Beslissing Btw nr. E.T.80.387 dd. 28.10.1997
BTW-Revue nr. 133, blz. 19-24, nr. 1050
Toepassing van artikel 51, § 2, 1°, van het BTW-Wetboek
1. Wanneer een onderneming met administratieve hoofdzetel in het buitenland die hier te lande een voor BTW-doeleinden geïdentificeerde inrichting heeft in de zin van artikel 55 van het BTW-Wetboek, vanuit haar buitenlandse zetel een in artikel 21, § 3, 7°, van het BTW-Wetboek beoogde handeling verricht, wordt de dienst bij toepassing van artikel 21, § 3, 7°, van voormeld Wetboek geacht in België plaats te vinden wanneer enerzijds de dienst wordt verricht voor een in België gevestigde belastingplichtige ontvanger die handelt voor de behoeften van zijn onderneming en anderzijds:
1° de bestelling van de dienst wordt gericht aan de buitenlandse zetel van de onderneming;
2° de prijs van de dienst wordt gefactureerd door de buitenlandse zetel van de onderneming;
3° de prijs wordt betaald aan de buitenlandse zetel van de onderneming.
In die veronderstelling wordt de vraag gesteld wie voor de toepassing van artikel 51 van het BTW-Wetboek schuldenaar is van de belasting.
a) In de mate waarin de hiervoor bedoelde dienstverrichting bovendien wordt verstrekt door de buitenlandse zetel van een dergelijke onderneming, zonder enige materiële tussenkomst, noch bij de uitvoering van de dienst, noch bij het verrichten van aan de dienst bijkomstige handelingen, van de in België voor BTW-doeleinden geïdentificeerde inrichting, beschouwt de administratie deze onderneming voor de toepassing van artikel 51, § 2, 1°, a) van het BTW-Wetboek als een buiten België gevestigde dienstverrichter.
De belasting is derhalve opeisbaar in hoofde van de klant, ontvanger van de dienst.
Op de door de dienstverrichter uitgereikte factuur moet het tarief en het bedrag van de verschuldigde belasting worden vervangen door de vermelding "Belasting te voldoen door de medecontractant - BTW-Wetboek, artikel 51, § 2, 1°". De benaming en het adres van de inrichting in België moeten niet op de factuur voorkomen, evenmin als het Belgisch BTW-identificatienummer".
Bovendien, en voor zover zij geen aanleiding geeft tot aftrek van Belgische voorbelasting, moet de handeling waarop die factuur betrekking heeft niet worden opgenomen in de boekhouding van de Belgische inrichting, noch in de periodieke aangifte die deze inrichting moet indienen.
Er wordt opgemerkt dat dezelfde formaliteiten mutatis mutandis van toepassing zijn voor dienstverrichtingen in de zin van artikel 21, § 3, 7° , van het BTW-Wetboek verricht door een buitenlandse onderneming die in België niet beschikt over een inrichting in de zin van artikel 55 van het Wetboek, maar wel over een aansprakelijke vertegenwoordiger die zij voor andere hier te lande verrichte handelingen heeft moeten laten erkennen.
De uitgereikte factuur moet dezelfde vermelding bevatten als deze hiervoor aangehaald. Bovendien is de aansprakelijke vertegenwoordiger niet gehouden tot het opmaken van het in artikel 4, § 2, van het koninklijk besluit nr. 31 van 29 december 1992 bedoelde stuk, noch tot het toepassen van de vergunning die het voorwerp uitmaakt van de administratieve beslissing van 28 april 1994, nr. E.T. 80.910 (z. BTW-Rev. 110/1028/1030). In dat geval moeten noch de naam en het adres van de aansprakelijke vertegenwoordiger, noch het aan de buitenlandse onderneming toegekende Belgische BTW-identificatienummer op de factuur voorkomen. Tenslotte, en voor zover de handeling geen aanleiding geeft tot aftrek van Belgische voorbelasting, moet de handeling niet worden opgenomen in de boekhouding die de aansprakelijke vertegenwoordiger in België houdt voor de buitenlandse onderneming, noch in de periodieke aangifte die hij voor deze buitenlandse onderneming indient.
Het staat de aansprakelijke vertegenwoordiger evenwel vrij hetzij om toch het in artikel 4, § 2, hiervoor beoogde stuk op te maken, hetzij om de hierboven aangehaalde vergunning toe te passen. In dat geval moet de handeling wel worden opgenomen in de boekhouding die de vertegenwoordiger voor de buitenlandse onderneming houdt en in de periodieke aangifte die hij voor deze onderneming indient (rooster 45).
b) Indien daarentegen de in België voor BTW-doeleinden geïdentificeerde inrichting van de buitenlandse onderneming materieel tussenkomst bij de uitvoering van de hiervoor omschreven dienst of bij het verrichten van aan de dienst bijkomstige handelingen, dan is de dienstverrichter de schuldenaar van de belasting overeenkomstig de algemene regel van artikel 51, § 1, 1°, van het BTW-Wetboek. De uitgereikte factuur moet het tarief en het bedrag van de verschuldigde belasting vermelden. Zij moet bovendien de benaming en het adres van de inrichting in België bevatten, evenals het Belgisch BTW-identificatienummer en het volgnummer waaronder zij is ingeschreven in het boek voor uitgaande facturen van de inrichting. De handeling moet worden opgenomen in de boekhouding in België en in de periodieke aangifte van de inrichting met betrekking tot het tijdvak waarin de belasting opeisbaar is geworden.
2. Het probleem wie voor de toepassing van artikel 51 van het BTW-Wetboek schuldenaar van de belasting is, stelt zich eveneens wanneer een onderneming, met administratieve hoofdzetel in het buitenland maar met hier te lande een vaste inrichting in de zin van artikel 55 van het BTW-Wetboek, vanuit haar zetel in het buitenland een dienst verricht die overeenkomstig artikel 21, § 3, 2°b, 3°bis, 3°ter, 4°bis, 4°ter en 8° van het BTW-Wetboek wordt geacht in België plaats te vinden en de ontvanger van de dienst overeenkomstig artikel 50, § 1, van voormeld Wetboek voor BTW-doeleinden geïdentificeerd is.
a) Voor de toepassing van artikel 51, § 2, 1°, b) van het BTW-Wetboek beschouwt de administratie een dergelijke onderneming als een buiten België gevestigde dienstverrichter in de mate dat de in België voor BTW-doeleinden geïdentificeerde inrichting niet tussenkomt bij de handeling en volgende voorwaarden samen vervuld zijn:
1° de bestelling van de dienst wordt gericht aan de buitenlandse zetel van de onderneming;
2° de prijs van de dienst wordt gefactureerd door de buitenlandse zetel van de onderneming;
3° de prijs wordt betaald aan de buitenlandse zetel van de onderneming;
4° de uitvoering van de dienstverrichting en van aan de dienst bijkomstige handelingen vindt plaats zonder enige materiële tussenkomst van de in België voor BTW-doeleinden geïdentificeerde inrichting.
De belasting is derhalve opeisbaar in hoofde van de klant, ontvanger van de dienst.
In deze veronderstelling wordt er voor het vervullen van de formaliteiten verwezen naar wat gezegd is onder punt 1.a) hiervoor, daaronder begrepen de omschreven formaliteiten die moeten worden nageleefd in het geval waarin een buitenlandse onderneming in België niet over een vaste inrichting in de zin van artikel 55 van het BTW-Wetboek beschikt, maar wel over een aansprakelijke vertegenwoordiger erkend voor andere hier te lande verrichte handelingen.
b) Indien daarentegen niet is voldaan aan alle in a), 1° tot 4°, hiervoor uiteengezette voorwaarden, is de dienstverrichter overeenkomstig de algemene regel van artikel 51, § 1, 1°, van het BTW-Wetboek de schuldenaar van de belasting.
In deze veronderstelling zijn dezelfde formaliteiten als deze omschreven in punt 1.b) van toepassing.
De vroeger genomen administratieve beslissingen zijn opgeheven in de mate waarin zij niet zouden overeenstemmen met onderhavige beslissing.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.