Intracommunautaire leveringen · Administratieve beslissingen

Naar de tekst
Juriel

E.T.123.179 27 augustus 2013

Zoeken

Intracommunautaire leveringenIntracommunautaire leveringen – Vrijstelling van artikel 39bis, eerste lid, 1°, van het Verplichte mededeling van het buitenlands btw-identificatienummer waaronder de intracommunautaire verwerving wordt verricht - Europees Hof van Justitie - Zaak C-587/10

https://juriel.be/nl/administratieve-beslissingen/e-t-123-179-intracommunautaire-leveringen-vrijstelling-artikel-39bis-7751

Nummer
E.T.123.179
Datum
27 augustus 2013

Over het document

Verzameling
Administratieve beslissingen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

20 paragrafen

Deze beslissing werd, met ingang van 01.01.2020, opgeheven en vervangen door de Circulaire 2020/C/50 betreffende het btw-stelsel van het B2B intracommunautair handelsverkeer van goederen

Btw beslissing, nr. E.T.123.179, dd. 27.08.2013

Intracommunautaire leveringen - Vrijstelling van artikel 39bis, eerste lid, 1°, van het Btw-Wetboek - Verplichte mededeling van het buitenlands btw-identificatienummer waaronder de intracommunautaire verwerving wordt verricht - Europees Hof van Justitie - Zaak C-587/10

Onder de voorwaarden gesteld in artikel 39bis, eerste lid, 1°, van het Btw-Wetboek wordt vrijstelling van de belasting verleend voor de intracommunautaire levering van goederen die wordt verricht voor een belastingplichtige of voor een niet-belastingplichtige die er in een andere lidstaat dan België toe gehouden is zijn intracommunautaire verwervingen van goederen aan de btw te onderworpen. Die bepaling vormt de omzetting in nationaal recht van artikel 138, lid 1, van Richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006.

Naast het bewijs dat de geleverde goederen vanuit België naar een andere lidstaat worden vervoerd, moet voor de toepassing van de vrijstelling van artikel 39bis, eerste lid, 1°, van het Btw-Wetboek worden aangetoond dat de intracommunautaire levering wordt verricht voor een belastingplichtige of een niet-belastingplichtige rechtspersoon die als zodanig handelt in een andere lidstaat dan België en die ertoe gehouden is zijn intracommunautaire verwervingen van goederen in die lidstaat aan de btw te onderwerpen.

Wat betreft de laatstgenoemde voorwaarde bepaalt artikel 2 van het koninklijk besluit nr. 52 van 29 december 1992 uitdrukkelijk dat de vrijstelling afhankelijk is van het bewijs dat de levering geschiedt voor een belastingplichtige of voor een niet-belastingplichtige rechtspersoon die voor de btw is geïdentificeerd in een andere lidstaat. Om zijn intracommunautaire levering vrij te stellen moet de leverancier dus altijd beschikken over het btw-identificatienummer dat aan zijn medecontractant werd toegekend door een andere lidstaat dan België en waaronder deze medecontractant zijn intracommunautaire verwerving verricht.

Bij zijn arrest van 27 september 2012 (zaak C-587/10 - Vogtländische Strassen-, Tief- und Rohrleitungsbau GmbH) heeft het Europees Hof van Justitie voor recht verklaard dat artikel 28 quater, A, sub a, eerste alinea van de Zesde Btw-Richtlijn van de Raad van 17 mei 1977 (thans artikel 138, lid 1, van Richtlijn 2006/112/EG), zoals dat op het tijdstip van de feiten toepasselijk was, niet eraan in de weg staat dat een lidstaat als voorwaarde voor de vrijstelling van de btw van een intracommunautaire levering stelt dat de leverancier het btw-identificatienummer van de afnemer opgeeft. Het Hof stelt wel dat de vrijstelling niet kan worden geweigerd wegens de loutere niet-naleving van deze verplichting wanneer de leverancier te goeder trouw handelend en na alles te hebben gedaan wat redelijkerwijs van hem kan worden verlangd, dit identificatienummer niet kan opgeven en bovendien aanwijzingen verstrekt waaruit op afdoende wijze kan blijken dat de afnemer een belastingplichtige is die bij de betrokken handeling als zodanig handelt.

Uit het arrest van het Hof blijkt dat de verplichting opgelegd bij artikel 2 van het koninklijk besluit nr. 52 niet strijdig is met het communautair recht en derhalve principieel gehandhaafd blijft, zij het met enige nuance.

Bij de beoordeling van de rechtmatige toepassing van de vrijstelling van btw, bedoeld in artikel 39bis, eerste lid, 1° van het Btw-Wetboek zal de administratie er bijgevolg in de regel steeds vanuit gaan dat de leverancier een btw-identificatienummer van zijn medecontractant in een andere lidstaat dan België moet opgeven.

Om zich te conformeren aan het bedoelde arrest van het Hof, zal de administratie onder de volgende strikte voorwaarden -die gezamenlijk moeten vervuld zijn- uitzonderlijk de bedoelde vrijstelling niet verwerpen wanneer de leverancier, in weerwil van artikel 2 van het koninklijk besluit nr. 52, geen btw-identificatienummer van zijn klant opgeeft:

1° De leverancier moet te goeder trouw hebben gehandeld.

Dit veronderstelt o.m. dat de leverancier:

- redelijkerwijs alles heeft gedaan om zich ervan te vergewissen dat hij niet bij fraude betrokken raakt door de intracommunautaire levering die hij verricht voor een klant die hem, in weerwil van de reglementaire voorschriften, geen btw-identificatienummer meedeelt dat hem in een andere lidstaat werd toegekend. De leverancier mag dus geen passieve houding aannemen, maar moet als een goede huisvader zijn klanten ter zake aan een kritisch onderzoek onderwerpen. Hij moet nagaan of alle gegevens die hem door de afnemer werden verstrekt correct zijn. Zo kan hij zich niet beroepen op de goede trouw wanneer de documenten waarover hij beschikt tegenstrijdig zijn of wanneer hij redelijkerwijs had moeten of kunnen vaststellen dat ze vervalst zijn;

- aantoont alles te hebben gedaan om het btw-identificatienummer van zijn medecontractant in een andere lidstaat te bekomen. De leverancier moet ter zake:

* zijn klant op de hoogte gebracht hebben van het feit dat dit nummer noodzakelijk is om de intracommunautaire levering van de Belgische btw te kunnen vrijstellen ;

* het btw-nummer van zijn klant effectief hebben opgevraagd;

* ingeval van negatief antwoord van zijn klant, deze opdragen het nodige te doen om een btw-identificatienummer aan te vragen;

- aan de administratie de identificatiegegevens mededeelt zowel van zijn klant (naam, adres) aan wie hij een vrijgestelde intracommunautaire levering verricht, als van de goederen die hij hem levert (factuur…).

2° De leverancier moet enerzijds over de nodige aanwijzingen beschikken waaruit afdoende blijkt dat zijn medecontractant een belastingplichtige is of een niet-belastingplichtige rechtspersoon die ertoe gehouden is zijn intracommunautaire verwervingen aan de btw te onderwerpen, en moet anderzijds aantonen dat zijn klant bij de betrokken handeling als dusdanig handelt.

In bepaalde gevallen kunnen de aard en/of de hoeveelheid van de geleverde goederen en/of de privaatrechterlijke status van de afnemer, een aanwijzing vormen van het feit dat de afnemer moet worden aangemerkt als een als zodanig handelende belastingplichtige.

Aangehaalde teksten

5