BESLISSING ET75574/92
Beslissing nr. E.T. 75574 dd. 19.10.1992.
BTW-Revue nr. 102, blz. 185-187, nr. 964.
Opgeheven en vervangen door beslissing nr. E.T. 75.574 dd. 09.06.1999
Diplomatieke en consulaire regeling - Internationale organisaties -Vastgoedlasten
Artikel 42, § 3, 1°, (nieuw) van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde stelt van de belasting vrij "de leveringen en de invoeren van goederen en de diensten in het kader van de diplomatieke en consulaire betrekkingen".
Anderzijds stelt artikel 42, § 3, 3°, (nieuw) van hetzelfde Wetboek van de belasting vrij "de leveringen en de invoeren van goederen en de diensten bestemd voor de internationale instellingen en daaraan verbonden ambtenaren, voor zover in zulke vrijstelling is voorzien door een overeenkomst waarbij België toegetreden is".
Overigens stipuleert het laatste lid van genoemd artikel 42, § 3, dat de perken en de toepassingsvoorwaarden van de in dat artikel bedoelde vrijstellingen bepaald worden door de Minister van Financiën of zijn afgevaardigde. Er wordt eveneens in gepreciseerd dat deze laatsten inzonderheid kunnen voorzien dat deze vrijstellingen worden verleend bij wijze van teruggaaf. De bedoelde perken en toepassingsvoorwaarden zijn opgenomen in de administratieve aanschrijvingen nrs. 1 en 2 van 3 januari 1978, alsook in de aanvullende aanschrijvingen bij de genoemde aanschrijving nr. 2 (nr. 22 van 26 juli 1978, nr. 28 van 15 september 1978, nr. 38 van 5 december 1978, nr. 8 van 28 februari 1979 en nr. 2 van 10 februari 1982).
In onderhavig geval wordt in het eerste hoofdstuk van de voornoemde aanschrijving nr. 1 gepreciseerd dat de bedoelde leveringen en dienstverrichtingen enkel van de belasting kunnen worden vrijgesteld wanneer zij rechtstreeks gedaan of verstrekt worden voor het officieel gebruik van diplomatieke zendingen en consulaire posten. Gezien het feit dat de bepalingen opgenomen in de aanschrijving nr. 1 in kwestie, mutatis mutandis van toepassing zijn op de in het voormeld artikel 42 § 3, 3°, bedoelde internationale organisaties, wordt dezelfde beperking toegepast op die organisaties.
Wat betreft de vastgoedlasten vindt er niet altijd een rechtstreekse levering plaats aan de betrokken zendingen en organisaties.
Indien dit het geval is, komt in principe geen enkele vrijstelling van de BTW in aanmerking om te worden verleend.
Een uitzondering wordt evenwel gemaakt ten aanzien van de zendingen en de organisaties, die, als eigenaar, lokalen in een gebouw betrekken dat zich bevindt in het stelsel van gemeenschappelijke eigendom en waarvan het beheer wordt verzekerd door een beheerder of syndicus die handelt als eenvoudige lasthebber. De leveringen van goederen die hen worden gedaan of de diensten die hen worden verstrekt in het raam van hun officiële behoeften en die begrepen zijn in een geheel dat gezamenlijk wordt gefactureerd aan de medeëigenaars van het gebouw, kunnen vrijstelling van de belasting bekomen bij wijze van teruggaaf, mits inachtneming van de beperkingen en de voorwaarden bepaald in de hogerbedoelde aanschrijving nr. 1 (z. de nrs. 20 en 34 tot 36).
Anderzijds wordt over het algemeen in de verdragen en de overeenkomsten ten aanzien van de vrijstellingen van artikel 42, § 3, voorzien dat de ontvangende Staat, telkens wanneer het mogelijk is, de passende maatregelen neemt tot kwijtschelding of teruggave van de indirecte belastingen welke een deel vormen van de prijs van de goederen en diensten bestemd voor het officieel gebruik van de begunstigden.
Bijgevolg werd beslist het recht op de hiervoor bedoelde vrijstelling (vrijstelling door middel van een teruggaaf) uit te breiden tot alle gevallen waarin de vastgoedlasten met betrekking tot gebouwen die, hetzij betrokken worden door rechthebbende zendingen of organisaties, hetzij bestemd zijn als ambtswoning van een hoofd van een diplomatieke zending, aan deze laatsten in rekening worden gebracht op voorwaarde dat enerzijds deze lasten definitief gedragen worden door de zendingen en de organisaties in kwestie en anderzijds, indien het gehuurde lokalen betreft, een van de huurprijs afzonderlijke prijs voor deze lasten tussen de partijen door middel van een contract werd vastgelegd.
Wat de voorwaarden van de vrijstelling en de te vervullen formaliteiten betreft, wordt verwezen naar de bepalingen opgenomen in de nrs. 34 tot 36 van de voornoemde aanschrijving. Voor de in huur genomen lokalen dient bij de aanvraag tot teruggaaf eveneens een afschrift van het huurcontract en van de contracten inzake de lasten, gesloten tussen de beheerder van het onroerend goed en de verschillende dienstverrichters, te worden gevoegd. Wat meer in het bijzonder de afrekening van de lasten betreft dient het deel ervan gedragen door de huurder en niet het deel gedragen door de eigenaar te worden vermeld.