Gebouwen, onroerend goed · Administratieve beslissingen

Naar de tekst
Juriel

E.T.22.229 30 augustus 1976

Zoeken

Gebouwen, onroerend goed

https://juriel.be/nl/administratieve-beslissingen/e-t-22-229-gebouwen-btw-onroerend-goed-c2b2

Nummer
E.T.22.229
Datum
30 augustus 1976

Over het document

Verzameling
Administratieve beslissingen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

9 paragrafen

Beslissing Btw nr. E.T.22.229 dd. 30.08.1976

BTW-Revue, nr. 28, blz. 32

Gebouwen - begrip "nieuw".

De termijn tijdens welke een gebouw voor de toepassing van artikel 9, § 3 van het BTW-Wetboek als nieuw kan worden aangemerkt verstrijkt op 31 december van het jaar na dat waarvoor het voor het eerst is opgenomen in het kohier van de onroerende voorheffing.

Indien bijgevolg industriële gebouwen, ondanks hun ingebruikneming gedurende een bepaalde periode niet zijn opgenomen in het kohier van de onroerende voorheffing, omdat zij in de werkingssfeer vallen van de wet op de economische expansie van 30 december 1970, kan de termijn bepaald in artikel 9, § 3 van het Wetboek slechts ingaan per 1 januari van het jaar waarvoor de opneming in het kohier van de onroerende voorheffing werkelijk heeft plaatsgehad.

De verkoop van het gebouw dat aldus de ontheffing van de onroerende voorheffing heeft genoten kan plaatshebben op een tijdstip waarop die ontheffing definitief door de eigenaar verkregen is of op een tijdstip waarop de onderneming door de verkoop het voordeel kan verliezen dat zij uit artikel 16 van de wet op de economische expansie heeft getrokken.

Indien de verkoop plaatsheeft op een tijdstip waarop de ontheffing van de voorheffing bedoeld bij de wet op de economische expansie definitief door de onderneming is verworven, mag deze verkoop nog geschieden met voldoening van de BTW op voorwaarde dat hij plaatsheeft uiterlijk op 31 december van het jaar na dat waarvoor de ontheffing van de onroerende voorheffing niet meer wordt toegestaan en dat de regels bepaald in artikel 8, § 2 van het Wetboek en in het koninklijk besluit nr. 14, van 3 juni 1970, werden nagekomen.

Wanneer de verkoop daarentegen plaatsheeft op een tijdstip of onder voorwaarden die de onderneming met terugwerkende kracht het voordeel van de ontheffing van de onroerende voorheffing, dat zij tot dan toe had genoten, doen verliezen, dient, overeenkomstig artikel 9, § 3 van het Wetboek, te worden beslist dat deze verkoop niet aan de BTW kan worden onderworpen indien hij plaatsvindt na 31 december van het jaar na dat waarvoor (met terugwerkende kracht) de eerste opneming in het kohier van de onroerende voorheffing is gebeurd.

Tenslotte wordt erop gewezen dat de verkoop van een gebouw die niet wordt verricht met voldoening van de BTW aan het evenredig registratierecht is onderworpen. Wanneer deze verkoop daarenboven plaatsheeft tijdens de termijn bedoeld in artikel 48, § 2 van het BTW-Wetboek, dient de verkoper de oorspronkelijk in aftrek gebrachte belasting terug te storten overeenkomstig de regels bepaald in de artikelen 6 tot 10 van het koninklijk besluit nr. 3, van 10 december 1969 en door de §§ 67 tot 77 van de aanschrijving nr. 103/1970.

Aangehaalde teksten

5
WBTW art. 93 voorkomens
KB nr. 3 art. 101 voorkomen
KB nr. 3 art. 61 voorkomen
WBTW art. 481 voorkomen
WBTW art. 81 voorkomen