Intracommunautaire verwervingen, Niet-belastingplichtige rechtspersonen, Gemengde belastingplichten · Administratieve beslissingen

Naar de tekst
Juriel

E.T.111.180 10 mei 2006

Zoeken

Intracommunautaire verwervingen, Niet-belastingplichtige rechtspersonen, Gemengde belastingplichtenIntracommunautaire verwervingen,Niet-belastingplichtige rechtspersonen,Gemengde belastingplichten,Belastingplichtige gemeenten die gehouden zijn tot het indienen van periodieke aangiften,Overheidslichamen

https://juriel.be/nl/administratieve-beslissingen/e-t-111-180-intracommunautaire-verwervingen-belastingplichtige-rechtspersonen-d0c3

Nummer
E.T.111.180
Datum
10 mei 2006

Over het document

Verzameling
Administratieve beslissingen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

10 paragrafen

Deze beslissing werd, met ingang van 01.01.2020, opgeheven en vervangen door de Circulaire 2020/C/50 betreffende het btw-stelsel van het B2B intracommunautair handelsverkeer van goederen

Beslissing nr. E.T.111.180 dd. 10.05.2006

Intracommunautaire verwervingen - Niet-belastingplichtige rechtspersonen - Gemengde belastingplichten - Belastingplichtige gemeenten die gehouden zijn tot het indienen van periodieke aangiften - Overheidslichamen

Bij beslissing nr. E.T. 110.925 van 28 maart 2006 , heeft de administratie de voorwaarden gepreciseerd waaronder gemeenten of publiekrechtelijke vennootschappen die zelf niet instaan voor de levering van drinkwater, belastingplichtige zijn voor het inzamelen en afvoeren van afvalwater.

De vraag werd gesteld of de beoogde gemeentelijke of publiekrechtelijke instellingen die met betrekking tot een niet-belastbare activiteit intracommunautaire verwervingen van goederen verrichten waarvan de waarde in voorkomend geval het bedrag van de drempel van 11.200 EUR niet overschrijdt in aanmerking komen voor de afwijking bepaald in artikel 25ter, §1, tweede lid, 2° van het BTW-Wetboek.

Elk overheidslichaam (Staat, Gemeenschappen, Gewesten, provincies, agglomeraties, gemeenten, openbare instellingen, …) dat de hoedanigheid van BTW-belastingplichtige heeft verkregen, bekomt een BTW-identificatienummer , en moet periodieke aangiften indienen. Het BTW-identificatienummer dat wordt toegekend aan een overheidslichaam dat de hoedanigheid van BTW-belastingplichtige heeft, stemt overeen met het ondernemingsnummer toegekend door het Rijksregister.

Wanneer een overheidslichaam dat de hoedanigheid van BTW-belastingplichtige heeft voor een deel van zijn activiteiten, goederen koopt in een andere Lid-Staat, is het ertoe gehouden zijn BTW-identificatienummer mede te delen aan zijn buitenlandse leverancier (artikel 53quater, § 1, van het BTW-Wetboek).

Wanneer is voldaan aan de ter zake gestelde voorwaarden, stelt de buitenlandse leverancier zijn intracommunautaire levering vrij van de BTW. Daarnaast is dat overheidslichaam ertoe gehouden al zijn intracommunautaire verwervingen van goederen in België aan de BTW te onderwerpen (artikel 25ter, § 1, eerste lid, van het BTW-Wetboek). De verplichting om de intracommunautaire verwervingen aan de Belgische BTW te onderwerpen geldt niet alleen voor goederen die bestemd zijn voor de belastbare activiteit van dat overheidslichaam, maar ook voor de goederen die bestemd zijn voor de activiteiten waarvoor het niet de hoedanigheid van belastingplichtige heeft (bijvoorbeeld een gemeente koopt in een in een andere Lid-Staat een bedrijfsmiddel aan dat bestemd is voor haar dienst bevolking). De BTW die ingevolge de intracommunautaire verwerving is verschuldigd, dient te worden opgenomen in de periodieke BTW-aangifte.

De aandacht wordt erop gevestigd dat de afwijkende regeling waarbij bepaalde niet-belastingplichtige rechtspersonen hun intracommunautaire verwervingen niet aan de BTW moeten onderwerpen wanneer ze de drempelwaarde van 11.200 EUR niet overschrijden (artikel 25ter, § 1, tweede alinea, van het BTW-Wetboek), nooit van toepassing is ten aanzien van overheidslichamen die de hoedanigheid van belastingplichtige hebben voor een deel van hun activiteiten en die gehouden zijn tot het indienen van periodieke aangiften. Die afwijkende regeling kan uitsluitend worden toegepast door overheidslichamen die als niet-belastingplichtige rechtspersoon worden aangemerkt voor hun volledige activiteit.

In de regel wordt een enig BTW-identificatienummer toegekend per overheidslichaam. Dit nummer stemt overeen met het ondernemingsnummer. Er kan evenwel een nummer worden toegekend aan een entiteit die onder een overheidslichaam ressorteert, wanneer die entiteit duidelijk is afgebakend, ze een eigen administratief bestuur heeft, ze over een budgetaire en financiële autonomie beschikt en een onderscheiden boekhouding voert. Dergelijke entiteit moet gesticht zijn op grond van een wet, een decreet, een koninklijk besluit ,een besluit van de Executieve of op om het even welke andere beslissing van een federale, communautaire, regionale of gedecentraliseerde (provincie of gemeente) overheid. Aan een dergelijke entiteit zal een BTW-identificatienummer worden toegekend beginnend met 902 tot 905. Dit nummer stemt niet overeen met het ondernemingsnummer dat reeds aan het overheidslichaam werd toegekend.

Aangehaalde teksten

2
WBTW art. 25ter3 voorkomens

Administratieve doctrine

1

« BESLISSING ET110925 BESLISSING ET110925 Beslissing nr. E.T.110.925 dd. 28.03.2006 Zie ook beslissing nr. E.T.111.180 dd. 10.05.2006 Recht op aftrek - Herziening - Inzamelen van afvalwater - Drinkwatermaatschappij - Rioolinfrastructuur - Gemeente - Publiekrechtelijke vennootschap De saneringsverplichting die ter uitvoering van Europese, federale en gewestelijke regelgeving inzake … »

Recht op aftrek, Herziening, Inzamelen van afvalwater, Drinkwatermaatschappij, RioolinfrastructuurAdministratieve beslissing28.03.2006

Bekijk het document