Btw-Commentaar. Vrijstellingen beoogd door artikel 44 van het Btw-Wetboek - Handelingen, bemiddeling daaronder begrepen, met betrekking tot roerende waardepapieren - art. 44, § 3, 10° (01.06.2021)
BOEKWERK II: Bepaling van de belastbare basis en het toepasselijke tarief
Hoofdstuk 9: Vrijstellingen beoogd door artikel 44 van het Btw-Wetboek
Afdeling 31 – Handelingen, bemiddeling daaronder begrepen, met betrekking tot roerende waardepapieren (artikel 44, § 3, 10°, van het Btw-Wetboek)
Bijwerking 01.06.2021 - Vorige versies: [01.07.2018] [01.06.2020]
Inhoud: · 4 onderdelen
1. Algemeen
Overeenkomstig artikel 44, § 3, 10°, van het Btw-Wetboek zijn van de belasting vrijgesteld ‘handelingen, bemiddeling daaronder begrepen, uitgezonderd bewaring en beheer, inzake aandelen, deelnemingen in vennootschappen of verenigingen, obligaties en andere waardepapieren, met uitsluiting van documenten die goederen vertegenwoordigen’.
Deze vrijstelling is de omzetting in Belgisch recht van de artikel 135, lid 1, punt f), van richtlijn 2006/112/EG, voornoemd.
De handelingen die door deze bepaling worden beoogd zijn handelingen die rechten en verplichtingen van de partijen inzake waardepapieren kunnen doen ontstaan, wijzigen of doen tenietgaan (zie onder meer Hof van Justitie van de Europese Unie, Arrest Commissioners of Customs and Excise tegen CSC Financial Services Ltd., zaak C-235/00, van 13.12.2001, punt 33 en Hof van Justitie van de Europese Unie, Arrest Skatteverket tegen AB SKF, zaak C-29/08, van 29.10.2009, punt 48).
De vrijstelling waarvan sprake beoogt aldus onder meer de verkoop, de aankoop, de ontlening en de verbruikslening (ook ‘bondlending’ of ‘stocklending’ genaamd) van elk roerend waardepapier dat geen goederen vertegenwoordigt.
De diensten van makelaars en tussenpersonen bij voornoemde handelingen zijn eveneens van de belasting vrijgesteld overeenkomstig deze bepaling.
De handelingen, bemiddeling daaronder begrepen, met betrekking tot het houden en het beheren van roerende waardepapieren en, meer algemeen, van waardepapieren die geen goederen vertegenwoordigen zijn daarentegen belast overeenkomstig de bepalingen van artikel 18 van het Btw-Wetboek (schriftelijke parlementaire vraag nr. 607 van de heer Volksvertegenwoordiger Franck Wilrycx van 02.10.2013).
2. Portefeuillebeheer
Het portefeuillebeheer kan worden gedefinieerd als het discretionair en geïndividualiseerd beheer van portefeuilles van spaarders (met inbegrip van één of meerdere financiële instrumenten gedefinieerd in artikel 2, § 1, 1°, van de wet van 02.08.2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten) in het kader van een door de cliënten gegeven opdracht. Dit beheer houdt in dat de portefeuillebeheerder over de macht beschikt om, op eigen initiatief, beschikkingsdaden te kunnen stellen met betrekking tot deze patrimoniumelementen (Artikel 4, lid 1, 9), van de richtlijn 2004/39/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21.04.2004 betreffende de markten voor financiële instrumenten, tot wijziging van de richtlijnen 85/611/EEG en 93/6/EEG van de Raad en van de richtlijn 2000/12/EG van het Europees Parlement en de raad en houdende intrekking van de richtlijn 93/22/EEG van de Raad en artikel 2, § 1, 8°, van de wet van 25.10.2016 betreffende de toegang tot het beleggingsdienstenbedrijf en betreffende het statuut van en het toezicht op de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies).
In zijn arrest van 19.07.2012 in de zaak C-44/11, Deutsche Bank AG, heeft het Hof van Justitie van de Europese Unie geoordeeld dat portefeuillebeheer een dienstverrichting uitmaakt die samengesteld is uit twee elementen, met name:
• de analyse van en het toezicht op het vermogen van de cliënt-belegger en
• de eigenlijke aankoop en verkoop van effecten (Hof van Justitie van de Europese Unie, Arrest Finanzamt Frankfurt am Main V-Höchst tegen Deutsche Bank AG, zaak C-44/11, van 19.07.2012).
Het Hof is in wezen tot het besluit gekomen dat deze beide elementen op gelijke voet met elkaar staan en één enkele dienstverrichting vormen die voor geen enkele btw-vrijstelling in aanmerking komt en dus onderworpen is aan de belasting tegen het normale btw-tarief (beslissing nr. E.T. 124.567 van 10.04.2015).
Deze zienswijze van het Hof bevestigt het administratieve standpunt opgenomen in de antwoorden op de schriftelijke parlementaire vraag nr. 61 van de heer Volksvertegenwoordiger Gerolf Annemans van 01.09.1995 en op mondelinge parlementaire vraag nr. 589 van de heer Volksvertegenwoordiger Olivier Henry van 16.10.2002.
3. Beleggingsadvies
Het beleggingsadvies (adviserend beheer) kan worden gedefinieerd als het verschaffen van gepersonaliseerde aanbevelingen aan een cliënt, hetzij op diens verzoek, hetzij op initiatief van de dienstverrichter, met betrekking tot één of meer transacties die met financiële instrumenten verband houden (artikel 4, lid 1, 4), van de richtlijn 2004/39/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21.04.2004 betreffende de markten voor financiële instrumenten, tot wijziging van de richtlijnen 85/611/EEG en 93/6/EEG van de Raad en van de richtlijn 2000/12/EG van het Europees Parlement en de Raad en houdende intrekking van de richtlijn 93/22/EEG van de Raad). De cliënt kan vervolgens effecten aankopen of verkopen of daartoe de opdracht geven aan de verstrekker van beleggingsdiensten of aan enigerlei andere financiële instelling.
Zelfs als de dienstverrichter die het beleggingsadvies geeft ook instaat voor de aankoop en verkoop van effecten, vereist de eventuele aankoop of verkoop van effecten dus een nieuwe wilsuiting van de genieter van het advies. Er moet dan van worden uitgegaan dat het niet gaat om één enkele dienstprestatie maar wel om twee afzonderlijk te beschouwen handelingen die hun eigen btw-regeling moeten volgen.
Beleggingsadvies (adviserend beheer) slaat op één van beide elementen waaruit het portefeuillebeheer bestaat, meer bepaald ‘de dienst van adviesverlening’. Het Hof van Justitie heeft dit element gekwalificeerd als verrichting van analyse en toezicht.
Deze verrichting van analyse van en toezicht op het vermogen, die niet noodzakelijk de totstandkoming inhoudt van handelingen die rechten en verplichtingen van de partijen inzake effecten kunnen doen ontstaan, wijzigen of doen tenietgaan, valt niet binnen het toepassingsgebied van de vrijstelling van artikel 44, § 3, 10°, van het Btw-Wetboek en moet dus onderworpen worden aan de belasting tegen het normale tarief (zie Hof van Justitie van de Europese Unie, Arrest Finanzamt Frankfurt am Main V-Höchst tegen Deutsche Bank AG, zaak C-44/11, van 19.07.2012, punt 39).
Daarentegen is de eventuele op voornoemde verrichting volgende aankoop of verkoop van effecten vrijgesteld overeenkomstig artikel 44, § 3, 10°, van het Btw-Wetboek.
Tenslotte, als de dienstverrichter een globale prijs aanrekent voor zowel de dienst van adviesverlening als voor de erop volgende verrichting van aankoop of verkoop van effecten, moet deze globale prijs uitgesplitst worden zodat de prijs voor de dienst van adviesverlening onderworpen is aan de belasting tegen het normale btw-tarief (beslissing nr. E.T. 124.567 van 10.04.2015).
4. Documenten die goederen vertegenwoordigen
De vrijstelling van artikel 44, § 3, 10°, van het Btw-Wetboek is eveneens niet van toepassing op handelingen, bemiddeling daaronder begrepen, met betrekking tot documenten die goederen vertegenwoordigen (bijvoorbeeld de warrant-ceel).
Deze uitzonderingsbepaling steunt op de omstandigheid dat de beoogde handelingen betrekking hebben op lichamelijke goederen om reden dat het document geen andere waarde kan hebben dan die van de goederen die het vertegenwoordigt. De in deze bepaling bedoelde handelingen kunnen dan ook slechts betrekking hebben op de lichamelijke goederen zodat de toepasselijke btw-regeling dan ook in functie van de handelingen met betrekking tot die goederen moet worden bepaald.
[Top]
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.