Beslissing Btw nr. E.T.12.853 dd. 24.01.1974
BTW-Revue, nr. 16, blz. 270
Maatstaf van heffing - prijs en lasten - Voorschotten.
Ingevolge artikel 26, tweede lid van het Wetboek behoren de sommen die een ondernemer van verhuizingen voor verzekeringskosten aan zijn klanten aanrekent, tot de maatstaf van heffing van de voor het vervoer verschuldigde belasting.
Op deze regel wordt slechts een uitzondering gemaakt wanneer het voor verzekeringskosten van de klant gevorderde bedrag kan worden aangemerkt als een voorschot als bedoeld in artikel 28, 5° van het Wetboek. Dit is met name het geval wanneer de twee volgende voorwaarden zijn vervuld:
1° het verzekeringscontract is door bemiddeling van de verhuizer gesloten rechtstreeks tussen de verzekeringsmaatschappij en de klant van de verhuizer;
2° de in het contract vastgestelde premie wordt door de verhuizer afzonderlijk en voor het juiste bedrag aan de klant in rekening gebracht. Onder het juiste bedrag wordt verstaan de verzekeringspremie die werkelijk door de verzekeringsmaatschappij wordt gevorderd.
Wanneer deze premie door de verhuizer aan de klant in rekening wordt gebracht voor een hoger bedrag, dan wordt de belasting berekend over het totale bedrag van de prijs van het vervoer en de als verzekeringskosten aangerekende som, alhoewel het verzekeringscontract gesloten is tussen de verzekeringsmaatschappij en de klant van de verhuizer. Wanneer evenwel het supplement van de premie afzonderlijk aan de klant in rekening wordt gebracht, is de BTW slechts over dat supplement verschuldigd.
Wanneer het premiesupplement afzonderlijk aan de klant in rekening wordt gebracht door de verhuizer, dient het niet als een vergoeding voor een prestatie van een tussenpersoon bij verzekeringen als bedoeld in artikel 113, § 1 van het Wetboek van de met het zegel gelijkgestelde taksen, te worden aangemerkt en is het bijgevolg niet onderworpen aan de taks van 7 pct. die bij deze bepaling wordt gevestigd.