Beslissing Btw nr. E.T.100.909 dd. 28.01.2002
Aansluitingskosten van water, electriciteit en gas
De kosten van aansluiting op het water-, elektriciteits- en aardgasnet worden in de relatie tussen de distributiemaatschappij en de eigenaar beschouwd als kosten die hoewel afzonderlijk aangerekend, noodzakelijk en inherent zijn aan de levering van respectievelijk water, elektriciteit of gas zodat zij in die relatie een element van de prijs van die levering vormen. In dat geval is de aansluiting op het waternet onderworpen aan het BTW-tarief van 6 pct., aangezien gewoon natuurlijk water geleverd door middel van waterdistributie bij toepassing van rubriek XIII, van tabel A van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20, aan dit tarief onderworpen is.
In de relatie tussen de toevallige oprichter en de koper van een nieuw gebouw kunnen deze kosten, indien doorgerekend, evenwel niet aangemerkt worden als element van de prijs van de levering van water, gas of elektriciteit aangezien er in die relatie geen levering van water, gas of elektriciteit plaatsvindt. In deze relatie dienen ze aangemerkt te worden als handelingen die hebben bijgedragen tot de oprichting van het gebouw en die aldus deel uitmaken van de verkoopprijs van het gebouw. Bijgevolg zijn ze aan de BTW onderworpen tegen het voor het geleverde gebouw van toepassing zijnde tarief, naar gelang het geval 6, 12 of 21 pct., zelfs indien ze afzonderlijk aan de koper worden aangerekend. Het feit dat de distributiemaatschappij eigenaar blijft van de aansluitingen doet daaraan geen afbreuk. De in het vorige lid bedoelde BTW kan derhalve overeenkomstig artikel 4 van het koninklijk besluit nr. 14 door de toevallige oprichter in aftrek gebracht worden naar aanleiding van de verkoop van het nieuw gebouw, voor zover hij in het bezit is van een factuur waarin de distributiemaatschappij het bedrag van de aansluitingskosten apart aangerekend heeft.
Ook in de relatie tussen een beroepsoprichter en de koper van een nieuw gebouw kunnen deze kosten bezwaarlijk als een element van de prijs van de levering van water, gas of elektriciteit aangemerkt worden zodat, zelfs indien de aansluitingskosten op het waternet afzonderlijk worden aangerekend, ze aan de BTW onderworpen zijn tegen het tarief dat van toepassing is voor het gebouw. Om de aftrek te kunnen uitoefenen dient de beroepsoprichter eveneens in het bezit te zijn van een factuur waarin de distributiemaatschappij het bedrag van de aansluitingskosten apart aangerekend heeft.