Koninklijk besluit nr. 31, artikel 3 · Koninklijke besluiten

Naar de tekst
Juriel

AR 31 01.01.2002 - 31.03.2019 het artikel werd ingevoerd KB 02.04.2002

Zoeken
Niet meer van kracht

Koninklijk besluit nr. 31, artikel 3Deze versie is vervangen. De geldende tekst staat op de pagina van het artikel.

https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-31-artikel-3c6a/versie-2002-01-01

Artikel
AR 31
Periode
01.01.2002 - 31.03.2019
Wijziging
het artikel werd ingevoerd
Bron
KB 02.04.2002

Tekst

6 paragrafen 0 punten van kracht van 01.01.2002 tot 31.03.2019

lid 1De aansprakelijke vertegenwoordiger bedoeld in artikel 1 of de vooraf erkende persoon bedoeld in artikel 2 moet bekwaam zijn om contracten aan te gaan, in België gevestigd zijn, voldoende solvabel zijn om de door het Wetboek of ter uitvoering ervan aan belastingplichtigen opgelegde verplichtingen na te komen en aanvaarden de belastingplichtige te vertegenwoordigen.

lid 2Door of vanwege de Minister van Financiën wordt de solvabiliteit van de aansprakelijke vertegenwoordiger of van de vooraf erkende persoon beoordeeld rekening houdend met hun verplichtingen.

lid 3Indien de aansprakelijke vertegenwoordiger of de vooraf erkende persoon niet voldoende solvabel is, wordt een zekerheid gevraagd tot waarborg van de invordering van al wat opeisbaar zou kunnen worden aan belasting, geldboeten, interesten en kosten ten laste van de vertegenwoordigde belastingplichtige(n). Ze wordt periodiek herzien rekening houdend met de verplichtingen van de aansprakelijke vertegenwoordiger of de vooraf erkende persoon.

lid 4Het bedrag van de zekerheid wordt vastgesteld op ten hoogste een vierde van de belasting die door de niet in België gevestigde belastingplichtige verschuldigd is over een periode van twaalf kalendermaanden. In het geval van vertegenwoordiging onder een globaal nummer door een vooraf erkende persoon, wordt de zekerheid vastgesteld op ten hoogste tien pct. van de verschuldigde belasting voor het geheel van de vertegenwoordigde belastingplichtigen.

lid 5Wanneer een vooraf erkende persoon beschikt over twee globale nummers, zal het bedrag van de zekerheid worden bepaald in functie van het geheel van de verrichte handelingen onder de twee nummers en zal het zonder onderscheid, geheel of gedeeltelijk, kunnen worden gebruikt om de invordering van de verschuldigde sommen te verzekeren voor de handelingen verricht onder het een of het andere van deze twee nummers.

lid 6De zekerheid kan bestaan uit een hypotheek in eerste rang op in België gelegen onroerende goederen, een borgtocht in speciën, een borgtocht in effecten of een persoonlijke borgstelling van een verzekeringsonderneming of van een bank of private spaarkas die hun activiteiten in België uitoefenen.

Opeenvolgende versies

3 versies eerste op 01.01.2002
Van krachtWijzigingBron
01.10.2021van krachthet artikel werd vervangenKB 29.06.2021, B.S. 01.07.2021
01.04.2019het derde lid, werd gewijzigdKB 17.03.2019, B.S. 08.04.2019
01.01.2002getoondhet artikel werd ingevoerdKB 02.04.2002