BESLISSING ET75574
Beslissing nr. E.T. 75574 dd. 09.06.1999
BTW-Revue nr. 143, blz. 544-547, nr. 1066
Zie ook beslissing nr. E.T. 75.574 dd. 19.10.1992
Diplomatieke en consulaire regeling - Internationale instellingen - Vastgoedlasten
Artikel 42, § 3, eerste lid, 1°, van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde stelt van de belasting vrij de leveringen en de invoeren van goederen en de diensten in het kader van de diplomatieke en consulaire betrekkingen.
Artikel 42, § 3, eerste lid, 3°, van hetzelfde Wetboek, stelt van de belasting vrij de leveringen en de invoeren van goederen en de diensten bestemd voor de internationale instellingen en daaraan verbonden ambtenaren, voor zover in zulke vrijstelling is voorzien door een overeenkomst waarbij België toegetreden is.
Het laatste lid van genoemd artikel 42, § 3, stipuleert dat de perken en de voorwaarden voor de toepassing van de in deze paragraaf bedoelde vrijstellingen worden bepaald door of vanwege de Minister van Financiën. Op grond van deze laatste bepaling werden de bedoelde perken en toepassingsvoorwaarden van de vrijstellingsregeling, ingesteld door artikel 42, § 3, eerste lid, 1° en 3°, van genoemd Wetboek opgenomen in de administratieve aanschrijvingen nrs. 1 en 2, van 3 januari 1978, alsook in de aanvullende aanschrijvingen bij de genoemde aanschrijving nr. 2 (nr. 22 van 26 juli 1978, nr. 28 van 15 september 1978, nr. 38 van 5 december 1978, nr. 8 van 28 februari 1979 en nr. 2 van 10 februari 1982).
In onderhavig geval wordt in hoofdstuk 1 van de voornoemde aanschrijving nr. 1 betreffende de leveringen en de invoeren van goederen en de diensten bestemd voor het officieel gebruik van diplomatieke zendingen en consulaire posten gepreciseerd dat de bedoelde leveringen en diensten enkel van de belasting kunnen worden vrijgesteld als zij rechtstreeks worden gedaan of verstrekt voor het officieel gebruik van diplomatieke zendingen of consulaire posten. Gezien het feit dat de bepalingen opgenomen in de voornoemde aanschrijving nr. 1 mutatis mutandis van toepassing zijn op de in artikel 42, § 3, eerste lid, 3, van het BTW-Wetboek, bedoelde internationale instellingen, wordt dezelfde beperking toegepast op die instellingen.
Wat betreft de vastgoedlasten vindt er niet altijd een rechtstreekse levering plaats aan de betrokken zendingen of instellingen. Indien dat het geval is, komt in principe geen enkele vrijstelling van de BTW in aanmerking om te worden verleend. In nr. 20 van de bedoelde aanschrijving nr. 1 wordt evenwel een uitzondering gemaakt ten aanzien van de zendingen en instellingen die, als eigenaar, lokalen in een gebouw betrekken dat zich bevindt in het stelsel van gemeenschappelijke eigendom en waarvan het beheer wordt verzekerd door een beheerder of syndieus die handelt als eenvoudige lasthebber. De leveringen van goederen die hen worden gedaan en de dienstverrichtingen die hen worden verstrekt in het raam van hun officiële behoeften en die begrepen zijn in een geheel dat gezamenlijk wordt gefactureerd aan de medeëigenaars van het gebouw, kunnen vrijstelling van de belasting bekomen bij wijze van teruggaaf mits inachtneming van de beperkingen en de voorwaarden bepaald in de hogergenoemde aanschrijving nr. 1 (z. de nrs. 20 en 34 tot 36).
Anderzijds wordt over het algemeen in de verdragen en de overeenkomsten ten aanzien van de vrijstellingen van artikel 42, § 3, eerste lid, voorzien dat de ontvangende Staat, telkens wanneer het mogelijk is, de passende maatregelen neemt tot kwijtschelding of teruggave van de indirecte belastingen welke een deel vormen van de prijs van de goederen en diensten bestemd voor het officieel gebruik van de begunstigden.
Bijgevolg werd met de beslissing van 19 oktober 1992, nr. E.T.75.574 (1) het recht op de hiervoor bedoelde vrijstelling door middel van teruggaaf uitgebreid tot alle gevallen waarin de vastgoedlasten met betrekking tot gebouwen die betrokken worden, hetzij door diplomatieke zendingen, consulaire posten of internationale instellingen, hetzij als woning van een posthoofd, aan deze laatsten in rekening worden gebracht op voorwaarde dat enerzijds deze lasten definitief gedragen worden door de zendingen en instellingen in kwestie en anderzijds, indien het gehuurde lokalen betreft, tussen de partijen een van de huurprijs afzonderlijke prijs voor deze lasten door middel van een contract werd vastgelegd.
Talrijke diplomatieke zendingen, consulaire posten en internationale instellingen huren lokalen in een gebouw dat zich bevindt in het stelsel van gemeenschappelijke eigendom.
De toepassingsvoorwaarden van deze vrijstelling verschillen naargelang, enerzijds, de zending of instelling al dan niet eigenaar is van het gedeelte van het gebouw dat het betrekt en anderzijds, de beheerder van het gebouw, aangeduid door het begrip syndicus, moet worden beschouwd als een eenvoudige lasthebber of als een inkoopcommissionair in de zin van artikel 13 en 20 van het BTW- Wetboek.
Bijgevolg is de syndicus, wanneer hij handelt als inkoopcommissionair in de zin van de artikelen 13 en 20 van het BTW-Wetboek, gemachtigd om aan de begunstigde zijn aandeel in geleverde goederen en de verrichte diensten te factureren met vrijstelling van de BTW.
In alle andere gevallen kan de bedoelde vrijstelling slechts worden toegestaan bij wijze van teruggaaf.
De nrs. 34 tot 36 van de genoemde aanschrijving nr. 1 van 3 januari 1978 bepalen de voorwaarden van de vrijstellingen en de te vervullen formaliteiten. Voor de in huur genomen lokalen dient bij de aanvraag tot teruggaaf eveneens een afschrift van het huurcontract en van de contracten inzake de lasten, gesloten tussen de beheerder van het onroerend goed en de verschillende dienstverrichters, te worden gevoegd. Wat meer in het bijzonder de afrekening van de lasten betreft dient het deel ervan gedragen door de huurder en niet het deel gedragen door de eigenaar te worden vermeld.
Deze beslissing vervangt de beslissing van 19 oktober 1992, nr. E.T. 75.574.
(1) BTW-Rev. 102/185.