Koninklijk besluit nr. 7, artikel 9 · Koninklijke besluiten

Naar de tekst
Juriel

nr. 7 9 01.07.2021

Zoeken
Van kracht

Koninklijk besluit nr. 7, artikel 9Koninklijk besluit nr. 7, van 29 december 1992, met betrekking tot de invoer van goederen voor de toepassing van de belasting over de toegevoegde waarde.

https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-7-artikel-e6a2

Besluit
nr. 7
Artikel
9
Van kracht sinds
01.07.2021

Over het document

Verzameling
Koninklijke besluiten
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

2 paragrafen

lid 1De voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde wordt vastgesteld op het voor de geadresseerde bestemde exemplaar van de aangifte ten verbruik tenzij de belasting wordt voldaan op de wijze bedoeld in artikel 7, § 1, derde lid of § 2.

lid 2Voor iedere geadresseerde moet afzonderlijk een aangifte worden opgemaakt. Die aangifte vermeldt benevens de naam, het adres en eventueel het BTW-identificatienummer van de geadresseerde in België, ook alle gegevens welke nodig zijn voor de heffing van de belasting.

lid 3Wanneer de geadresseerde een BTW-eenheid is in de zin van artikel 4, § 2, van het Wetboek, moet die aangifte, in afwijking van het bepaalde in het vorige lid, de naam, het adres en het in artikel 50, § 1, eerste lid, 6°, of § 2, tweede lid, van het Wetboek bedoelde sub-BTW-identificatienummer van het betrokken lid dat de invoer verricht vermelden, alsook alle gegevens die nodig zijn voor de heffing van de belasting.

§ 2

Wanneer de invoer plaatsvindt met vrijstelling van de belasting of met voldoening van de belasting tegen een tarief dat lager is dan het hoogste dat voor het ingevoerde goed verschuldigd kan zijn, moet de aangever in de aangifte de wettelijke, reglementaire of administratieve bepaling vermelden waarbij de vrijstelling of de voldoening van de belasting tegen een lager tarief wordt geregeld.

Aangehaalde teksten

2
KB nr. 7 art. 71 voorkomen
WBTW art. 41 voorkomen

Administratieve doctrine

9

« … zelf. De regeling van de verlegging van heffing bij invoer moet dan ook worden toegepast in hoofde van de btw-eenheid en niet in hoofde van haar leden afzonderlijk. Niettegenstaande het feit dat de btw-eenheid de geadresseerde bij invoer is, bepaalt artikel 9, §1, derde lid , van het koninklijk besluit nr. 7 dat op de invoeraangifte de naam, het adres en het sub-btw-identificatienummer moeten vermeld worden van het betrokken lid dat de invoer heeft verricht. De regels uiteengezet in de punten 9 tot en met 47 van onderhavige … »

Circulaire AAFisc nr. 25/2013 d.d. 27.06.2013 (E.T.123.777)Omzendbrief27.06.2013§ 1

Wetgeving

1

6 documenten hangen aan een welbepaald punt van het artikel, 4 verwijzen naar geen enkel bijzonder punt. De koppeling wordt in de tekst van de documenten gelezen.

Bekijk de 10 documenten

Opeenvolgende versies

4 versies eerste op 01.01.1993
Van krachtWijzigingBron
01.07.2021van kracht§ 1, eerste lid, werd gewijzigdKB 29.06.2021, B.S. 01.07.2021
01.01.2010§ 1, derde lid, werd gewijzigdKB 09.12.2009, B.S. 17.12.2009
21.04.2008§ 1, derde lid, werd ingevoegdKB 06.04.2008, B.S. 11.04.2008
01.01.1993het artikel werd ingevoerdKB 29.12.1992