De zaak IBL · Administratieve beslissingen

Naar de tekst
Juriel

E.T.110.129 23 november 2006

Zoeken

De zaak IBL

https://juriel.be/nl/administratieve-beslissingen/e-t-110-129-zaak-ibl-btw-2c43

Nummer
E.T.110.129
Datum
23 november 2006

Over het document

Verzameling
Administratieve beslissingen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

18 paragrafen

Beslissing Btw nr. E.T.110.129 dd. 23.11.2006

De zaak IBL - Inhouding van het belastingkrediet - Teruggaaf van de belasting

In het arrest gewezen op 7 maart 2005 heeft het Hof van Beroep van Brussel in correctionele zaken voor recht verklaard dat het niet is bewezen dat de NV IBL Luxemburg effectief haar toevlucht heeft genomen tot een fraudemechanisme tegenover de Belgische Staat.

Dit arrest is in kracht van gewijsde gegaan.

Gelet op het beginsel dat het gezag van strafrechtelijk gewijsde prevaleert op het civielrechtelijk gewijsde, heeft de Belgische Staat zich neergelegd op burgerrechtelijk vlak. De ontvangen of ingehouden bedragen met betrekking tot de openstaande hoofdschuld in hoofde van de NV IBL Luxemburg zelf werden teruggegeven. Het geding wacht op een uitspraak van de rechtbank die akte zal nemen van het tussen de partijen gesloten akkoord.

De administratie verzaakt derhalve eveneens aan de procedures van de lopende invordering ten laste van de medecontractanten van de NV IBL die hoofdelijk gehouden waren tot de betaling van de belasting.

Ze zal eveneens overgaan tot de beëindiging van de lopende gedingen.

Na het doorhalen van de invorderingsorders, zal de administratie overgaan tot de opheffing van de ingehouden BTW-belastingkredieten en tot de teruggaaf van andere op haar verzoek verrichte betalingen.

Belastingkredieten

Wat de ingehouden BTW-belastingkredieten betreft, zullen de opheffing en de teruggaaf ambtshalve worden verricht door de bevoegde BTW-controlekantoren. Overeenkomstig de artikelen 76, § 1, eerste lid en 91, § 3, van het BTW-Wetboek en in de mate dat de belastingplichtige voor de periode dat deze belastingkredieten zijn ontstaan om de teruggaaf uitdrukkelijk heeft verzocht overeenkomstig artikel 8, § 2, van het koninklijk besluit nr. 4, zal een interest van 0,8 pct. per maand van rechtswege worden betaald, te rekenen vanaf 1 april van het jaar volgend op het jaar waarin deze belastingtegoeden zijn ontstaan.

Andere bedragen ingevorderd door de administratie

Wat de andere bedragen betreft, die op basis van de hoofdelijkheid in onderhavige zaak ingevorderd werden door de administratie, kan, ongeacht of het een gevolg is van een vrijwillige betaling, een beslaglegging met betrekking tot belastingtegoeden, andere dan inzake BTW of andere schuldvorderingen, de teruggaaf in principe enkel plaatsvinden middels een vordering ingesteld bij de bevoegde rechtbank, overeenkomstig artikel 6, tweede lid, van het koninklijk besluit nr. 4 van 29 december 1969 met betrekking tot de teruggaven.

In dat geval kan de moratoire interest beoogd door artikel 91, § 4, van het BTW-Wetboek worden gevorderd tegen de rentevoet in burgerlijke zaken en met inachtneming van de ter zake geldende regelen.

Niettemin en teneinde de nadelen van een dergelijke zware en dure procedure te vermijden, werd beslist dat de betrokken personen hun recht op teruggaaf kunnen verrichten middels een gewone brief gericht aan de eerstaanwezend inspecteur van het controlekantoor waaronder ze ressorteren.

Dit "minnelijk" verzoek tot teruggaaf staat echter de betaling van moratoire interesten beoogd door artikel 91, § 4, van het BTW-Wetboek niet toe.

Verjaring voor de vordering tot teruggaaf

De administratie meent dat, in overeenstemming met een bepaalde doctrine, het burgerrechtelijk geding ingeleid door de NV IBL Luxemburg op 1 december 1995, dat inzonderheid de teruggaaf beoogt van de ten hare laste ingevorderde bedragen, eveneens de verjaring van de vordering tot teruggaaf stuit ten opzichte van de andere hoofdelijke medeschuldenaars.

Derhalve wordt, overeenkomstig artikel 83, § 1, derde lid, van het BTW-Wetboek, de loop van de daaropvolgende verjaring van vijf jaar (artikel 83, § 1, eerste lid) geschorst tot de dag dat de rechterlijke beslissing die akte heeft genomen van het akkoord gesloten tussen de administratie en de NV IBL in kracht van gewijsde zal gaan.

Aangehaalde teksten

5
WBTW art. 913 voorkomens
KB nr. 4 art. 61 voorkomen
KB nr. 4 art. 81 voorkomen
WBTW art. 761 voorkomen
WBTW art. 831 voorkomen