Herziening van de aftrek · Administratieve beslissingen

Naar de tekst
Juriel

E.T.33.110 12 augustus 1981

Zoeken

Herziening van de aftrek

https://juriel.be/nl/administratieve-beslissingen/e-t-33-110-herziening-aftrek-btw-f072

Nummer
E.T.33.110
Datum
12 augustus 1981

Over het document

Verzameling
Administratieve beslissingen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

8 paragrafen

Beslissing Btw nr. E.T.33.110 dd. 12.08.1981

BTW-Revue, nr. 51, blz. 629

Herziening van de aftrek.

De vraag werd gesteld of een gemengde belastingplichtige, die de aftrek verricht volgens de regel van het werkelijke gebruik van de goederen en diensten, gehouden is de artikelen 12, § 1, 4° en 5° en 19, § 2, 1° van het BTW-Wetboek toe te passen, wanneer de in gebruik genomen goederen of de uitgevoerde werken uitsluitend werden gebruikt voor de behoeften van de niet belastbare sector van zijn bedrijf.

Het antwoord luidt bevestigend. Enerzijds, zijn de bovengenoemde bepalingen van toepassing op iedere belastingplichtige, ongeacht of hij een volledige of een gemengde belastingplichtige is en, in de laatste onderstelling, of hij de regel van het algemeen verhoudingsgetal dan wel die van het werkelijke gebruik toepast. Anderzijds, is het doel van deze bepalingen de belastingplichtige die voor de behoeften van zijn onderneming aan zich zelf goederen levert of diensten verleent, op het gebied van de aftrek, in dezelfde situatie te brengen als wanneer hij voor de levering van die goederen of voor het verrichten van die diensten een beroep zou doen op een derde; uiteraard kan deze doelstelling slechts worden bereikt door het eenvormig belasten van de aan zich zelf gedane, respectievelijk verleende leveringen en diensten, ongeacht de hoedanigheid van de belastingplichtige of de wijze waarop de aftrek wordt verricht.

Voorbeeld: een gemengde belastingplichtige die de aftrek verricht volgens de regel van het werkelijke gebruik van goederen en diensten heeft een niet belastbare sector bestaande uit de verhuur van onroerende goederen, waarvoor hij door zijn personeel werk in onroerende staat laat verrichten. De belasting is verschuldigd bij toepassing van artikel 19, § 2, 1° van het Wetboek over de normale waarde van deze werken (Wetboek art. 33, 2° ), en is niet aftrekbaar gelet op het gebruik in de niet belastbare sector.

Er wordt opgemerkt dat deze beslissing niet in tegenspraak is met die welke werd genomen in nummer 5 van de aanschrijving nr. 3/1981, waarbij werd beslist dat artikel 12, § 1, 3° van het Wetboek niet hoeft te worden toegepast ten aanzien van de onttrekking door een gemengde belastingplichtige voor privé-doeleinden van een bedrijfsmiddel dat uitsluitend werd gebruikt in de niet belastbare sector en waarvoor, volgens de regel van het werkelijke gebruik, hij geen aftrek had toegepast.

De bovengenoemde bepaling heeft immers tot doel, door het belasten van de onttrekking, in feite terug te komen op een oorspronkelijk verrichte aftrek, zodat de toepassing ervan niet gerechtvaardigd is in het geval waarin geen aftrek kon worden verricht.

Aangehaalde teksten

2
WBTW art. 122 voorkomens
WBTW art. 192 voorkomens