1. De lidstaten kunnen vrijstelling verlenen voor de volgende handelingen:
a) de invoer van goederen die onder een ander stelsel van entrepots dan dat van douane-entrepots worden geplaatst;
b) de levering van goederen die op hun grondgebied onder een ander stelsel van entrepots dan dat van douane-entrepots worden geplaatst.
2. De lidstaten mogen voor andere goederen dan accijnsproducten niet in een ander stelsel van entrepots dan dat van douane-entrepots voorzien, indien deze goederen bestemd zijn om in het kleinhandelsstadium te worden geleverd.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.
Geconsolideerde tekst gepubliceerd door het Publicatiebureau van de Europese Unie, per artikel opgesplitst en opnieuw opgemaakt · Licentie CC BY 4.0
Rechtspraak
3Europese Unie
3Hof van JustitieC-427/2301.08.2025
Vrijstellingen bij uitvoer, vrijgestelde goederenlevering
Hof van JustitieC-272/1317.07.2014
Zesde richtlijn 77/388 art. 16 en art. 10
Conclusie van de advocaat-generaalC-108/1722.03.2018