Deze beslissing werd opgeheven ingevolge het arrest van het Hof van Cassatie van 17.06.2022 (F.20.0038.F).
Zie BTW-Commentaar – Hoofdstuk 19 “Verjaringen” – Afdeling 11 “Verjaring van de vordering tot teruggaaf van de btw, van de interesten en van de administratieve geldboeten” – 1.Verjaring van de vordering tot teruggaaf – C. Eindpunt van de verjaringstermijn – a. Oorzaak van teruggaaf bedoeld in artikel 76, § 1, van het Btw-Wetboek
Verjaring- Terugbetaling van het creditsaldo van een bijzondere rekening ophet ogenblik van de definitieve afsluiting van de rekening-courantvan de belastingplichtige
Het saldo van de bijzondere rekening vaneen belastingplichtige wiens rekening-courant definitief wordtafgesloten, wordt - onder voorbehoud van een eventueel teverrichten toezicht omtrent de juistheid ervan - in principe steedsterugbetaald zelfs indien de belastingplichtige niet om deterugbetaling heeft verzocht [Z. artikel 8, § 1, 5de en6de lid, van het koninklijk besluit nr. 24 en deartikelen 82, 2de lid en 12, § 2, van hetkoninklijk besluit nr. 4 van 29 december 1969].
Men kan van de belastingplichtige nieteisen dat hij de teruggaaf, die ambtshalve is voorzien, zelf moetvragen, anders gezegd zijn schuldvordering moet "overleggen".
Artikel 82 van het BTW-Wetboek is derhalveniet van toepassing.
Bij gebrek aan een bijzondere afwijkendebepaling ten aanzien van alle schuldvorderingen die niet moetenworden overgelegd, met andere woorden de schuldvorderingen dieambtshalve worden vereffend, is bijgevolg artikel 100, 3°, van degecoördineerde wetten op de Rijkscomptabiliteit van toepassing.
Overeenkomstig deze bepaling zijn deschuldvorderingen die voortvloeien uit de definitieve afsluitingvan de rekening-courant verjaard indien ze niet zijngeordonnanceerd binnen een termijn van 10 jaar te rekenen vanaf de1ste januari van het jaar waarin ze zijn ontstaan, meer bepaald hetjaar van deze afsluiting.