Beslissing Btw nr. E.T.76.563 dd. 25.11.1992
BTW-Revue nr. 102, blz. 181, nr. 962
Plaats van de dienst - Toepassingsgebied van art. 21, § 3, 2° W.BTW
Voor de toepassing van artikel 21, § 3, 2°, van het BTW-Wetboek heeft de administratie tot hiertoe steeds het standpunt ingenomen dat genoemde bepaling gold ongeacht de aard van het werk dat werd verricht met betrekking tot een lichamelijk roerend goed.
Thans heeft het BTW-Comité, na advies van de EEG-Commissie en het akkoord van de meerderheid der Lidstaten, naar aanleiding van een concreet geval met name de analyse van farmaceutische produkten, het standpunt ingenomen dat de plaats van de dienst die bestaat in de analyse van produkten omwille van het overwegend intellectueel karakter van genoemde dienst, bepaald wordt overeenkomstig de artikelen 21, § 2 en § 3, 7°, d, van het BTW-Wetboek.
Daarbij aansluitend kan meer algemeen worden gesteld dat artikel 21, § 3, 2°, van het Wetboek nog slechts van toepassing is wanneer het gaat om een materiaal werk of een expertise die betrekking hebben op een in die bepaling bedoeld goed. Overigens vanaf 1 januari 1993 luidt het nieuwe artikel 21, § 3, 2°, van het Wetboek als volgt:
" § 3. In afwijking van § 2 wordt als plaats van de dienst aangemerkt :
2° de plaats waar het goed zich bevindt, wanneer het gaat om een materieel werk of een expertise, die betrekking hebben op een ander goed dan een uit zijn aard onroerend goed.".