Beslissing Btw nr. E.T.87.178 dd. 09.01.1998
BTW-Revue nr. 133, blz. 7-10, nr. 1043
Handelingen betreffende melkquota.
1. Begrip
Het melkquotum wordt, zowel in de Europese als in de nationale reglementering, aangemerkt als een recht op toegang tot de markt dat wordt verleend door de publieke overheid aan de producent en waarbij aan laatstgenoemde de zekerheid tot commercialisering zonder strafbaarheid wordt gegeven. Het gaat om een onlichamelijk recht dat toebehoort aan de producent en dat zowel gebonden is aan gronden als aan de persoon van genoemde producent.
2. Handelingen die betrekking hebben op quota
De handelingen die betrekking hebben op melkquota zijn:
· de tijdelijke overdracht van het quotum (voor een bepaalde periode);
· de definitieve en directe overdracht van het quotum (gaat gepaard met de overdracht of de verhuur van gronden);
· de definitieve overdracht van het quotum in het kader van de procedure van herverdeling ("herverdeling van het quotum"); (systeem van herverdeling van quota door bemiddeling van het quotumfonds);
· de definitieve beëindiging van de melkproductie.
3. Wetgeving van toepassing in België vóór 1 januari 1993
Alle handelingen verricht onder bezwarende titel die betrekking hebben op melkquota worden vóór 1 januari 1993 beschouwd als handelingen buiten de werkingssfeer van de BTW.
4. Europese rechtspraak
In haar arrest van 29 februari 1996, gewezen in de zaak C-215/94 (H.v.J., 29 februari 1996, zaak C-215/94, Jürgen Mohr t. Finanzamt Bad Segebert (BTW-Revue, nr. 122/07-08/96, blz. 691), heeft het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschap geoordeeld dat de vergoeding voor de definitieve beëindiging van de melkproductie toegekend op grond van de verordening (EEG) nr. 1336/86 niet de prijs is van een dienstprestatie en bijgevolg niet aan de BTW is onderworpen.
5. BTW-wetgeving van toepassing in België na 1993 rekening houdende met het arrest Mohr
De nieuwe omschrijving van het begrip dienstprestatie van toepassing sinds 1 januari 1993 omvat, IN PRINCIPE, ook iedere overdracht onder bezwarende titel van een quotum dat moet beschouwd worden als de overdracht van een onlichamelijk recht (art. 18, § 1, eerste lid, van het BTW-Wetboek).
Derhalve is de overdracht onder bezwarende titel van een quotum verricht door een belastingplichtige in het kader van zijn economische activiteit in principe aan de belasting onderworpen wanneer die in België plaatsvindt bij toepassing van artikel 21, § 2, en 21, § 3, 7°, a, van het BTW-Wetboek. Voor de toepassing van het BTW-tarief aanvaardt de administratie dat deze overdracht wordt aangemerkt als een landbouwdienst onderworpen aan het tarief van 6 pct. krachtens rubriek XXIV van tabel A van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970 inzake BTW-tarieven.
Daarentegen is overeenkomstig het voornoemd arrest van 29 februari 1996 van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschap de vergoeding die voor de definitieve beëindiging van de melkproductie toegekend wordt door de overheid in uitvoering van de Europese verordering niet de prijs van een dienstprestatie zodat de terzake ontvangen vergoeding niet aan de BTW onderworpen is.
Rekening houdend onder meer met de gelijkenis die bestaat tussen het toekennen van vergoedingen voor de eigenlijke DEFINITIEVE beëindiging van de melkproductie en het toekennen van vergoedingen bij de definitieve overdracht van quota in het kader van de procedure van herverdeling door bemiddeling van het quotumfonds of in het kader van een definitieve overdracht gepaard met de overdracht of de verhuur van de gronden, aanvaardt de administratie dat de vergoedingen toegekend in het kader van bovengenoemde procedures evenmin aan de BTW onderworpen zijn.
Derhalve is dus enkel de handeling die betrekking heeft op de tijdelijke overdracht van het quotum aan de belasting onderworpen.
Wanneer overigens de tijdelijke overdracht van een melkquotum verricht wordt door een landbouwondernemer onderworpen aan de bijzondere landbouwregeling bedoeld in artikel 57 van het BTW-Wetboek, aanvaardt de administratie dat genoemde overdracht de bijzondere landbouwregeling geniet zodat naar aanleiding van deze handeling geen BTW dient te worden aangerekend. De verwerver is er evenmin toe gehouden voor deze handeling de forfaitaire compensatie te betalen aan de landbouwondernemer.
Het koninklijk besluit nr. 22 van 15 september 1970 met betrekking tot de bijzondere regeling voor landbouwondernemers inzake BTW zal in die zin worden aangepast.