Beslissing Btw nr. E.T.84.570 dd. 29.05.1997
BTW-Revue nr. 131, blz. 1111-1112, nr. 1038
Kosten aangerekend aan de medecontractant - Invordering van onbetaalde vorderingen
Gelet op de wettelijke bepalingen die thans op het stuk van de BTW van kracht zijn, zijn de herinneringskosten of de kosten voor ingebrekestelling, de kosten voor de tweede aanbieding van de kwijting, de kosten voor verbreking wegens het niet nakomen van de verplichtingen, met inbegrip van de kosten voor afsluiting wegens niet-betaling en de vervolgingskosten voor de invordering van onbetaalde facturen, wanneer deze worden aangerekend aan de medecontractant, niet aan te merken als de prijs voor een levering van goederen, noch als de prijs van een dienstverrichting maar als een schadevergoeding wegens het niet naleven door de medecontractant van zijn verplichtingen.
In tegenstelling met de regeling die met toestemming van de Administratie van de BTW, registratie en domeinen, sinds een tiental jaren van toepassing was in de sectoren van de water-, gas-, electriciteits- en teledistributie dienen bovengenoemde kosten in de toekomst derhalve niet meer aan de BTW te worden onderworpen. De huidige beslissing zal geen gevolg hebben op de in het verleden toegepaste praktijk op zich.
De BTW blijft daarentegen wel ongewijzigd van toepassing op de diverse bijkomende kosten die een rechtstreeks verband hebben met de levering of de dienstverrichting. Zelfs wanneer ze afzonderlijk aan de medecontractant worden aangerekend, vormen bedoelde kosten steeds een element van de prijs overeenkomstig artikel 26, van het BTW-Wetboek.
Dit is ondermeer het geval voor de kosten van aansluiting, ontvangst, nazicht en verplaatsing van de installaties, de kosten voor gebruik, onderhoud, herstelling en versterking van de meters, de normale administratiekosten en de kosten voor het opmaken van de facturen.