Algemene Administratie van de Fiscaliteit - Operationele Expertise en Ondersteuning
Dienst BTW
Belasting over de toegevoegde waarde
Beslissing BTW nr. E.T.124.559 dd. 11.09.2014
Belasting over de toegevoegde waarde
Entrepot ander dan douane-entrepot
Btw-entrepot
Vrijstelling art. 39quater van het Btw-Wetboek
Onderhavige beslissing handelt over de btw-toepassing ten aanzien van de overbrenging van goederen van het ene btw-entrepot naar een ander btw-entrepot door de eigenaar (Circulaire AOIF nr. 14/2003, Hoofdstuk 6, afdeling 3, nrs. 174 tem 180).
De vrijstelling van artikel 39quater van het Btw-Wetboek is de omzetting in het nationaal recht van de in artikel 157 van de Richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 geboden mogelijkheid bijzondere maatregelen te nemen ten einde de handelingen verricht onder de regeling Btw-entrepot niet aan de belasting te onderwerpen.
Naar aanleiding van diverse vragen van vergunninghouders btw-entrepot inzake de btw-toepassing bij de overbrenging van goederen die zich onder de regeling btw-entrepot bevinden, vanuit een btw-entrepot naar een andere locatie in België, al dan niet erkend als btw-entrepot, werden de bepalingen opgenomen in afdeling 3 van het Hoofdstuk 6 van de circulaire nr. 14/2003 "Verzending van goederen van een btw-entrepot naar een ander btw-entrepot in België" herbekeken.
De wegneming van de goederen uit het Btw-entrepot beëindigt de regeling btw-entrepot (z. nr. 24 en 104 van de circulaire nr. 14/2003). Dit is het geval ongeacht deze wegneming geschiedt ingevolge een verkoop van de goederen of om andere redenen én ongeacht of het andere goederen dan accijnsgoederen of accijnsgoederen betreft (uitgezonderd het geval waarbij de accijnsgoederen niet in verbruik gesteld worden).
De beëindiging van de regeling btw-entrepot heeft tweeërlei gevolgen.
1. Gevolgen inzake de btw-regularisatie van de handeling(en) voorafgaand aan de wegneming van de goederen (z. artikel 7, §3 van het Koninklijk Besluit nr. 54 van 25 februari 1996)
Er moet een btw-regularisatie doorgevoerd worden wanneer de laatste koper/eigenaar van de goederen deze goederen wegneemt uit het btw-entrepot los van elke handelstransactie ter bestemming van België.
Dat is het geval wanneer de eigenaar de eigen goederen wegneemt en opslaat in een andere locatie in België.
2. Gevolgen inzake de continuïteit van de regeling btw-entrepot
Bij de overbrenging van goederen naar een andere locatie in België kunnen de goederen niet steeds opnieuw onder de regeling btw-entrepot geplaatst worden, inzonderheid door de beperkingen die gelden ten aanzien van bepaalde goederen die onder de regeling geplaatst kunnen worden (z. artikel 3, §1 van het Koninklijk Besluit nr.54 en de nrs. 45 tot 52 van de circulaire nr. 14/2003).
In tegenstelling tot ingevoerde goederen waar geen beperkingen inzake opslag gelden , is de plaatsing onder de regeling Btw-entrepot van goederen van communautaire aard beperkt tot de goederen die opgesomd zijn in de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 54 (z. nr. 50 van de circulaire nr. 14/2003).
Indien goederen, opgeslagen in een btw-entrepot bij invoer, worden overgebracht naar een andere locatie, zijn ze van communautaire aard en kunnen de meeste goederen, gelet op de voornoemde beperking, niet meer onder de regeling btw-entrepot geplaatst worden.
De overbrenging van goederen buiten elke handelstransactie om heeft voor de meeste soorten goederen dus tot gevolg dat de regeling btw-entrepot definitief verloren gaat, terwijl de goederen opgeslagen blijven.
Teneinde de voordelen verbonden aan de regeling btw-entrepot niet te laten verloren gaan wanneer een eigenaar van goederen, bijvoorbeeld om economische redenen, beslist om goederen over te brengen naar een andere locatie in België, als gevolg waarvan de regeling btw-entrepot wordt beëindigd, staat de administratie toe dat, voor de toepassing van het bepaalde in de artikelen 3, §1 en 7, §3 van het Koninklijk Besluit nr. 54, de regeling btw-entrepot niet beëindigd maar gecontinueerd wordt bij de wegneming van goederen uit een btw-entrepot (E1) wanneer de volgende voorwaarden voldaan zijn:
- de eigenaar van de goederen blijft eigenaar bij de opslag van de goederen in het tweede btw-entrepot (E2). Het betreft een loutere overbrenging van de eigen goederen van een operator;
- E2 moet erkend zijn als btw-entrepot voor de opslag van de betrokken goederen indien de goederen er direct - zonder de opslag in E1 - zouden zijn opgeslagen. Dit houdt in dat de status van de goederen bij de inslag van E1 bepaalt voor welke goederen E2 moet erkend zijn als btw-entrepot: indien het ingevoerde goederen betreft, moet E2 erkend zijn als btw-entrepot voor de opslag van de desbetreffende invoerde goederen, respectievelijk indien het communautaire goederen en/of accijnsgoederen betreft;
- de vergunninghouder van E1 maakt een bijzonder stuk op waarvan hij één exemplaar bewaart en een tweede afgeeft aan de vergunninghouder van E2. Dit bijzonder stuk dient de volgende gegevens te bevatten :
* de naam, het adres, het Belgisch btw-identificatienummer van de eigenaar van de goederen, of, in voorkomend geval, het globaal nummer BE 796.6, waaronder die eigenaar vertegenwoordigd wordt in E1;
* de naam, het adres en het eigen Belgisch btw -identificatienummer van de vergunninghouder van E1;
* het nummer van de vergunning van het btw-entrepot E2 waarin de goederen worden opgeslagen;
* de status van het btw-entrepot E1 (invoer, communautaire goederen, accijnsgoederen);
* een nauwkeurige omschrijving van de aard, de hoeveelheid en de waarde van de goederen.
* de vermelding: « geen btw-regularisatie overeenkomstig de beslissing nr. E.T. 124.559 dd. 11.09.2014»
- het uitslagdocument van het eerste btw-entrepot (E1), van waaruit de goederen vertrekken, dient te verwijzen naar het bijzonder stuk;
- het opslagdocument van de tweede entrepot (E2), waar naartoe de goederen verplaatst worden, dient te verwijzen naar het bijzonder stuk.
Indien de voorwaarden voldaan zijn bij de overbrenging van de goederen van het ene naar het andere btw-entrepot, heeft dit tot gevolg dat:
- er geen btw-regularisatie moet uitgevoerd worden;
- de goederen onder de regeling btw-entrepot blijven zoals ze dat waren in E1.
Indien deze voorwaarden niet voldaan zijn, dient de btw te worden geregulariseerd en is de regeling btw-entrepot definitief beëindigd.
Onderhavige beslissing is van toepassing op handelingen verricht na 31 augustus 2014.