Onder voorbehoud van de toepassing van artikel 8, § 1 van dit besluit worden op de in de artikelen 2 tot 7 aangegeven wijze betaald:
de belasting over de toegevoegde waarde waarvan de opeisbaarheid blijkt uit de periodieke aangifte bedoeld in artikel 53, eerste lid, 3°, van het Wetboek;
de administratieve geldboeten voor het te laat indienen van die aangifte;
de administratieve geldboeten en de interest verschuldigd overeenkomstig artikel 91, § 1 van het Wetboek, voor het te laat betalen van de belasting waarvan de opeisbaarheid uit diezelfde aangifte blijkt;
de maandelijkse voorschotten op de belasting waarvan de opeisbaarheid uit de kwartaalaangifte zal blijken.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.
Opeenvolgende versies
7 versies eerste op 01.01.1993| Van kracht | Wijziging | Bron |
|---|---|---|
| 10.04.2021van kracht | 4°, werd opgeheven | KB 29.03.2021, B.S. 31.03.2021 |
| 05.12.2019 | de inleidende zin, werd gewijzigd | KB 07.11.2019, B.S. 25.11.2019, pg 108072 |
| 01.04.2019 | 3°, werd gewijzigd | KB 17.03.2019, B.S. 08.04.2019, pg 35699 |
| 01.04.2017 | 4°, werd vervangen | KB 16.02.2017, B.S. 23.02.2017 |
| 01.01.2013 | 2° en 3°, werden gewijzigd | KB 30.04.2013, B.S. 08.05.2013, pg 26764 |
| 01.01.2004 | 1°, werd gewijzigd | KB 20.02.2004, B.S. 27.02.2004 |
| 01.01.1993getoond | het artikel werd ingevoerd | KB 29.12.1992 |