§ 1
lid 1Iedere belastingplichtige die de bijzondere regeling bedoeld in artikel 58quater van het Wetboek toepast of wenst toe te passen maakt de keuze bedoeld in artikel 21bis, § 2, 9°, vierde lid, van het Wetboek, door de administratie daarvan op de hoogte te brengen op het elektronische adres dat daarvoor door de minister van Financiën of zijn gemachtigde is gecreëerd.
lid 2De keuze gemaakt overeenkomstig het eerste lid door een belastingplichtige bedoeld in artikel 58quater, § 3, van het Wetboek, gaat in op de dag dat de bijzondere regeling bedoeld in artikel 58quater van het Wetboek van toepassing is overeenkomstig artikel 57 quinquies van de uitvoeringsverordening (EU) Nr. 282/2011 van de Raad van 15 maart 2011 houdende vaststelling van maatregelen ter uitvoering van Richtlijn 2006/112/EG betreffende het gemeenschappelijke stelstel van belasting over de toegevoegde waarde. In de gevallen dat de belastingplichtige die bijzondere regeling al toepast, gaat de optie in op 1 januari van het jaar waarvoor de optie werd uitgeoefend.
lid 3De overeenkomstig het eerste lid gemaakte keuze geldt tot 31 december van het tweede jaar volgend op die datum.
§ 2
lid 1De belastingplichtige bedoeld in artikel 58quater, § 2, van het Wetboek die de bijzondere regeling bedoeld in artikel 58quater van het Wetboek niet wenst toe te passen maakt de keuze bedoeld in artikel 21bis, § 2, 9°, vierde lid, van het Wetboek, door de dienst van de administratie waaronder hij ressorteert bij aangetekende zending van die keuze op de hoogte te brengen.
lid 2Die brief moet vermelden:
de naam of de maatschappelijke benaming van de belastingplichtige en het adres van diens administratieve of maatschappelijke hoofdzetel, alsmede het identificatienummer dat hem krachtens artikel 50 van het Wetboek werd toegekend voor de toepassing van de belasting over de toegevoegde waarde;
de lidstaat of de lidstaten waar de diensten overeenkomstig artikel 21bis, § 2, 9°, eerste lid, van het Wetboek plaatsvinden en waarvoor de keuze wordt gemaakt;
het identificatienummer dat aan de belastingplichtige in die lidstaat of lidstaten werd toegekend voor de toepassing van de belasting over de toegevoegde waarde;
de datum vanaf wanneer de keuze ingaat;
de datum, alsook de naam en de hoedanigheid van de ondertekenaar.
De overeenkomstig het eerste lid gemaakte keuze gaat in op datum van de aangetekende zending bedoeld in het eerste lid en geldt tot 31 december van het tweede jaar volgend op die datum.
§ 3
lid 1Iedere belastingplichtige dient bij de bevoegde dienst van de administratie een verklaring in van het overschrijden van de drempel bedoeld in artikel 21bis, § 2, 9°, tweede lid, c), van het Wetboek vanaf de eerste handeling, in zijn geheel beschouwd, waardoor de drempel wordt overschreden.
lid 2Zij zijn evenwel van die verklaring ontslagen indien een dergelijke verklaring in de loop van het voorafgaande kalenderjaar werd ingediend of indien zij in de loop van één van de twee voorafgaande kalenderjaren of in het lopende kalenderjaar de keuze bedoeld in artikel 21bis, § 2, 9°, vierde lid, van het Wetboek hebben gemaakt.
lid 3De minister van Financiën of zijn gemachtigde bepaalt de vorm en de manier waarop de verklaring wordt gedaan.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.
Opeenvolgende versies
2 versies eerste op 05.12.2019| Van kracht | Wijziging | Bron |
|---|---|---|
| 01.07.2021van kracht | het artikel werd vervangen | KB 29.06.2021, B.S. 01.07.2021 |
| 05.12.2019getoond | het artikel werd ingevoegd | KB 07.11.2019, B.S. 25.11.2019 |