BESLISSING ET110925
Beslissing nr. E.T.110.925 dd. 28.03.2006
Zie ook beslissing nr. E.T.111.180 dd. 10.05.2006
Recht op aftrek - Herziening - Inzamelen van afvalwater - Drinkwatermaatschappij - Rioolinfrastructuur - Gemeente - Publiekrechtelijke vennootschap
De saneringsverplichting die ter uitvoering van Europese, federale en gewestelijke regelgeving inzake afvalwater op de drinkwatermaatschappijen rust, is van kracht vanaf 1 januari 2005.
Indien de gemeenten, intercommunales of vennootschappen van publiek recht reeds de hoedanigheid van belastingplichtige hadden voor de levering van drinkwater, is vanaf deze datum de saneringsverplichting een last van hun belastbare activiteit. Derhalve is de BTW op de vanaf deze datum gemaakte kosten die er betrekking op hebben, aftrekbaar.
Indien de gemeenten of publiekrechterlijke vennootschappen zelf niet instaan voor de levering van drinkwater worden zij belastingplichtige voor het inzamelen en afvoeren van afvalwater wanneer deze diensten kunnen worden aangemerkt als transportdiensten en zij deze diensten onder bezwarende titel verstrekken aan een derde, bijvoorbeeld een drinkwatermaatschappij. Opdat betreffende werkzaamheid als een vervoerdienst van afvalwater ten aanzien van een derde zou kunnen aangemerkt worden, is vereist dat naast de terbeschikkingstelling en het onderhoud van de rioolinfrastructuur, het personeel van deze gemeenten of publiekrechtelijke vennootschappen, of eventueel een onderaannemer die werkt onder hun verantwoordelijkheid, actief tussenkomt bij het inzamelen en afvoeren van het afvalwater. Dat is het geval wanneer, naast het operationeel houden van de infrastructuur (onderhoud en instandhouden van de riolering), bijkomende handelingen worden verricht, zoals het toezicht op en het bedienen van pompstations, persleidingen en overstorten, evenals, in voorkomend geval, maar niet noodzakelijk, de exploitatie van kleinschalige waterzuiveringsinstallaties.
Wanneer het om een vervoerdienst van afvalwater gaat, zijn de gemeenten of publiekrechterlijke vennootschappen ook verantwoordelijk voor zowel de goede staat als de (goede) werking van de infrastructuur zodat hun taak er onder andere eveneens in bestaat maatregelen te treffen om overstorten te vermijden, reservepompen te activeren bij defecten aan de hoofdpompen of verzadigingen van deze laatste te wijten aan hevige regenval.
Deze gemeenten verkrijgen de hoedanigheid van belastingplichtige vanaf het tijdstip waarop de overeenkomst met de drinkwatermaatschappij voor het vervoer van afvalwater effectief werd gesloten.
Wat de herziening in het voordeel van de gemeenten van de aftrek van de BTW geheven van bedrijfsmiddelen, in casu de rioolinfrastructuur, betreft, moet rekening worden gehouden met de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen in de zaak Waterschap Zeeuws Vlaanderen (zaak C- 378/02 van 2 juni 2005). In dat verband wordt verwezen naar de beslissing nr. E.T. 110.412 van 20 december 2005.
De Minister heeft aldus beslist dat de gemeenten die de hoedanigheid van belastingplichtige verkregen vσσr 1 juli 2005 zich nog kunnen beroepen op het vroegere administratieve standpunt dat aan belastingplichtigen de mogelijkheid bood om een gedeelte in aftrek te brengen van de belasting geheven van de verkrijging van een bedrijfsmiddel aangekocht of verkregen toen zij nog niet de hoedanigheid van belastingplichtige hadden (z. parl. vr. van 16 maart 2006 van de heer senator Steverlynck, Plenaire vergaderingen Senaat).
De gemeenten die rekening houdend met hetgeen voorafgaat, de hoedanigheid van belastingplichtige slechts verkregen vanaf 1 juli 2005 kunnen bijgevolg geen herziening in hun voordeel krijgen van de BTW geheven op de bedrijfsmiddelen die ze hebben aangekocht toen ze nog niet de hoedanigheid van belastingplichtige hadden.