BESLISSING ET16172/74
Beslissing nr. E.T. 16172 dd. 02.08.1974.
Herroepen en vervangen door beslissing E.T. 16172 dd. 31.07.1975
Aftrek van voorbelasting - Openbaar personenvervoer (spoorwegen tram, autobus).
1. Ontheffing van de verplichting een factuur uit te reiken
Gelet op de bijzondere omstandigheden waarin de maatschappijen voor openbaar vervoer aan de reizigers vervoerbewijzen uitreiken, zijn deze maatschappijen bij de afgifte van de vervoerbewijzen (reisbiljetten, kaarten, abonnementen) aan de reizigers die zich voor beroepsreizen verplaatsen, ervan ontheven aan dezen facturen uit te reiken.
2. Aftrek van de BTW geheven van openbaar vervoer
Een belastingplichtige mag de van openbaar vervoer (spoorwegen, tram, autobus) geheven BTW slechts aftrekken in de mate waarin hij, inzonderheid door voorlegging van een in zijn bezit zijnd vervoerbewijs, tegenover de administratie aantoont:
1° dat hij van het openbaar vervoer werkelijk gebruik heeft gemaakt;
2° dat hij ervan gebruik heeft gemaakt voor beroepsreizen tot beloop van een bepaald bedrag, dus na eventuele uitsluiting van de kosten die betrekking hebben op zijn privéreizen;
3° dat hij persoonlijk, in zijn hoedanigheid van belastingplichtige, is opgetreden als partij van het vervoercontract en dat hij aldus zelf de dienst, waarvan de geheven BTW mag worden afgetrokken, heeft ontvangen.
De onder 3° bedoelde voorwaarde is, in principe, niet vervuld wanneer de beheersorganen van een vennootschap of de personeelsleden van een belastingplichtige persoonlijk gebruik maken van het openbaar vervoer, zelfs niet wanneer zij hierbij vervoerbewijzen gebruiken die hun door de werkgever werden ter hand gesteld (b.v. tramkaarten) of waarvan de kosten door deze worden terugbetaald.
De aftrek blijft evenwel toegestaan voor de belasting geheven van de werkelijke reiskosten die een werkgever voor de verplaatsingen van zijn personeel met openbare vervoermiddelen draagt voor zover de werkgever verplicht is in die kosten bij te dragen op grond van de sociale wetgeving of blijkens paritaire overeenkomsten die ter uitvoering van die wetgeving werden gesloten (z. aanschr. 103/1970, § 40).