Beslissing Btw nr. E.T.84.991 dd. 28.09.1998
BTW-Revue nr. 142, blz. 485-487, nr. 1058
Paarden - Bijzondere regeling over de winstmarge - Gebruikte goederen
Indien ze beantwoorden aan de definitie van gebruikte goederen zoals bepaald in artikel 1, a), van het koninklijk besluit nr. 53 van 23 december 1994, kunnen paarden als gebruikte goederen in de zin van deze bijzondere regeling worden aanzien. De bijzondere regeling van belastingheffing over de winstmarge kan dan ook toegepast worden indien de voorwaarden, voorzien in aanschrijving nr. 1/1995, vervuld zijn.
De belastingplichtige wederverkoper die de winstmargeregeling wenst toe te passen bij de wederverkoop van een paard moet het bewijs kunnen leveren, door alle middelen van het gemene recht doch uitgezonderd de eed, dat het paard een "gebruikt goed" betreft en dat het paard hem binnen de Gemeenschap werd geleverd door ofwel :
· een niet-belastingplichtige (particulier, niet-belastingplichtige rechtspersoon, ...);
of
· een andere belastingplichtige, voor zover de levering van het paard door deze andere belastingplichtige overeenkomstig artikel 44, § 2, 13°, van het Wetboek is vrijgesteld van de BTW;
of
· een andere belastingplichtige, voor zover de levering van het paard door deze andere belastingplichtige is vrijgesteld van de BTW krachtens artikel 56, § 2, van het Wetboek en het een bedrijfsmiddel betreft;
of
•een andere belastingplichtige wederverkoper, voor zover deze levering door deze andere belastingplichtige wederverkoper overeenkomstig deze bijzondere regeling onderworpen is geweest aan de BTW.
De belastingplichtige wederverkoper dient aldus het "gebruik" van het paard te kunnen aantonen in hoofde van zijn leverancier (b.v. als recreatiepaard, als sportpaard, ...). Slachtpaarden zijn van de bijzondere winstmargeregeling uitgesloten daar ze niet beantwoorden aan de definitie van gebruikte goederen. Zo b.v. een particulier een paard verkoopt zonder dat er gebruik van werd gemaakt kan niet van een gebruikt goed gesproken worden en kan de bijzondere regeling van belastingheffing over de winstmarge niet worden toegepast bij de wederverkoop ervan door een belastingplichtige wederverkoper (b.v. verkoop van een veulen onmiddellijk na de geboorte of verkoop van een paard dat nog niet voor zijn uiteindelijke bestemming als rijpaard, recreatiepaard, enz., werd gebruikt).
Het bewijs dat het een "gebruikt" paard betreft in hoofde van de leverancier van de belastingplichtige wederverkoper kan worden geleverd door middel van een geheel van overeenstemmende stukken. Deze stukken kunnen onder meer zijn : de overeenkomst gesloten tegen betaling met een persoon die zich tegenover de eigenaar van het paard verbindt om het paard te stallen en te verzorgen in een hok dat hij ter beschikking stelt; het contract betreffende genomen rijlessen met het paard; betalingsbewijzen hieromtrent; een factuur van de aankoop van het paard door de leverancier van de belastingplichtige wederverkoper; enz.
Elementen die ertoe bijdragen te bewijzen dat het paard werd verkregen van één der beoogde personen kunnen eventueel worden geleverd door middel van het systeem van de stamboeken indien het om een in België geregistreerd paard gaat.
Ten aanzien van particulieren die geregeld paarden verkopen dient te worden nagegaan of dezen niet dienen te worden aanzien als BTW-belastingplichtigen.