Beslissing Btw nr. E.T.20.368 dd. 12.11.1975
BTW-Revue, nr. 24, blz. 79
Gebouwen - Overdracht blote eigendom.
Wanneer een in artikel 8, § 1 van het Wetboek bedoelde belastingplichtige of een belastingplichtige die de in artikel 8, §§ 2 of 3 van het Wetboek bedoelde optie binnen de in artikel 9, § 3 gestelde termijn heeft uitgeoefend, de blote eigendom van een bij dit laatste artikel bedoeld nieuw gebouw heeft overgedragen terwijl hij zich het vruchtgebruik ervan voorbehoudt, verricht hij een levering van een goed als bedoeld in het Wetboek. De blote eigendom van een nieuw gebouw die overgedragen is uiterlijk 31 december van het jaar na dat waarvoor het voor het eerst is opgenomen in het kohier van de onroerende voorheffing is immers een goed als bedoeld in artikel 9, § 3 van het Wetboek.
Maatstaf van heffing
De tegen het tarief van 14 pct. verschuldigde BTW wordt berekend over het bedrag van de prijs en de door de verkoper aan de koper, voor de overdracht van de blote eigendom, opgelegde lasten, zonder dat de maatstaf van heffing minder mag bedragen dan de normale waarde van de blote eigendom van het vervreemde goed (Wetboek, art. 36, § 1, a).
Aftrek van voorbelasting
Indien de overdrager van het gebouw een in artikel 8, §§ 2 of 3 van het Wetboek, bedoelde belastingplichtige is, mag de ter zake van de oprichting of de verkrijging van de volle eigendom van het gebouw betaalde BTW slechts gedeeltelijk worden afgetrokken. De aftrekbare BTW wordt vastgesteld door het bedrag van de BTW dat de belastingplichtige had mogen aftrekken indien hij de volle eigendom van het gebouw had verkocht (z. kon. besl. nr. 14, art. 4), te vermenigvuldigen met een breuk waarvan de teller gelijk is aan de maatstaf waarover de BTW wordt geheven voor de verkoop van de blote eigendom en de noemer gelijk is aan de normale waarde van de volle eigendom van het gebouw.
Indien de overdrager een beroepsoprichter is als bedoeld in artikel 8, § 1 dan heeft het feit dat hij zich het vruchtgebruik van het overgedragen gebouw voorbehoudt niet tot gevolg dat hij de door hem verrichte aftrek moet herzien.
Onttrekking van artikel 12, § 2 van het Wetboek
De beroepsoprichter als bedoeld in artikel 8, § 1 van het Wetboek, die de blote eigendom van een nieuw gebouw heeft overgedragen terwijl hij zich het vruchtgebruik ervan heeft voorbehouden, wordt ingevolge artikel 12, § 2 van het Wetboek geacht dit vruchtgebruik voor eigen gebruik te onttrekken indien hij het voor het verstrijken van de in artikel 9, § 3 van het Wetboek voorgeschreven termijn niet heeft overgedragen met toepassing van de BTW. Dit geldt zelfs wanneer de beroepsoprichter, vooraleer deze termijn is verstreken, afstand heeft gedaan van zijn recht op vruchtgebruik.
De verschuldigde BTW wordt berekend over de normale waarde van het vruchtgebruik bij het verstrijken van de in artikel 9, § 3 van het Wetboek, voorgeschreven termijn.
Registratierecht op de grond
Wanneer de overdracht van het nieuwe gebouw plaatsheeft onder voorbehoud van vruchtgebruik ten voordele van de vervreemder, is op deze overdracht, ten aanzien van de in de handeling begrepen grond, artikel 48 van het Wetboek der registratierechten toepasselijk.
Daaruit volgt dat, indien zo een overdracht wordt toegestaan voor een enige prijs, het evenredig registratierecht dient te worden geheven over een grondslag die gelijk is aan de verkoopprijs van de grond, geschat in volle eigendom op de datum van de overdracht, rekening houdend met de staat van de grond voor de aanvang van de werken.
Voor het bepalen van de in artikel 30 van het BTW-Wetboek bedoelde maatstaf van heffing voor de overdracht van het gebouw, mag van de enige prijs van de overdracht echter slechts de verkoopwaarde van de blote eigendom van de grond worden afgetrokken.