Koninklijk besluit nr. 20, artikel 1bis/1 · Koninklijke besluiten

Naar de tekst
Juriel

AR 20 01.04.2022 - 31.07.2022 het artikel werd ingevoegd met ingang van 01.04.2022 t.e.m. 30.09.2022 KB 23.03.2022, B.S. 30.03.2022

Zoeken
Niet meer van kracht

Koninklijk besluit nr. 20, artikel 1bis/1Deze versie is vervangen. De geldende tekst staat op de pagina van het artikel.

https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-20-artikel-1bis-b113/versie-2022-04-01

Artikel
AR 20
Periode
01.04.2022 - 31.07.2022
Wijziging
het artikel werd ingevoegd met ingang van 01.04.2022 t.e.m. 30.09.2022
Bron
KB 23.03.2022, B.S. 30.03.2022

Tekst

2 paragrafen 0 punten van kracht van 01.04.2022 tot 31.07.2022

§ 1

In afwijking van artikel 1 wordt vanaf 1 april 2022 tot en met 30 september 2022 onderworpen aan het verlaagd tarief van zes pct., de levering van aardgas en van warmte via warmtenetten in het kader van het contract waarvoor, met het oog op de afsluiting ervan, door de afnemer-natuurlijke persoon geen ondernemingsnummer is meegedeeld.

§ 2

lid 1Het toe te passen btw-tarief voor de tot uiterlijk 30 april 2022 gefactureerde of aangerekende voorschotten mag het tarief zijn dat van kracht is vóór de tariefwijziging op 1 april 2022, zelfs als die geheel of gedeeltelijk betrekking hebben op een levering van aardgas of van warmte via warmtenetten vanaf 1 april 2022.

lid 2Het toe te passen btw-tarief voor de vanaf 1 mei 2022 tot en met 30 september 2022 gefactureerde of aangerekende voorschotten is het tarief dat van kracht is op het tijdstip van de facturering of aanrekening van deze voorschotten, zelfs als die geheel of gedeeltelijk betrekking hebben op een levering van aardgas of van warmte via warmtenetten vanaf 1 oktober 2022.

lid 3Voor de definitieve heffing van de btw op de eindafrekening die betrekking heeft op de periode die aanvangt vóór en eindigt na het tijdstip van de tariefwijziging op 1 april 2022 dan wel op de periode die aanvangt vóór en eindigt na het tijdstip van de tariefwijziging op 1 oktober 2022, wordt de maatstaf van heffing met betrekking tot het volledige daadwerkelijke verbruik tijdens die periode per onderscheiden btw-tarief omgeslagen en dit rekening houdend met dat verbruik vóór en na het tijdstip van de betrokken tariefwijziging.

lid 4De berekening van het verbruik met het oog op de in het derde lid bedoelde omslag per btw-tarief, wordt, indien de gegevens omtrent het daadwerkelijke verbruik niet beschikbaar zijn vóór de opmaak van de eindafrekening door de leverancier, uitgevoerd aan de hand van het in de aardgasmarkt vastgelegde verbruiksprofiel dat per uur van een volledig jaar het relatieve gebruik weergeeft van een bepaald type van afnemers-natuurlijke personen.

Opeenvolgende versies

4 versies eerste op 01.04.2022
Van krachtWijzigingBron
01.04.2023van krachtvervallen – het artikel was van toepassing t.e.m. 31.03.2023W 21.12.2022, B.S. 29.12.2022
01.01.2023het artikel werd gewijzigdW 21.12.2022, B.S. 29.12.2022
01.08.2022het artikel werd vervangenKB 27.06.2022, B.S. 30.06.2022
01.04.2022getoondhet artikel werd ingevoegd met ingang van 01.04.2022 t.e.m. 30.09.2022KB 23.03.2022, B.S. 30.03.2022