Algemene Administratie van de Fiscaliteit – Operationele Expertise en Ondersteuning
Dienst BTW
Belasting over de toegevoegde waarde
Beslissing Btw nr. E.T.128.051 dd. 14.12.2015
(gewijzigde versie)
Belastingplicht
Hulpverleningszones
Potentiële concurrentieverstoring van enige betekenis
Deze beslissing heeft betrekking op de belastingplicht van hulpverleningszones zoals beoogd door artikel 5 van de Wet van 15.05.2007 betreffende de civiele veiligheid (BS 31.07.2007).
Overeenkomstig artikel 6, eerste lid, van het Btw-Wetboek worden de Staat, de Gemeenschappen en de Gewesten van de Belgische Staat, de provincies, de agglomeraties, de gemeenten en de openbare instellingen niet als belastingplichtige aangemerkt voor de werkzaamheden of handelingen die zij als overheid verrichten, ook niet indien zij voor die werkzaamheden of handelingen rechten, heffingen, bijdragen of retributies innen.
Aangaande de openbare instellingen waarvan sprake in artikel 6, eerste lid, van het Btw-Wetboek wordt verwezen naar de punten 3 e.v. van circulaire AAFisc Nr. 42/2015 (nr. E.T.125.567) d.d. 10.12.2015 waarin wordt verduidelijkt dat slechts die instellingen worden beoogd die werden opgericht bij wet, koninklijk of ministerieel besluit, decreet of verordening (oprichting bij wijze van stichting) met als doel bepaalde collectieve behoeften van algemeen belang te bevredigen. Een dergelijke openbare instelling bezit aldus een van de overheidsinstelling die haar heeft opgericht onderscheiden rechtspersoonlijkheid waardoor zij in de uitoefening van haar activiteiten een autonomie geniet voor de organisatie en het beheer ervan maar niettemin, in meer of mindere mate, onderworpen is aan diverse controles waaronder het toezicht van de overheid. Artikel 6 van het Btw-Wetboek beoogt daarentegen niet de publiekrechtelijke verenigingen die bij wijze van vereniging tot stand zijn gebracht.
Uit de bepalingen van voornoemde Wet van 15.05.2007 betreffende de civiele veiligheid, dewelke nadien meermaals werd gewijzigd, volgt dat het grondgebied van het Rijk wordt verdeeld in hulpverleningszones die elk over rechtspersoonlijkheid beschikken, waarbij elke provincie minstens één zone bevat en elke gemeente deel uitmaakt van één enkele zone. Deze wet stelt uitdrukkelijk dat de Koning bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad en op voorstel van het in artikel 15 van die Wet bedoelde Nationaal Raadgevend Comité van de Zones, de territoriale afbakening van de zones bepaalt.
De oprichting van betreffende hulpverleningszones geschiedt aldus bij wijze van stichting zodat een dergelijke hulpverleningszone wordt aangemerkt als "openbare instelling" in de zin van artikel 6, eerste lid, van het Btw-Wetboek. Hieruit volgt dat een hulpverleningszone niet de hoedanigheid van btw-belastingplichtige heeft voor zover een dergelijke behandeling als niet-belastingplichtige niet tot concurrentieverstoring van enige betekenis zou leiden.
Rekening houdend met hetgeen voorafgaat en met inachtname van de bepalingen van de artikelen 2 en 4 van het Btw-Wetboek is een hulpverleningszone niet btw-belastingplichtig voor de handelingen die door haar worden verricht in het kader van artikel 2 van het Koninklijk besluit van 25.04.2007 tot vaststelling van de opdrachten van de hulpdiensten die kunnen verhaald worden en diegene die gratis worden verricht (BS 14.05.2007). Worden bijvoorbeeld bedoeld: interventies ter bestrijding van brand en ontploffing, bestrijding van rampspoedige gebeurtenissen en drinkwaterbevoorrading rechtstreeks aan de burger bij watertekort.
De hoedanigheid van btw-belastingplichtige wordt hen evenwel toegekend ingevolge de bepalingen van artikel 6, tweede lid, van het Btw-Wetboek voor de werkzaamheden of handelingen waarvoor een behandeling als niet-belastingplichtige tot concurrentieverstoring van enige betekenis zou leiden. Voor een omstandige toelichting met betrekking tot de draagwijdte van het begrip "concurrentieverstoring van enige betekenis" wordt verwezen naar de punten 12 e.v. van voornoemde circulaire AAFisc Nr. 42/2015.
Hulpverleningszones verrichten uiteenlopende handelingen onder bezwarende titel die niet worden beoogd door artikel 2 van voornoemd Koninklijk besluit van 25 april 2007. Hierbij worden bijvoorbeeld bedoeld het tegen betaling verwijderen van bijen- of wespennesten, het reinigen van een wegdek na een verkeersongeval, het uitschakelen van alarminstallaties, het leegpompen van kelders wanneer de oorzaak zich na de door de watermaatschappij geplaatste meter bevindt of het uitreiken van een brandveiligheidsattest. De administratie stelt vast dat de behandeling van een hulpverleningszone als niet-belastingplichtige voor de in deze paragraaf bedoelde werkzaamheden in de regel aanleiding geeft tot potentiële concurrentieverstoring van enige betekenis. Het voorgaande heeft evenwel voor gevolg dat deze hulpverleningszone voor die werkzaamheden, afzonderlijk beschouwd, overeenkomstig artikel 6, tweede lid, van het Btw-Wetboek als btw-belastingplichtige moet worden aangemerkt. De administratie neemt evenwel aan dat een bepaalde werkzaamheid van de hulpverleningszone geen aanleiding geeft tot concurrentieverstoring “van enige betekenis” wanneer de jaarlijkse omzet van die werkzaamheid het bedrag van 25.000 EUR niet overschrijdt.
Een hulpverleningszone wordt als niet btw-belastingplichtig aangemerkt voor die taken die haar ingevolge een andere uitdrukkelijke wettelijke bepaling worden voorbehouden. Zo is een hulpverleningszone niet btw-belastingplichtig voor het opstellen van brandpreventieverslagen na het uitoefenen van een inspectie ter plaatse en dit gelet op het feit dat deze bevoegdheid uitsluitend aan haar werd toegekend bij Koninklijk besluit van 19.12.2014 tot vaststelling van de organisatie van de brandpreventie in de hulpverleningszones (BS 30.01.2015).
Volledigheidshalve wordt opgemerkt dat wanneer de hulpverleningszone een beroep doet op derden in het kader van opdrachten die niet zijn opgesomd in voornoemd artikel 2 van het Koninklijk besluit van 25.04.2007 en de kosten die voorvloeien uit de interventie van die derden daarbij ten laste van de hulpverleningszone komen, deze kosten overeenkomstig artikel 3, § 1, van datzelfde besluit door deze hulpverleningszone kunnen worden verhaald op de begunstigden van haar diensten.
De bepalingen van deze beslissing zullen in elk geval moeten worden toegepast vanaf 1 juli 2016.
J. MARCKX
Adviseur-generaal