Beslissing Btw nr. E.T.106.031 dd. 30.06.2004
Diensten m.b.t. containers - Vrijgestelde handelingen
De vraag werd gesteld of volgende diensten die voor rekening van exploitanten van containers worden verricht, van de BTW kunnen worden vrijgesteld:
· het ter beschikking stellen van bergruimte voor het stockeren van lege containers, in afwachting van een volgend gebruik ervan;
· het in ontvangst nemen en de afgifte van voornoemde containers;
· het vervoer van lege containers van een containerterminal naar de depots waar ze worden gestockeerd, en vice versa, alsmede het vervoer tussen depots onderling;
· het herstellen en het reinigen van containers;
· de inspectie van containers en de expertise van de eventueel vastgestelde schade.
1. Algemeen
Ingevolge de beslissing nr. E.T. 95.212 van 1 december 1999 (BTW-Revue nr. 151, blz. 433) worden containers, in tegenstelling tot hetgeen voorheen het geval was, niet meer als een vervoermiddel aangemerkt voor de toepassing van de BTW.
Naargelang de omstandigheden waarin ze plaatsvinden kunnen de hiervoor bedoelde diensten of sommige ervan, worden vrijgesteld op grond van sommige bepalingen van de artikelen 40, 41 of 42 van het BTW-Wetboek.
Artikel 40, § 2, 2°, van het BTW-Wetboek voorziet in een vrijstelling voor andere diensten dan die welke zijn vrijgesteld bij toepassing van de artikelen 41 en 42. Deze vrijstelling met algemene draagwijdte vult derhalve de andere, meer specifieke vrijstellingen als het ware aan.
Artikel 41, § 1, 3°, 4° en 5°, voorziet vrijstellingen voor het vervoer van goederen en voor handelingen die met dat vervoer samenhangen.
Artikel 42, § 1, eerste lid, 3°, en §2, eerste lid, 3° van het BTW-Wetboek stellen bepaalde diensten vrij met betrekking tot goederen die bestemd zijn voor de exploitatie van vaartuigen of luchtvaartuigen. Het betreft een specifieke vrijstelling, waardoor ze voorgaat op de vrijstelling van artikel 41 van het Wetboek voor handelingen die tegelijk bedoeld worden in deze beide artikelen.
De beoogde vrijstellingen kunnen uiteraard slechts worden toegepast voor zover de verrichte handeling, overeenkomstig de bepalingen inzake plaatsbepaling bedoeld in artikel 21 van het BTW-Wetboek, geacht wordt in België plaats te vinden.
2. Diensten met betrekking tot containers die zijn vrijgesteld door artikel 42, §§ 1 en 2, van het BTW-Wetboek
Wanneer vaartuigen of luchtvaartuigen, respectievelijk bedoeld in artikel 42, § 1, eerste lid, 1°, a en d, en artikel 42, § 2, eerste lid, 1°, van het Wetboek speciaal ontworpen zijn voor het vervoer van goederen met containers, dan worden die containers aangemerkt als uitrustingsgoederen voor die vaartuigen of luchtvaartuigen en zijn ze aldus begrepen onder de goederen vrijgesteld op grond van artikel 42, § 1, eerste lid, 2°, en § 2, eerste lid, 2°, van het Wetboek.
Artikel 42, § 1, eerste lid, 3°, en § 2, eerste lid, 3°, van het BTW-Wetboek stelt onder meer van de belasting vrij de diensten die tot voorwerp hebben de bouw, de verbouwing, de herstelling, het onderhoud en de verhuur van bedoelde vaartuigen of luchtvaartuigen en de uitrustingsgoederen ervan.
Komen aldus in aanmerking om de vrijstelling bedoeld in artikel 42, § 1, eerste lid, 3°, en in § 2, eerste lid, 3°, van het BTW-Wetboek te kunnen genieten:
· de herstellings- en onderhoudswerkzaamheden aan containers die dienen voor de exploitatie van vaartuigen of luchtvaartuigen die speciaal ontworpen zijn voor het vervoer van goederen met containers, daaronder begrepen de diensten die noodzakelijk zijn voor het in goede staat houden van deze containers (reiniging, ontsmetting, enz.);
· de diensten van experten verricht in het kader van herstellingen en in het kader van het in goede staat brengen of houden van deze containers (veiligheidscontroles, technische controles, schade-expertises ingevolge een brand of een andere ramp, enz).
De vrijstellingen bedoeld in artikel 42, §§ 1 en 2, van het BTW-Wetboek worden uitvoerig becommentarieerd, respectievelijk in de aanschrijving nr. 24 van 29 augustus 1978 en de aanschrijving nr. 6 van 8 april 1983.
Het douanestatuut van containers (niet-communautair of communautair) alsook de douaneregeling waaronder ze zich bevinden (tijdelijke invoer of vrij verkeer) zijn van geen belang voor de toepassing van de vrijstelling bedoeld in artikel 42, § 1, eerste lid, 3°, of § 2, eerste lid, 3°, van het BTW-Wetboek.
De andere diensten aangehaald in limine die betrekking hebben op containers bedoeld in artikel 42, § 1, eerste lid, 2°, en in § 2, eerste lid, 2°, van het BTW-Wetboek, alsook de diensten aan containers, gebruikt bij een zee- of luchtvervoer, waarop de bepalingen van artikel 42, §§1 en 2, van het Wetboek niet van toepassing zijn, worden behandeld in punt 3 hierna.
3. Diensten met betrekking tot containers die zijn vrijgesteld op grond van de artikelen 40 en 41 van het BTW-Wetboek
a ) Containers die zich bevinden onder één van de opschortende regelingen bedoeld in artikel 23, §§ 4 en 5, van het BTW-wetboek
De artikelen 40, § 2, 2°, en 41, § 1, 4° en 5°, van het BTW-Wetboek beogen vrijstellingen voor diensten met betrekking tot goederen die zich bevinden onder één van de opschortende regelingen bedoeld in artikel 23, §§ 4 en 5, van het BTW-Wetboek.
In dat opzicht wordt opgemerkt dat containers die ten aanzien van de invoerrechten niet in het vrije verkeer zijn, zich normaliter onder een regeling van tijdelijke invoer met volledige vrijstelling van invoerrechten als bedoeld in artikel 23, § 4, 2°, van het BTW-Wetboek bevinden, wanneer ze het douanegebied van de Gemeenschap worden binnengebracht.
Overeenkomstig artikel 557, § 1, van de Verordening (EEG) nr. 2454 van de Commissie van 2 juli 1993 wordt volledige vrijstelling van invoerrechten verleend voor de tijdelijke invoer van containers die de douanestatus van niet-communautaire goederen hebben en die op een daartoe geschikte en goed zichtbare plaats, op duurzame wijze, van de volgende gegevens zijn voorzien:
· de naam van de eigenaar of exploitant, voluit geschreven of afgekort, indien deze afkorting door veelvuldig gebruik voldoende bekend is; emblemen en vlaggen mogen niet worden gebruikt;
· met uitzondering van wissellaadkisten die in het gecombineerde rail-wegvervoer worden gebruikt, de identificatiekenmerken of -nummers die de eigenaar of de exploitant aan de container heeft toegekend; het tarragewicht van de container met inbegrip van de vaste uitrusting; en
· met uitzondering van de containers die in het luchtverkeer worden gebruikt, het land waar de container thuishoort, voluit geschreven of aangegeven door middel van de tweelettercode van de internationale ISO-norm 3166 of 6346, door middel van het landteken voor motorvoertuigen die aan het internationaal wegverkeer deelnemen of, in geval van wissellaadkisten die bij het gecombineerd rail-wegvervoer worden gebruikt, door middel van cijfers.
Als algemene regel geldt dat de containers die aan voornoemde voorwaarden voldoen, zonder formaliteiten en zonder borg, vanaf hun binnenkomst in de Gemeenschap onder de regeling tijdelijke invoer zijn geplaatst. De loutere overschrijding van de grens van het douanegebied van de Gemeenschap geldt tegelijkertijd als aangifte voor de tijdelijke invoer van de container, als aanbrengen van de container bij de douane, als aanvaarding van de aangifte door de douane en als vrijgave van de container.
Wanneer op een container de naam van een lidstaat van de Gemeenschap wordt aangegeven als land waar hij thuishoort (z. derde streepje hierboven van onderhavige rubriek), wordt de betreffende container geacht zich in die lidstaat in het vrije verkeer te bevinden. Dit houdt in dat de betrokken container in de regel een regeling van tijdelijke invoer met volledige vrijstelling van invoerrechten niet kan genieten. Laatstgenoemde regeling is namelijk uitsluitend bestemd om het tijdelijk gebruik in de Gemeenschap van niet in het vrije verkeer gebrachte goederen mogelijk te maken.
De communautaire douanereglementering sluit evenwel niet uit dat een container thuishoort in een lidstaat van de Gemeenschap zonder dat hij er in het vrije verkeer is gebracht. Dit is het geval voor de containers waarvan de eigenaar of de exploitant in het douanegebied van de Gemeenschap is gevestigd en die voornamelijk geëxploiteerd worden buiten de Gemeenschap. Ook deze containers kunnen tijdelijk in de Gemeenschap verblijven onder de douaneregeling tijdelijke invoer op voorwaarde dat ze er slechts sporadisch of uitzonderlijk worden geëxploiteerd.
Voorts wordt opgemerkt dat de onder de regeling tijdelijke invoer geplaatste containers overeenkomstig de douanereglementering in dezelfde staat moeten blijven. Herstellingen en onderhoud, met inbegrip van revisie en afstelling, en maatregelen om de containers in goede staat te bewaren of om er voor te zorgen dat zij aan de technische eisen voor gebruik onder die regeling voldoen, zijn echter wel toegestaan zonder dat de goederen aan die douaneregeling moeten worden onttrokken.
Gelet op hetgeen voorafgaat dient, wat de toepassing van de artikelen 40, § 2, 2°, en 41, § 1, 4° en 5°, van het BTW-Wetboek betreft, ervan te worden uitgegaan dat containers die overeenkomstig de hiervoor uiteengezette regels thuishoren in een lidstaat van de Gemeenschap, goederen zijn die, behoudens het door de dienstverrichter te leveren tegenbewijs, de douanestatus hebben van communautaire goederen. Als dusdanig zijn ze uitgesloten van de douaneregeling inzake tijdelijke invoer. De diensten die m.b.t. dergelijke containers worden verricht, kunnen dan ook de vrijstelling bedoeld in de laatstgenoemde twee artikelen van het BTW-Wetboek niet genieten (z. evenwel punt 3, b) hierna).
Daarentegen mag worden aangenomen dat containers die een derde land als thuisbasis hebben, zich in de Gemeenschap onder een douaneregeling van tijdelijke invoer bevinden, behoudens wanneer zou blijken dat ze om één of andere reden in de Gemeenschap in het vrije verkeer werden gebracht. De diensten die m.b.t. die niet-communautaire containers worden verricht en die niet reeds zijn vrijgesteld op grond van artikel 42, §§ 1 en 2 van het BTW-Wetboek (z. punt 2 hiervoor), komen derhalve in aanmerking voor de vrijstellingen van de artikelen 40, § 2, 2°, en 41, § 1, 4° en 5°, van dat zelfde Wetboek.
Op grond van artikel 41, § 1, 4° en 5°, van het BTW-Wetboek kunnen de volgende diensten van de BTW worden vrijgesteld wanneer ze betrekking hebben op containers die zich onder een regeling van tijdelijke invoer met volledige vrijstelling van invoerrechten bevinden:
· de terbeschikkingstelling van bergruimte voor lege containers;
· het vervoer van lege containers van de containerterminal naar het depot en vice versa, alsmede het vervoer tussen de depots onderling;
· de inontvangstneming en, bij analogie, de afgifte van de containers;
· de inspectie en de expertise van de containers;
De diensten m.b.t. tot containers die zich onder een regeling van tijdelijke invoer met volledige vrijstelling van invoerrechten bevinden en die niet zijn bedoeld in artikel 41, § 1, 4° en 5° van het BTW-Wetboek, kunnen van de belasting worden vrijgesteld op grond van artikel 40, § 2, 2°, van datzelfde wetboek op voorwaarde dat die handeling is toegelaten in het kader van voornoemde douanereglementering. In casu vallen de herstelling en de reiniging van containers onder deze bepaling.
b ) Containers die zich niet bevinden onder één van de opschortende regelingen bedoeld in artikel 23, §§ 4 en 5, van het BTW-Wetboek
Bepaalde handelingen m.b.t. containers die zich niet bevinden onder één van de opschortende regelingen bedoeld in artikel 23, §§ 4 en 5, van het BTW-Wetboek (z. punt 3, a) hiervoor), en die niet bedoeld zijn in artikel 42, §§ 1 en 2 kunnen eventueel worden vrijgesteld bij toepassing van artikel 41, § 1, 3° en 5° van dat wetboek (z. punt 2 hiervoor).
Op grond van artikel 41, § 1, 3°, van het BTW-Wetboek wordt vrijstelling van BTW verleend voor het vervoer van goederen dat rechtstreeks verband houdt met de uitvoer van goederen buiten de Gemeenschap. Onder dergelijk vervoer wordt voor de toepassing van artikel 41, § 1, 3°, van het BTW-Wetboek verstaan, alle vervoer van goederen, wanneer vaststaat dat ze van bij de aanvang van het vervoer bestemd zijn om naar een plaats buiten de Gemeenschap te worden overgebracht en ze zich op dat tijdstip in dezelfde staat bevinden als op het tijdstip waarop ze de buitengrens van de Gemeenschap zullen overschrijden.
Het vervoer van containers die van het depot naar de containerterminal worden gebracht om er, leeg of gevuld, te worden verzonden naar een derde land, kan dus worden vrijgesteld op grond van het in het vorig lid genoemde artikel.
Overeenkomstig artikel 41, § 1, 5°, van het BTW-Wetboek wordt bovendien vrijstelling van de BTW verleend voor de in die bepaling opgesomde handelingen die rechtstreeks verband houden met het vervoer dat is vrijgesteld op grond van het bepaalde in § 1, 3°, van dat artikel.
Komen bijgevolg eventueel in aanmerking voor de toepassing van artikel 41, § 1, 5° van het BTW-Wetboek:
· de terbeschikkingstelling van bergruimte voor lege containers;
· de inontvangstneming en, bij analogie, de afgifte van die containers;
· de inspectie en de expertise van de containers.
Vermits de reiniging en de herstelling van een container geen rechtstreeks verband houdt met het vervoer (cfr nr. 20 van de aanschrijving nr. 11/1997), komen die handelingen niet in aanmerking voor de toepassing van de vrijstelling bedoeld in artikel 41, § 1, 5°, van het BTW-Wetboek.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.