lid 1Iedere uitsluitend in België gevestigde belastingplichtige, die gebruikmaakt van de in artikel 58quater van het Wetboek bedoelde bijzondere regeling en die vanuit België intracommunautaire afstandsverkopen van goederen verricht, waarvan het totale bedrag, exclusief btw, samen met het totale bedrag, exclusief btw, van de diensten bedoeld in artikel 21bis, § 2, 9°, tweede lid, b), van het Wetboek, tijdens het voorgaande en lopende kalenderjaar de drempel van 10.000 euro niet heeft overschreden, wordt geacht ervoor te kiezen de plaats van de door hem vanuit België verrichte intracommunautaire afstandsverkopen van goederen te bepalen in de lidstaat van aankomst van de verzending of het vervoer van de goederen.
lid 2De in het eerste lid bedoelde keuze gaat in:
1°wanneer de belastingplichtige de bijzondere regeling bedoeld in artikel 58quater nog niet gebruikt: op de dag dat de bijzondere regeling van toepassing is overeenkomstig artikel 57 quinquies van de Uitvoeringsverordening (EU) nr. 282/2011 van de Raad van 15 maart 2011 houdende vaststelling van maatregelen ter uitvoering van Richtlijn 2006/112/EG betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde;
2°wanneer de belastingplichtige de bijzondere regeling bedoeld in artikel 58quater van het Wetboek al gebruikt: vanaf de eerste door de belastingplichtige vanuit België verrichte intracommunautaire afstandsverkoop van goederen of de eerste door de belastingplichtige verrichte dienst bedoeld in artikel 21bis, § 2, 9°, tweede lid, b), van het Wetboek.
lid 2In de gevallen dat de belastingplichtige die bijzondere regeling al toepast vóór 1 juli 2021, gaat de keuze in op die datum.
lid 3De in het eerste lid bedoelde keuze geldt tot 31 december van het tweede jaar volgend op de in het tweede of derde lid bedoelde datum. De keuze blijft evenwel van toepassing zolang de belastingplichtige van de in artikel 58quater van het Wetboek bedoelde regeling gebruikmaakt en neemt een einde op de dag dat de belastingplichtige niet langer van de bijzondere regeling gebruikmaakt.
lid 4Deze keuze geldt eveneens om de plaats van de diensten bedoeld in artikel 21bis, § 2, 9°, tweede lid, b), van het Wetboek te bepalen in de lidstaat waar de ontvanger van de dienst is gevestigd of waar hij zijn woonplaats of gebruikelijke verblijfplaats heeft.
§ 2
lid 1Iedere uitsluitend in België gevestigde belastingplichtige, die geen gebruikmaakt van de in artikel 58quater van het Wetboek bedoelde bijzondere regeling, die vanuit België intracommunautaire afstandsverkopen van goederen verricht, waarvan het totale bedrag, exclusief btw, samen met het totale bedrag, exclusief btw, van de diensten bedoeld in artikel 21bis, § 2, 9°, tweede lid, b), van het Wetboek, tijdens het voorafgaande en het lopende kalenderjaar de drempel van 10.000 euro niet heeft overschreden en die ervoor kiest de plaats van de door hem verrichte intracommunautaire afstandsverkopen te bepalen in de lidstaat van aankomst van de verzending of het vervoer van de goederen, stelt de dienst van de administratie belast met de belasting over de toegevoegde waarde waaronder hij ressorteert bij aangetekende zending van die keuze op de hoogte.
lid 2Deze zending vermeldt:
1°de naam of de maatschappelijke benaming van de belastingplichtige en het adres van zijn administratieve hoofdzetel of de maatschappelijke zetel alsook het identificatienummer dat hem door de lidstaat van identificatie werd toegekend voor de toepassing van de belasting over de toegevoegde waarde;
2°de lidstaten van aankomst van de verzonden of vervoerde goederen ter bestemming waarvan de belastingplichtige de in het eerste lid bedoelde handelingen verricht;
3°de datum alsook de naam en de hoedanigheid van de ondertekenaar.
lid 2De overeenkomstig het eerste lid gemaakte keuze gaat in op de datum van de aangetekende zending en geldt tot 31 december van het tweede jaar dat op die datum volgt.
lid 3Deze keuze geldt eveneens om de plaats van de diensten bedoeld in artikel 21bis, § 2, 9°, tweede lid, b), van het Wetboek te bepalen in de lidstaat waar de ontvanger is gevestigd of waar hij zijn woonplaats of gebruikelijke verblijfplaats heeft.
lid 1De in paragraaf 2 bedoelde belastingplichtige doet aangifte volgens de modaliteiten van de mededeling van de keuze bedoeld in de paragraaf 2, eerste en tweede lid, van de overschrijding van de drempel van 10.000 euro, bedoeld in artikel 15, § 2, tweede lid, 3°, van het Wetboek, vanaf de eerste handeling, in haar geheel beschouwd, waardoor de drempel is overschreden en van de datum vanaf wanneer die overschrijding plaatsvond.
lid 2De belastingplichtige is evenwel van die verklaring ontslagen wanneer een dergelijke verklaring in de loop van het voorafgaande kalenderjaar werd ingediend of wanneer hij in de loop van één van de twee voorafgaande kalenderjaren of in het lopende kalenderjaar de keuze bedoeld in dit artikel heeft gemaakt.
lid 3De minister van Financiën of zijn gemachtigde bepaalt de vorm en de manier waarop de verklaring wordt gedaan.