lid 1Voor ieder kalenderjaar wordt het algemeen verhoudingsgetal voorlopig vastgesteld aan de hand van het bedrag van de handelingen die in de loop van het vorige jaar werden verricht. Wanneer een dergelijke referentie ontbreekt of niet relevant is, wordt het verhoudingsgetal voorlopig door de belastingplichtige geraamd uitgaande van de exploitatievooruitzichten.
lid 2Het definitieve verhoudingsgetal wordt voor ieder jaar vastgesteld uiterlijk op 20 april van het volgende jaar.
lid 3Wanneer het definitieve verhoudingsgetal groter is dan het voorlopig verhoudingsgetal, mag de belastingplichtige een bijkomende aftrek verrichten gelijk aan het verschil tussen de aftrek berekend overeenkomstig het definitieve verhoudingsgetal en de aftrek berekend overeenkomstig het voorlopig verhoudingsgetal. In het tegenovergestelde geval moet de belastingplichtige een bedrag aan belasting terugstorten gelijk aan het vastgestelde verschil.
lid 4Ieder verhoudingsgetal moet worden verantwoord in een berekeningsblad dat gevoegd wordt bij de eerste aangifte waarin dat verhoudingsgetal wordt aangewend.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.
Opeenvolgende versies
3 versies eerste op 01.01.1971| Van kracht | Wijziging | Bron |
|---|---|---|
| 01.01.2024van kracht | het artikel werd vervangen | KB 17.12.2023, B.S. 22.12.2023 |
| 18.09.2001 | vierde lid, vervangen | KB 05.09.2001 |
| 01.01.1971getoond | het artikel werd ingevoerd | KB 10.12.1969 |