Algemene Administratie van de Fiscaliteit - Operationele Expertise en Ondersteuning
Dienst BTW
Belasting over de toegevoegde waarde
Beslissing Btw nr. E.T.125.293 dd. 22.05.2014
Maatstaf van heffing
Voorschotten in de zin van artikel 28, 5° van het Btw-Wetboek
Federale bijdrage elektriciteits- en gasmarkt
Wanneer belastingen, rechten en heffingen, andere dan de belasting over de toegevoegde waarde, verschuldigd zijn in hoofde van de leverancier van de goederen of de dienstverrichter en van hem worden gevorderd, moeten deze, in principe, overeenkomstig de bepalingen van artikel 26 van het Btw-Wetboek in de maatstaf van heffing worden opgenomen voor de berekening van de Btw verschuldigd voor de geleverde goederen en de verstrekte diensten, in de mate waarin ze, zelfs afzonderlijk en voor het juiste bedrag, aan de klant worden aangerekend.
Wanneer evenwel de belastingen, rechten en heffingen een voorschot uitmaken in de zin van artikel 28, 5°, van het Btw-Wetboek, d.w.z. dat zij niet verschuldigd zijn in hoofde van de leverancier of dienstverrichter zelf maar dat deze ze voorschiet in naam en voor rekening van zijn medecontractant die dan door de reglementering die betreffende belastingen, rechten en heffingen invoert, als schuldenaar wordt aangeduid, dienen deze niet in de maatstaf van heffing van de levering of dienst te worden opgenomen voor de berekening van de Btw.
Hetgeen voorafgaat is van toepassing op de aanrekening van de "federale bijdrage elektriciteit" en de "federale bijdrage gas".
Overeenkomstig artikel 21bis, § 1, van de Wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt (BS 11 mei 1999), wordt een "federale bijdrage elektriciteit" geheven ter financiering van sommige openbare dienstverplichtingen en van de kosten verbonden aan de regulering van en de controle op de elektriciteitsmarkt. Tot 31 maart 2014 voorzag dit artikel in een specifieke bepaling dat de "federale bijdrage elektriciteit" onderworpen was aan Btw. Bij artikel 7 van de Wet van 15 mei 2014 houdende uitvoering van het pact voor competitiviteit, werkgelegenheid en relance werd deze specifieke bepaling evenwel met ingang van 1 april 2014 geschrapt (BS 22 mei 2014).
De "federale bijdrage elektriciteit" is overeenkomstig voornoemd artikel 21bis, § 1, verschuldigd door de op Belgisch grondgebied gevestigde eindafnemers en dit op elke kWh die zij voor eigen gebruik van het net afnemen. De netbeheerder is belast met de inning van de federale bijdrage en factureert deze daartoe aan de houders van een toegangscontract en aan de distributienetbeheerders die deze kunnen doorrekenen aan hun eigen klanten voor zover zij niet zelf de van het net afgenomen kWh verbruiken, en dit totdat voornoemde bijdrage uiteindelijk gefactureerd wordt aan de eindverbruiker.
Aangezien uit het voorgaande blijkt dat de op Belgisch grondgebied gevestigde eindafnemer moet beschouwd worden als de schuldenaar, dient voornoemde federale bijdrage bij het doorrekenen te worden aangemerkt als een voorschot in de zin van artikel 28, 5°, van het Btw-Wetboek en behoort zij bijgevolg niet tot de maatstaf van heffing voor de berekening van de Btw die verschuldigd is over de elektriciteitsleveringen, indien zij afzonderlijk op de factuur wordt vermeld. Een passende vermelding dient op de factuur te worden aangebracht (bijvoorbeeld: "voorschot in de zin van artikel 28, 5°, van het Btw-Wetboek").
Volledigheidshalve wordt opgemerkt dat de bij Koninklijk Besluit van 24 maart 2003 (BS 28 maart 2003) voorziene vermeerderingen van voornoemde federale bijdrage met in voorkomend geval:
- 0,1% voor de dekking van de administratiekosten van de netbeheerder;
- 0,4% voor de dekking van de administratieve en financiële kosten van het elektriciteitsbedrijf dat de federale bijdrage factureert aan de eindafnemer;
- 0,7% om het gedeelte van de gefactureerde federale bijdrage dat niet volledig zou gestort worden door de eindafnemer aan het elektriciteitsbedrijf dat hem de federale bijdrage aanrekende, te compenseren;
niet dienen te worden aangemerkt als de tegenprestatie van een afzonderlijke handeling, noch als een element van de maatstaf van heffing van de levering van elektriciteit. Aangezien deze vermeerderingen inherent zijn aan de doorrekening van voornoemde federale bijdrage en gelet op de geringe omvang ervan wordt aanvaard dat ze worden aangemerkt als een component van het bedrag van de federale bijdrage dat een voorschot is in de zin van voornoemd artikel 28, 5°.
Hetgeen voorafgaat is mutatis mutandis van toepassing ten aanzien van de "federale bijdrage gas" geheven overeenkomstig artikel 15/11 van de Wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige producten en andere door middel van leidingen. Dit artikel werd met ingang van 1 april 2014 gewijzigd bij artikel 4 van de Wet van 26 maart 2014 tot wijziging van voornoemde wet van 12 april 1965 (BS 1 april 2014) derwijze dat de wet vanaf dat tijdstip elke eindafnemer op het Belgische grondgebied aanduidt als schuldenaar van deze bijdrage en dit op de hoeveelheden aardgas, aangevoerd langs het aardgasvervoersnet, vervoersnet of door middel van een directe leiding, die hij voor eigen gebruik afneemt.
De beheerder van het aardgasvervoersnet is belast met de inning van bedoelde "federale bijdrage gas" en factureert daartoe de federale bijdrage voor de toegang tot zijn net aan de houders van een vervoerscontract die deze doorrekenen aan hun eigen afnemers, voor zover zij niet zelf het van het net afgenomen aardgas verbruiken, en dit totdat voornoemde bijdrage uiteindelijk gefactureerd wordt aan de eindverbruiker.
Voornoemde wetswijzigingen zijn van toepassing met ingang van 1 april 2014 en hebben aldus betrekking op de vanaf die datum verrichte elektriciteits- en gasleveringen. De federale bijdragen met betrekking tot de vanaf dat tijdstip opgemaakte jaar- of slotafrekeningen worden eveneens omgeslagen op basis van de synthetische lastprofielen (SLP) voor elektriciteit en gas.
Niettemin wordt opgemerkt dat sommige netbeheerders gelet op de laattijdige publicatie van deze wetswijzigingen praktische informaticamoeilijkheden kunnen ondervinden om voornoemde federale bijdragen reeds vanaf 1 april 2014 afzonderlijk op hun facturen te vermelden. In dat geval zijn deze begrepen in de prijs van voornoemde elektriciteits- en gasleveringen. De Btw geheven van voornoemde federale bijdragen is in voorkomend geval aftrekbaar in hoofde van de medecontractant van die netbeheerders.
De Administratie aanvaardt tijdens een overgangsperiode die eindigt op 30 september 2014 dat het niet afzonderlijk vermelden van de federale bijdrage elektriciteit of gas door de netbeheerders op de factuur, niet belet dat deze federale bijdragen bij de doorrekening ervan door de leveranciers van gas en elektriciteit aan hun klanten als voorschot in de zin van voornoemd artikel 28, 5°, van het Btw-Wetboek worden aangemerkt.
J. MARCKX
Adviseur-generaal