De belastingplichtige die onderworpen is aan de forfaitaire regeling is gehouden:
met het oog op het opstellen van zijn periodieke aangiften, een stuk op te maken met de berekening van zijn omzet volgens de forfaitaire grondslagen van aanslag;
de regularisatie van de belasting die voortvloeit uit de wijzigingen die in de forfaitaire grondslagen van aanslag van het vorige jaar krachtens artikel 7, derde lid, zijn aangebracht, in voorkomend geval op te nemen in de aangifte in te dienen uiterlijk op 20 oktober van ieder jaar en een stuk op te maken ter verantwoording van het bedrag van die herziening.
Deze stukken dienen ter inzage te worden gelegd op ieder verzoek van de bevoegde ambtenaar van de dienst bedoeld in artikel 1, § 1, tweede lid.
In afwijking van artikel 3, eerste lid, van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992 met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde, is de belastingplichtige ervan ontheven een stuk op te maken voor de vaststelling van in artikel 12, § 1, eerste lid, 1° en 2°, van het Wetboek bedoelde handelingen die betrekking hebben op goederen die in aanmerking worden genomen voor de toepassing van de forfaitaire regeling.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.
Opeenvolgende versies
2 versies eerste op 01.01.2019| Van kracht | Wijziging | Bron |
|---|---|---|
| 01.01.2025van kracht | het eerste lid, 2°, werd vervangen | W 29.09.2024, B.S. 23.10.2024 |
| 01.01.2019getoond | het artikel werd ingevoerd | KB 19.12.2018, B.S. 31.12.2018 |