Plaats van de dienst, Interne of in-house opleidingen · Administratieve beslissingen

Naar de tekst
Juriel

E.T.125.506 22 juni 2015

Zoeken

Plaats van de dienst, Interne of in-house opleidingenPlaats van de dienst - Interne of in-house opleidingen

https://juriel.be/nl/administratieve-beslissingen/e-t-125-506-plaats-dienst-interne-in-house-08ad

Nummer
E.T.125.506
Datum
22 juni 2015

Over het document

Verzameling
Administratieve beslissingen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

28 paragrafen

Algemene Administratie van de Fiscaliteit – Operationele Expertise en Ondersteuning

Dienst BTW

Belasting over de toegevoegde waarde

Beslissing Btw nr. E.T.125.506 dd. 22.06.2015

Belasting over de toegevoegde waarde

Plaats van de dienst

Interne of in-house opleidingen

Het verstrekken van interne of in-house opleidingen vindt plaats daar waar de belastingplichtige ontvanger van de dienst gevestigd is overeenkomstig artikel 21, § 2, van het Btw-Wetboek. Dergelijke diensten moeten bijgevolg het voorwerp uitmaken van een verlegging van heffing indien de voorwaarden van artikel 51, § 2, 1°, van het Wetboek voldaan zijn.

1. Situatie

Het komt voor dat een belastingplichtige een beroepsopleiding of bijscholing organiseert die niet enkel toegankelijk is voor diens personeelsleden, maar ook voor personeelsleden van andere belastingplichtigen waarmee die belastingplichtige een groep van verbonden ondernemingen vormt (zogenaamde interne of in-house opleidingen). De onderneming van de groep die de opleiding organiseert rekent louter de kosten van die opleiding door aan de andere ondernemingen van de groep. Bovendien dekt het doorgerekend bedrag geen andere kosten die de deelname aan dergelijke opleidingen met zich mee kan brengen, zoals vervoer- of verblijfskosten (1).

(1) Wanneer naast de deelname aan een opleiding eveneens andere kosten, zoals vervoer- of verblijfkosten, spijzen en dranken, in rekening worden gebracht dan mag de toepassing van de bijzondere regeling van de reisbureaus niet uit het oog worden verloren (artikel 18, § 2, tweede lid, WBTW). Desgevallend wordt de plaats van de handeling bepaald overeenkomstig artikel 21ter van het Btw-Wetboek en dient toepassing te worden gemaakt van de forfaitaire maatstaf van heffing op de winstmarge (zie artikel 29, § 2, WBTW). Deze bijzondere regeling is in principe van toepassing wanneer de organisator van de opleiding in eigen naam handelt en de voornoemde kosten, die aan hem zijn verstrekt door andere belastingplichtigen, aan de deelnemers in rekening worden gebracht (zie ook arrest C-200/04 van 13.10.2005 van het HJEU, overwegingen nrs. 20 tot 28).

In het kader van het pilootproject van de Europese Commissie met betrekking tot voorafgaandelijke adviesverlening – de zogenaamde procedure inzake Cross Border Rulings (CBR) – werd aan de centrale diensten btw van de Algemene Administratie van de Fiscaliteit gevraagd zich uit te spreken over de plaatsbepaling van het verstrekken van beroepsopleidingen of bijscholingen die uitsluitend worden verstrekt aan personeelsleden van eenzelfde groep van ondernemingen.

2. Standpunt

De administratie neemt aan dat voornoemde interne of in-house opleidingen plaatsvinden daar waar de belastingplichtige ontvanger van de dienst gevestigd is overeenkomstig artikel 21, § 2, van het Btw-Wetboek. Dergelijke diensten moeten bijgevolg het voorwerp uitmaken van een verlegging van heffing indien de voorwaarden van artikel 51, § 2, 1°, van het Wetboek voldaan zijn.

Artikel 21, § 3, 3°, van het Wetboek, op grond waarvan de dienst die bestaat in het verlenen van toegang tot een educatief evenement en met de toegang verlening samenhangende diensten geacht wordt plaats te vinden daar waar het evenement daadwerkelijk plaatsvindt, is niet van toepassing. Er kan immers aangenomen worden dat in het kader van interne of "in-house" opleidingen geen sprake is van een toegang verlenende handeling in de zin van die bepaling.

Indien de afnemer van de dienst geen btw-belastingplichtige is in de zin van artikel 21, § 1, van het Wetboek, vindt de opleiding plaats daar waar ze daadwerkelijk wordt georganiseerd overeenkomstig artikel 21bis, § 2, 5°, b), van het Wetboek.

3. Beoogde groepen van verbonden ondernemingen

Onder "groep van verbonden ondernemingen" in de zin van deze beslissing wordt het volgende begrepen.

(a) Wanneer het rechtspersonen met een in aandelen vertegenwoordigd kapitaal betreft:

- wanneer vennootschappen een consortium vormen in de zin van artikel 10 van het Wetboek van Vennootschappen;

- de verbonden vennootschappen in de zin van artikel 11 van het Wetboek van Vennootschappen;

- de geassocieerde vennootschappen in de zin van artikel 12 van het Wetboek van Vennootschappen;

- vennootschappen waarmee een deelnemingsverhouding bestaat in de zin van artikel 14 van het Wetboek van Vennootschappen.

(b) Betreffende andere personen dan deze bedoeld onder (a) zoals vzw's, economische samenwerkingsverbanden, tijdelijke handelsvennootschappen, stille handelsvennootschappen:

De duurzame band met de andere personen dan deze bedoeld onder (a) moet aangetoond worden aan de hand van feitelijke omstandigheden: eenheid van bestuursorganen, structurele banden op het vlak van administratie, financiën, personeelsbeleid, enz.

Wat voorafgaat is het standpunt van de Belgische administratie, dat echter niet wordt gedeeld door alle lidstaten. Het is daarom aangewezen dat de belastingplichtige die het standpunt van de fiscale administraties van de andere lidstaten ter zake wil kennen zich tot de betrokken fiscale administraties wendt. Wat de lidstaten betreft die eraan deelnemen kan dit via de CBR-procedure (http :// ec.europa.eu /taxation_customs/ taxation/ vat/ traders/ cross_border_rulings/index_en.htm)

J. MARCKX

Adviseur-generaal

Aangehaalde teksten

7
WBTW art. 214 voorkomens
WBTW art. 512 voorkomens
WBTW art. 181 voorkomen
WBTW art. 21bis1 voorkomen
WBTW art. 21ter1 voorkomen
WBTW art. 291 voorkomen

Administratieve doctrine

4

« … of bestuurder of nog krachtens een overeenkomst waardoor de dienstverrichter over de mogelijkheid beschikt zijn beleidslijnen aan de onderneming op te leggen (beslissing nr. E.T. 127.850 van 30.03.2016) interne of in-house opleidingen zoals bedoeld in beslissing nr. E.T. 125.506 van 22.06.2015 een financiële instelling, uitsluitend gevestigd in Lidstaat 1, draagt een kredietportefeuille over aan een vennootschap gevestigd in België. De financiële instelling verricht diensten van beheer aan de Belgische vennootschap (circulaire 2018/C/49 van … »

Diensten (01.07.2026)Administratieve commentaar01.07.2026

Bekijk de 4 documenten