht. Hierin wordt tevens nadere uitleg verstrekt over de begrippen: inkoopprijzen, coëfficiënten, bijzondere inkoopvoorwaarden en aftrekbare kortingen.

De coëfficiënten die in de kolom 4 moeten worden ingeschreven zijn vermeld in de "Bijzondere Bepalingen", naast de koopwarengroepen (11, 12, 21, 31, enz.) waarop ze betrekking hebben. In een bijlage tot de "Bijzondere Bepalingen" wordt trouwens aangetoond hoe die coëfficiënten op het berekeningsblad moeten worden ingeschreven.

(4) Naam, adres en btw-identificatienummer moeten op het berekeningsblad worden ingevuld. Een aanvullende voorraad van deze berekeningsbladen kan worden bekomen op het controlekantoor waaronder U ressorteert.

Tekst gelezen in de pdf van de FOD Financiën en opnieuw opgemaakt ; berekeningsblad en in te vullen modellen in de pdf · Pdf van de FOD Financiën

Aangehaalde teksten

1
WBTW art. 121 voorkomen

Opeenvolgende regelingen

21 versies eerste in 2006
JaarDocumentdatumBron
2026van kracht9 december 2025PDF, 9 pagina's
202523 december 2024PDF, 9 pagina's
20241 januari 2024PDF, 9 pagina's
20231 januari 2023PDF, 9 pagina's
20221 januari 2022PDF, 9 pagina's
20211 januari 2021PDF, 9 pagina's
20201 januari 2020PDF, 9 pagina's
20191 januari 2019PDF, 9 pagina's
20181 januari 2018PDF, 9 pagina's
2017getoond1 januari 2017PDF, 9 pagina's
20161 januari 2016PDF, 9 pagina's
20151 januari 2015PDF, 9 pagina's
20141 januari 2014PDF, 9 pagina's
201317 januari 2013PDF, 9 pagina's
201211 januari 2012PDF, 9 pagina's
201114 januari 2011PDF, 9 pagina's
201019 februari 2010PDF, 9 pagina's
2009PDF, 9 pagina's
2008HTML
2007HTML
2006HTML