Beslissing Btw, nr. E.T.119.650/2 dd. 23.12.2011
Zie ook de Circulaire AAFisc Nr. 36/2015 (nr. E.T.119.650) dd. 23.11.2015
Algemene Administratie van de Fiscaliteit
Centrale diensten – directie I/7
Wetswijziging op 1 januari 2011
Artikelen 45, § 1quinquies en 19, § 1, van het Btw-Wetboek
Beslissing nr. E.T. 119.650 van 20 oktober 2011
Toepassingsmodaliteiten voor het jaar 2011
1. Middels haar beslissing nr. E.T.119.650 van 20 oktober 2011 heeft de administratie een toelichting gepubliceerd met betrekking tot een wijziging van het Btw-Wetboek die op 1 januari 2011 in werking is getreden en die tot gevolg heeft dat ten aanzien van bedrijfsmiddelen het recht op aftrek dient te worden beperkt wanneer er zowel bedrijfsmatig als privématig gebruik wordt gemaakt van dat bedrijfsmiddel.
2. De administratie heeft er kennis van genomen dat er zich praktische moeilijkheden kunnen voordoen om ten aanzien van bepaalde bedrijfsmiddelen met terugwerkende kracht voor het jaar 2011 het privégebruik vast te stellen. Gelet op het tijdstip van publicatie van voornoemde beslissing werd beslist de inwerkingtreding ervan tijdelijk, in afwachting van een aanvullende toelichting, op te schorten.
De Minister heeft overigens bevestigd dat de beginselen van de beslissing onverminderd geldig blijven, maar dat voor een juiste en uniforme interpretatie ervan een addendum wordt uitgewerkt met de nadruk op de praktische toepassingsmodaliteiten van de beslissing.
3. In afwachting van de publicatie van dat addendum en om de rechtzekerheid van de belastingplichtigen te kunnen waarborgen, behandelt deze toelichting de gevolgen van de opschorting van de beslissing nr. E.T. 119.650 voor de handelingen waarvoor het belastbaar feit zich heeft voorgedaan in de loop van het jaar 2011.
De uit hun aard onroerende bedrijfsmiddelen
4. Ten aanzien van de onroerende bedrijfsmiddelen, beoogd in artikel 9, § 1, laatste lid, van het koninklijk besluit nr. 3 van 10 december 1969, heeft de beslissing nr. E.T. 119.650 volledig uitwerking vanaf 1 januari 2011.
Inderdaad, de praktische moeilijkheden om de verhouding beroepsmatig en privématig gebruik van een bedrijfsmiddel met terugwerkende kracht vast te stellen doen zich niet voor ten aanzien van onroerende bedrijfsmiddelen. Dat gebruik is immers stabiel doorheen de tijd en is bovendien betrekkelijk eenvoudig vast te stellen.
5. Voor zoveel als nodig wordt er aan herinnerd dat:
•artikel 19, § 1, van het Wetboek met ingang van 1 januari 2011 opnieuw van toepassing is op onroerende goederen;
•het standpunt vervat in het punt 3.7. van de circulaire AOIF nr. 5/2005 niet langer van toepassing is (zie punt 3 van de beslissing nr. E.T. 119.650)
6. Er wordt bovendien verwezen naar punt 6.2. van de beslissing nr. E.T. 119.650 wat de principes van inwerkingtreding van artikel 45, § 1quinquies, van het Wetboek betreft.
De andere bedrijfsmiddelen en de diensten die op grond van artikel 48, § 2, aan de herziening zijn onderworpen
7. Wat de andere bedrijfsmiddelen dan de uit hun aard onroerende goederen betreft werd beslist de toepassing van artikel 45, § 1quinquies, van het Wetboek niet te eisen ten aanzien van de bedrijfsmiddelen waarvoor het belastbaar feit zich heeft voorgedaan vóór 1 januari 2012. De regels die van toepassing waren tot 31 december 2010 mogen door de belastingplichtige met andere woorden verder worden toegepast tot 31 december 2011.
De administratieve toegevingen bedoeld in de punten 2.3. en 5.3. van de beslissing nr. E.T. 119.650 zijn in deze veronderstelling bijgevolg niet van toepassing.
8. De administratie kan er zich uiteraard niet tegen verzetten dat een belastingplichtige ervoor opteert om zich vanaf 1 januari 2011 toch te beroepen op het nieuwe artikel 45, § 1quinquies, van het Wetboek, op grond waarvan het recht op aftrek van de btw geheven van de verwerving van een bedrijfsmiddel onmiddellijk wordt beperkt terwijl het voordeel van alle aard dat in voorkomend geval inzake inkomstenbelastingen wordt vastgesteld niet wordt belast (geen toepassing van artikel 19, § 1, van het Wetboek). In deze veronderstelling zijn alle bepalingen van de beslissing nr. E.T. 119.650 van toepassing.
9. De keuze van de belastingplichtige geldt uiteraard voor alle bedrijfsmiddelen andere dan de uit hun aard onroerende goederen waarvoor het belastbaar feit zich in de loop van 2011 voordoet.
Opname in het bedrijfsvermogen van het bedrijfsmiddel
10. De Europese rechtspraak op grond waarvan een belastingplichtige natuurlijke persoon de keuze heeft een bedrijfsmiddel geheel of gedeeltelijk op te nemen in zijn bedrijfsvermogen, zoals toegelicht in het punt 1.3. van de beslissing nr. E.T. 119.650, is uiteraard van toepassing.
11. Hetzelfde geldt wat de verkoop van bedrijfsmiddelen betreft toegelicht in het punt 5 van die beslissing (zie evenwel randnr. 7 van deze toelichting wat punt 5.3. van de beslissing nr. E.T.119.650 betreft).
Gehuurde goederen
12. De tolerantie waarvan sprake in het punt 2.2. van de beslissing nr. E.T.119.650 mag, wat de andere bedrijfsmiddelen dan de uit hun aard onroerende goederen betreft, verder toegepast worden tot 31 december 2011.
Terbeschikkingstelling onder bezwarende titel
13. Wanneer een belastingplichtige een goed ter beschikking stelt van een zaakvoerder, bestuurder of personeelslid betreft het een te belasten verhuur als bedoeld in artikel 18, § 1, tweede lid, 4°, van het Wetboek, behalve wanneer het een krachtens artikel 44, § 3, 2°, van het Wetboek vrijgestelde onroerende verhuur betreft.
14. In afwachting van de publicatie van het addendum (zie randnr. 2 van deze toelichting) moeten de beslissingen nrs. E.T.112.791 van 12 juli 2007 en E.T.112.791/2 van 28 september 2009 verder worden toegepast.