Beslissing nr. E.T. 125.040 wordt irrelevant vanaf 11.12.2023 aangezien de daarin voorziene tolerantie nu voorkomt in § 4 van afdelingen XXIIIbis en XXXV van Tabel A van de bijlage bij Koninklijk Besluit nr. 20, zoals gewijzigd door de artikelen 28 en 29 van de wet van 23.11.2023 houdende diverse bepalingen inzake de BTW. Er wordt ook verwezen naar punt 2.10 van circulaire 2024/C/74 van 28.11.2024 betreffende de wijzigingen aangebracht aan het Btw-Wetboek en koninklijke besluiten door de wet van 23.11.2023 houdende diverse bepalingen inzake belasting over de toegevoegde waarde en houdende bijzondere invorderingsregels van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 en het koninklijk besluit van 17.12.2023 tot wijziging van de koninklijke besluiten nrs. 1, 2, 2bis, 3, 14, 19, 22, 31, 41 en 44 met betrekking tot de belasting over de toegevoegde waarde en tot uitstel van de datum van inwerkingtreding van de wet van 12 maart 2023 tot modernisering van de btw-ketting en van de inning van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen binnen de FOD Financiën.
Algemene Administratie van de Fiscaliteit – Operationele Expertise en Ondersteuning
Dienst BTW
Belasting over de toegevoegde waarde
Btw-tarieven
Rubrieken XXIIIbis en XXXV van tabel A van de bijlage bij het KB nr. 20 van 20.07.1970 inzake btw-tarieven - versoepeling toepassing § 4 van voormelde rubrieken.
Sinds 1.10.2000 kunnen instellingen met sociaal oogmerk voor het leveren van goederen alsook voor het verrichten van diensten, onder welbepaalde strikte voorwaarden, het verlaagd btw-tarief van 6% toepassen en dit krachtens respectievelijk de rubrieken XXIIIbis en XXXV van tabel A van de bijlage bij het KB nr. 20 van 20.07.1970 inzake btw-tarieven.
Zodra de bedoelde instellingen niet meer voldoen aan het geheel van de gestelde voorwaarden van een van voormelde rubrieken voor de toepassing van het verlaagd btw-tarief verliezen deze van rechtswege het voordeel van deze bijzondere regeling voor alle handelingen die zij verrichten en die behoren tot diezelfde rubriek (zie § 4 van de voornoemde rubrieken). De instellingen kunnen daarentegen verder het verlaagd btw-tarief toepassen voor de handelingen beoogd in de andere rubriek van de bijzondere regeling, voor zover uiteraard voldaan is aan alle voorwaarden gesteld in laatstgenoemde rubriek.
Om tegemoet te komen aan de maatschappelijke noden en behoeften bieden echter meer en meer van de voornoemde instellingen een ruimer gamma van handelingen aan welke steeds meer leidt tot het verlies van de toepassing van de rubrieken XXIIIbis en/of XXXV.
Dit is onder meer het geval zodra deze instellingen hun werkzaamheden niet langer beperken tot de in de desbetreffende rubriek XXIIIbis of XXXV beoogde leveringen en diensten (bv. de verkoop van gratis verkregen kleding, het herstellen van fietsen, strijkdiensten), maar ook leveringen en diensten verrichten die uitdrukkelijk uitgesloten zijn van § 1 van de voornoemde rubrieken (zoals bv. de levering van bromfietsen; het verrichten van werk in onroerende staat) en/of leveringen verrichten van goederen die wel bedoeld zijn maar die aanvankelijk werden aangekocht en dus niet voldoen aan de voorwaarde gesteld in § 3, 1,° van rubriek XXIIIbis (zijnde niet gratis aan huis bij particulieren of ondernemingen opgehaald of op een andere manier).
Met ingang vanaf 1.01.2016 aanvaardt de administratie dat in die gevallen en voor zover de andere voorwaarden van de voormelde rubrieken vervuld zijn, ze hierdoor niet langer de toepassing van het verlaagd btw-tarief verliezen voor alle gestelde handelingen die tot die bepaalde rubriek behoren. De leveringen en diensten die beoogd zijn in de voornoemde rubrieken, voor zover ook de andere voorwaarden gesteld in de voormelde rubrieken zijn vervuld, kunnen dus voortaan verder het verlaagd btw-tarief van 6% blijven genieten overeenkomstig respectievelijk de rubrieken XXIIIbis of XXXV. Enkel de in voormelde § 1 uitgesloten leveringen en diensten, alsook de leveringen van niet gratis verkregen goederen gaan vanaf dan hun eigen en afzonderlijk regime volgen (bv. 21% voor de verkoop van bromfietsen; 21% voor de verkoop van aangekochte kleding; een van de verlaagde btw-tarieven in de onroerende sector, voor zover de overige voorwaarden zijn vervuld, voor het verrichten van werk in onroerende staat).
Jozef MARCKX
Adviseur-generaal