lid 1De belasting verschuldigd ter zake van de intracommunautaire verwerving van een vervoermiddel waarvoor de in artikel 1 bedoelde bijzondere aangifte moet worden ingediend, moet worden voldaan vóór het verstrijken van de maand die volgt op deze waarin het belastbaar feit plaatsvindt.
lid 2Wanneer de opeisbaarheid van de belasting blijkt uit de in artikel 1 bedoelde bijzondere aangifte, moet de belasting worden voldaan op het tijdstip waarop die aangifte wordt ingediend. De betaling dient te gebeuren in speciën aan de ontvanger van het douanekantoor waar de in artikel 1 bedoelde bijzondere aangifte werd ingediend of door overschrijving op de postrekening van dit kantoor of op een andere wijze bepaald door of vanwege de Minister van Financiën in de door of namens hem te bepalen gevallen.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.
Opeenvolgende versies
4 versies eerste op 01.01.1993| Van kracht | Wijziging | Bron |
|---|---|---|
| 01.12.2025van kracht | tweede lid, werd gewijzigd | KB 06.11.2025, B.S. 19.11.2025 |
| 01.01.2025 | het artikel werd aangevuld met een lid | KB 29.09.2024, B.S. 23.10.2024 |
| 01.12.1994 | het artikel werd vervangen | KB 22.11.1994 |
| 01.01.1993getoond | het artikel werd ingevoerd | KB 29.12.1992 |