Beslissing Btw nr. E.T.95.212 dd. 01.12.1999
BTW-Revue nr. 151 , blz. 433
Verhuur van containers
Tot op heden werden de voor het vervoer van goederen gebruikte containers voor de toepassing van de BTW in België als vervoermiddelen aangemerkt (z. parl. vr. 64 van 11 december 1990 van Senator de Clippele, parl. vr. nr. 792 van 23 november 1993 van Volksvertegenwoordiger de Clippele en parl. vr. nr. 158 van 20 maart 1991 van Senator de Clippele).
De antwoorden op bovengenoemde parlementaire vragen steunden op een voorstel tot 19de Richtlijn van de Europese Raad waarbij onder meer containers als vervoermiddel werden aangemerkt.
Dat voorstel werd evenwel door de Commissie ingetrokken aangezien het onvoldoende gerechtvaardigd bleek wat het subsidiariteitsbeginsel betreft.
Bovendien beschouwt het merendeel van de Lidstaten containers niet als een vervoermiddel.
Met het oog op een eenvormige toepassing van de criteria inzake de plaatsbepaling van diensten, hetgeen aansluit bij de betrachting tot vereenvoudiging van het intracommunautair goederenvervoer dat wordt nagestreefd door de Richtlijn 95/7/EG van 10 april 1995, werd beslist om containers niet meer als vervoermiddel aan te merken.
Voortaan wordt de plaats van de dienst die bestaat in de verhuur van containers dan ook bepaald overeenkomstig de artikelen 21, § 2 en 21, § 3, 7°, h, van het BTW-Wetboek.