Beslissing Btw nr. T.2.880 dd. 23.03.1972
Herziening van de aftrek - Dieren in de landbouw.
De vraag werd gesteld of dieren die in de landbouw worden gebruikt, voor de toepassing van de belasting als bedrijfsmiddelen worden aangemerkt.
Volgend onderscheid dient te worden gemaakt.
I. Aankopen van dieren door een landbouwondernemer
Dieren die in de toestand waarin ze zich bevinden op het tijdstip van de aankoop onmiddellijk kunnen worden gebruikt als bedrijfsmiddelen en die de koper voornemens is als dusdanig te gebruiken, moeten worden aangemerkt als bedrijfsmiddelen waarop de beperking van het recht op aftrek ingesteld bij artikel 100 van het Wetboek van toepassing is. Daaruit volgt dat geen aftrek is toegelaten van de belasting van 6 pct. die werd voldaan bij de aankoop van die dieren, voor de leveringen verricht in 1971 en 1972.
De aftrek is evenwel zonder beperking toegelaten wanneer de prijs van het dier niet meer bedraagt dan 1000 F (z. art. 1, 2° , van het ministerieel besluit van 10 november 1970).
II. Kweken van dieren
De administratie ziet ervan af de belasting te vorderen die krachtens artikel 12, § 1, 4° , van het Wetboek verschuldigd is ingeval op de hoeve geboren dieren door de eigenaars worden gebruikt voor de produktie, voor de teelt of voor landbouwwerken.
III. Verkopen van dieren door een landbouwondernemer
De verkoop door een landbouwondernemer van dieren die hij als bedrijfsmiddelen heeft gebruikt, valt onder toepassing van artikel 2, § 1, 1° , van het koninklijk besluit nr. 22, van 15 september 1970, wanneer de verkoper een landbouwondernemer is bedoeld in artikel 57, § 1, van het Wetboek.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.