Koninklijk besluit nr. 22, artikel 6 · Koninklijke besluiten

Naar de tekst
Juriel

AR 22 01.01.2022 - 31.12.2023 het eerste lid, werd gewijzigd KB 27.12.2021, B.S. 31.12.2021

Zoeken
Niet meer van kracht

Koninklijk besluit nr. 22, artikel 6Deze versie is vervangen. De geldende tekst staat op de pagina van het artikel.

https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-22-artikel-b03d/versie-2022-01-01

Artikel
AR 22
Periode
01.01.2022 - 31.12.2023
Wijziging
het eerste lid, werd gewijzigd
Bron
KB 27.12.2021, B.S. 31.12.2021

Wat op die datum veranderde

1 gewijzigde passage op 2 1 ingevoegd woord 4 geschrapte woorden

Vergeleken met de versie van 01.04.2014

Wat de FOD erover zegt : De tekst van KB nr. 22, artikel 6, eerste lid, werd gewijzigd (Art. 12, KB 27.12.2021, B.S. 31.12.2021 - Ed. 2, pg. 127787, Numac: 2021043671) met ingang van 01.01.2022 (Art. 14, KB 27.12.2021

Naar de tekst van deze versie

Tekst

2 paragrafen 0 punten van kracht van 01.01.2022 tot 31.12.2023

lid 1De landbouwondernemer wiens werkzaamheid slechts gedeeltelijk onderworpen is aan de bijzondere regeling van artikel 57 van het Wetboek, en die, krachtens artikel 2, § 2, ten aanzien van het andere gedeelte van die werkzaamheid onderworpen is aan de normale regeling van de belasting of aan de bijzondere regeling van geschrapte tekst: de artikelen einde van de schrapping. ingevoegde tekst: artikel einde van de invoeging. 56 geschrapte tekst: of 56bis einde van de schrapping. van het Wetboek, wordt geacht zijn werkzaamheid uit te oefenen in twee onderscheiden sectoren overeenstemmend met ieder van die twee gedeelten. Alleen de handelingen verricht in de tweede sector onder de normale regeling van de belasting of onder de forfaitaire regeling van artikel 56 van het Wetboek, geven recht op aftrek in de zin van de artikelen 45 tot 49 van het Wetboek.

gewijzigd

lid 2De door hem voortgebrachte goederen die de landbouwondernemer gebruikt voor het uitoefenen van zijn werkzaamheid in die tweede sector, worden geacht door hem aan die sector te zijn geleverd. Hij moet voor die leveringen uiterlijk de vijfde werkdag na de maand waarin het belastbaar feit zich heeft voorgedaan een stuk opmaken waarin hij vermeldt de aard en de hoeveelheid van de geleverde goederen, de prijs die hij zou hebben verkregen indien hij die goederen in het groot had verkocht en het bedrag van de forfaitaire compensatie berekend over die prijs tegen het tarief van 2 pct. indien het gaat om hout en tegen het tarief van 6 pct. indien het gaat om andere goederen. Dat bedrag mag hij dan in aftrek brengen overeenkomstig de artikelen 45 tot 49 van het Wetboek indien hij voor de tweede sector onderworpen is aan de normale regeling van de belasting of aan de forfaitaire regeling van artikel 56, van het Wetboek.

Opeenvolgende versies

5 versies eerste op 01.07.1971
Van krachtWijzigingBron
01.01.2024van krachthet eerste lid, werd vervangenKB 17.12.2023, B.S. 22.12.2023
01.01.2022getoondhet eerste lid, werd gewijzigdKB 27.12.2021, B.S. 31.12.2021
01.04.2014het eerste lid, werd vervangen en tweede lid, gewijzigdKB 27.11.2014, B.S. 08.12.2014
01.01.1993het artikel werd vervangenKB 14.04.1993, B.S. 30.04.1993
01.07.1971het artikel werd gewijzigdKB 11.06.1971, B.S. 18.06.1971