A. Vrijstelling voor leveringen van goederen
Onverminderd andere communautaire bepalingen verlenen de Lid-Staten onder de voorwaarden die zij vaststellen om een juiste en eenvoudige toepassing van de hierna genoemde vrijstellingen te verzekeren en alle fraude, ontwijking en misbruik te voorkomen, vrijstelling voor:
a) leveringen van goederen in de zin van artikel 5 door de verkoper of door de afnemer of voor hun rekening buiten het in artikel 3 bedoelde grondgebied, maar binnen de Gemeenschap, verzonden of vervoerd, die worden verricht voor een andere belastingplichtige of voor een niet-belastingplichtige rechtspersoon die als zodanig optreedt in een andere Lid-Staat dan die van vertrek van de verzending of het vervoer van de goederen.
Deze vrijstelling is niet van toepassing op leveringen van goederen die worden verricht door belastingplichtigen die in aanmerking komen voor de vrijstellingsregeling van artikel 24 noch op leveringen van goederen die worden verricht voor belastingplichtigen of voor niet-belastingplichtige rechtspersonen die in aanmerking komen voor de afwijking van artikel 28 bis, lid 1, onder a), tweede alinea;
b) leveringen van nieuwe vervoermiddelen, door de verkoper, door de afnemer of voor hun rekening naar de afnemer verzonden of vervoerd, buiten het in artikel 3 bedoelde grondgebied, maar binnen de Gemeenschap, die worden verricht voor belastingplichtigen of voor niet-belastingplichtige rechtspersonen die in aanmerking komen voor de afwijking van artikel 28 bis, lid 1, onder a), tweede alinea, of voor enige andere niet-belastingplichtige;
c) leveringen van accijnsprodukten, door de verkoper, door de afnemer of voor hun rekening naar de afnemer verzonden of vervoerd, buiten het in artikel 3 bedoelde grondgebied, maar binnen de Gemeenschap, die worden verricht voor belastingplichtigen of voor niet-belastingplichtige rechtspersonen die in aanmerking komen voor de afwijking van artikel 28 bis, lid 1, onder a), tweede alinea, wanneer de verzending of het vervoer van de goederen plaatsvindt overeenkomstig artikel 7, leden 4 en 5, of artikel 16 van Richtlijn 92/12/EEG.
Deze vrijstelling is niet van toepassing op leveringen van accijnsprodukten die worden verricht door belastingplichtigen die in aanmerking komen voor de vrijstellingsregeling van artikel 24.
d) leveringen van goederen in de zin van artikel 28 bis, lid 5, onder b), die voor de bovenbedoelde vrijstellingen in aanmerking zouden zijn gekomen indien zij voor een andere belastingplichtige verricht waren.
B. Vrijstelling van intracommunautaire verwervingen van goederen
Onverminderd andere communautaire bepalingen verlenen de Lid-Staten onder de voorwaarden die zij vaststellen om een juiste en eenvoudige toepassing van de hierna genoemde vrijstellingen te verzekeren en alle fraude, ontwijking en misbruik te voorkomen, vrijstelling voor:
a) de intracommunautaire verwervingen van goederen waarvan de levering door belastingplichtigen in ieder geval zou zijn vrijgesteld in het binnenland;
b) de intracommunautaire verwervingen van goederen waarvan de invoer in ieder geval zou zijn vrijgesteld op grond van artikel 14, lid 1;
c) de intracommunautaire verwervingen van goederen waarvoor de afnemer van de goederen op grond van artikel 17, leden 3 en 4, in ieder geval recht zou hebben op volledige teruggave van de belasting over de toegevoegde waarde die krachtens artikel 28 bis, lid 1, verschuldigd zou zijn.
C. Vrijstelling van vervoerdiensten
De Lid-Staten verlenen vrijstelling voor het intracommunautaire vervoer van goederen naar of vanaf de eilanden die de autonome regio's van de Azoren en van Madeira vormen, alsmede voor het vervoer van goederen tussen deze eilanden.
D. Vrijstellingen bij de invoer van goederen
Wanneer uit een derdelandsgebied verzonden of vervoerde goederen in een andere Lid-Staat dan die van aankomst van de verzending of het vervoer worden ingevoerd, verlenen de Lid-Staten vrijstelling voor deze invoer ingeval de levering van deze goederen, verricht door de importeur in de zin van artikel 21, lid 4, vrijgesteld is overeenkomstig het bepaalde onderA.
De Lid-Staten stellen de voorwaarden voor deze vrijstelling vast om een juiste en eenvoudige toepassing ervan te waarborgen en alle fraude, ontwijking en misbruik te voorkomen.
E. Andere vrijstellingen
1. In artikel 16:
— wordt lid 1 vervangen door de volgende tekst:
—
„1. Onverminderd de andere communautaire belastingbepalingen kunnen de Lid-Staten, onder voorbehoud van de in artikel 29 bedoelde raadpleging, bijzondere maatregelen nemen teneinde vrijstelling te verlenen voor de volgende handelingen of sommige daarvan, mits zij geen betrekking hebben op eindgebruik en/of eindverbruik en het bedrag van de belasting over de toegevoegde waarde dat verschuldigd is bij het onttrekken van de goederen aan de onder A tot en met E bedoelde regelingen of situaties overeenkomt met het belastingbedrag dat verschuldigd zou zijn geweest indien elk van deze handelingen in het binnenland was belast:
A. de invoer van goederen die komen te vallen onder een ander stelsel van entrepots dan douane-entrepots;
B. leveringen van goederen
a) die bij de douane worden aangebracht en eventueel tijdelijk worden opgeslagen;
b) die in een vrije zone of een vrij entrepot worden geplaatst;
c) die komen te vallen onder een stelsel van douane-entrepots of onder een stelsel van actieve veredeling;
d) die in de territoriale zee worden toegelaten
— en bestemd zijn voor de bouw, de reparatie, het onderhoud, de verbouwing of de uitrusting van boor- of werkeilanden, dan wel om die boor- of werkeilanden met het vasteland te verbinden;
— voor de bevoorrading van boor- of werkeilanden;
e) die in het binnenland onder een ander stelsel van entrepots dan douane-entrepots komen te vallen.
In de zin van dit artikel worden als andere entrepots dan douane-entrepots beschouwd:
— voor accijnsprodukten, de als belastingentrepots in de zin van artikel 4, onder b), van Richtlijn 92/12/EEG aangemerkte plaatsen,
— voor andere goederen dan accijnsprodukten, de als zodanig door de Lid-Staten aangemerkte plaatsen. De Lid-Staten mogen evenwel niet in een ander stelsel van entrepot dan douane-entrepots voorzien wanneer deze goederen bestemd zijn om in het kleinhandelsstadium te worden geleverd.
De Lid-Staten kunnen een dergelijke regeling evenwel invoeren voor goederen die bestemd zijn voor:
— belastingplichtigen, met het oog op leveringen die worden verricht onder de in artikel 28 duodecies vermelde voorwaarden;
— verkooppunten in de zin van artikel 28 duodecies, met het oog op leveringen aan reizigers die zich via een vlucht of zeereis naar een derde land begeven en die overeenkomstig artikel 15 vrijgesteld zin;
— belastingplichtigen, met het oog op leveringen aan reizigers aan boord van een vliegtuig of schip tijdens een vlucht of zeereis waarvan de plaats van aankomst buiten de Gemeenschap is gelegen;
— belastingplichtigen, met het oog op leveringen die worden verricht met vrijstelling van belasting overeenkomstig artikel 15, punt 10.
De onder a), b), c) en d) bedoelde plaatsen zijn de plaatsen die als zodanig zijn omschreven in de geldende communautaire douanevoorschriften;
C. diensten betreffende de in deel B bedoelde leveringen van goederen;
D. leveringen van goederen en dienstverrichtingen:
a) in de in deel B, onder a), b), c) en d), genoemde plaatsen met handhaving van een van de in die punten genoemde situaties;
b) in de in deel B, onder e), genoemde plaatsen met handhaving, in het binnenland, van de in dat punt genoemde situatie.
Wanneer voor handelingen die worden verricht in een douane-entrepot, gebruik wordt gemaakt van de onder a) bepaalde mogelijkheid, nemen de Lid-Staten de nodige maatregelen om te verzekeren dat zij andere stelsels van entrepots dan douane-entrepots hebben gedefinieerd die de toepassing van het bepaalde onder b) mogelijk maken op dezelfde handelingen met betrekking tot in de lijst van bijlage J opgenomen goederen die worden verricht in die andere entrepots dan douane-entrepots;
E. leveringen:
— van goederen als bedoeld in artikel 7, lid 1, onder a), die nog onderworpen zijn aan een regeling voor tijdelijke invoer met volledige vrijstelling van invoerrechten of aan een regeling voor extern douanevervoer;
— van goederen zoals bedoeld in artikel 7, lid 1, onder b), die nog onderworpen zijn aan de in artikel 33 bis bedoelde regeling voor intern communautair douanevervoer,
alsmede de diensten betreffende deze leveringen.
In afwijking van artikel 21, lid 1, onder a), eerste alinea, is de tot voldoening van de overeenkomstig de eerste alinea verschuldigde belasting gehouden persoon die welke de goederen aan de in dit lid genoemde regelingen of situaties onttrekt.
Wanneer het onttrekken van de goederen aan de in dit lid bedoelde regelingen of situaties aanleiding geeft tot invoer in de zin van artikel 7, lid 3, neemt de Lid-Staat van invoer de nodige maatregelen om dubbele belasting in het binnenland te voorkomen.”
— wordt het volgende lid toegevoegd:
—
„1 bis Wanneer zij van de in lid 1 bedoelde mogelijkheid gebruik maken, nemen de Lid-Staten de nodige maatregelen om te waarborgen dat de intracommunautaire verwervingen van goederen die bestemd zijn om onder één van de in lid 1, deel B, bedoelde regelingen of situaties te worden geplaatst, onder dezelfde bepalingen vallen als de leveringen van goederen die in het binnenland onder dezelfde voorwaarden worden verricht.”
2. Aan artikel 16, lid 2,
— worden de woorden „de intracommunautaire verwerving van goederen door een belastingplichtige,” toegevoegd na de woorden „kunnen de Lid-Staten vrijstellen” en worden de woorden „uit de Gemeenschap,” toegevoegd na de woorden „met het oog op uitvoer”;
— worden de volgende alinea's toegevoegd:
—
„Wanneer zij gebruik maken van deze mogelijkheid en onder voorbehoud van de in artikel 29 bedoelde raadpleging, verlenen de Lid-Staten deze vrijstelling ook voor de intracommunautaire verwerving van goederen door een belastingplichtige, de invoer en de levering van goederen bestemd voor een belastingplichtige met het oog op levering, al dan niet na verwerking, onder de voorwaarden van artikel 28 quater, A, alsmede de diensten in verband met deze leveringen, binnen de grenzen van het bedrag van de leveringen van goederen die door de belastingplichtige onder de voorwaarden van artikel 28 quater, A, in de voorafgaande twaalf maanden werden verricht.
Lid-Staten kunnen een gemeenschappelijke grens vaststellen voor het bedrag van de vrijstellingen die zij op grond van de eerste alinea en op grond van de tweede alinea verlenen.”
.
3. Elke Lid-Staat treft bijzondere maatregelen om intracommunautaire verwervingen van goederen die, in de zin van artikel 28 ter, A, lid 1, op zijn grondgebied worden verricht, niet aan de belasting over de toegevoegde waarde te onderwerpen wanneer:
— de intracommunautaire verwerving van goederen wordt verricht door een niet in het land gevestigde, maar in een andere Lid-Staat voor BTW-doeleinden geïdentificeerde belastingplichtige;
— de intracommunautaire verwerving van goederen wordt verricht met het oog op een volgende levering van deze goederen in het binnenland door deze belastingplichtige;
— de aldus door deze belastingplichtige verworven goederen rechtstreeks uit een andere Lid-Staat dan die waarin hij voor BTW-doeleinden geïdentificeerd is, worden verzonden of vervoerd naar degene voor wie hij de volgende levering verricht;
— degene voor wie de volgende levering is bestemd, een andere belastingplichtige is of een niet-belastingplichtige rechtspersoon, die voor BTW-doeleinden in het land zijn geïdentificeerd;
— degene voor wie de volgende levering is bestemd, overeenkomstig artikel 21, lid 1, onder c), is aangewezen als tot voldoening van de belasting gehouden persoon uit hoofde van de levering die is verricht door de niet in het land gevestigde belastingplichtige.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.
Geconsolideerde tekst gepubliceerd door het Publicatiebureau van de Europese Unie, per artikel opgesplitst en opnieuw opgemaakt · Licentie CC BY 4.0
Rechtspraak
57België
23Hof van CassatieF.13.0077.N22.05.2015
Bewijs, Ontvankelijkheid van het bewijs, Regelmatigheid van het bewijs
Hof van CassatieF.10.0063.N20.10.2011
Vrijstellingen, Intracommunautaire leveringen van goederen, Vrijstellingsvoorwaarden, Bewijsmiddelen
Hof van Cassatie25.09.2009
Intracommunautaire handeling, intracommunautaire levering, bewijs van de intracommunautaire levering
Europese Unie
34Hof van JustitieC-587/1027.09.2012
Belasting over toegevoegde waarde, levering van goederen
Hof van JustitieC-430/0916.12.2010
Vrijstelling voor leveringen van binnen Unie verzonden of vervoerde goederen
Hof van JustitieC-285/0907.12.2010