Koninklijk besluit nr. 1, artikel 1 · Koninklijke besluiten

Naar de tekst
Juriel

AR 1 05.12.2019 - 31.12.2025 het tweede lid, werd ingevoegd KB 07.11.2019, B.S. 25.11.2019

Zoeken
Niet meer van kracht

Koninklijk besluit nr. 1, artikel 1Deze versie is vervangen. De geldende tekst staat op de pagina van het artikel.

https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-1-artikel-a7a5/versie-2019-12-05

Artikel
AR 1
Periode
05.12.2019 - 31.12.2025
Wijziging
het tweede lid, werd ingevoegd
Bron
KB 07.11.2019, B.S. 25.11.2019

Wat op die datum veranderde

1 gewijzigde passage op 17 31 ingevoegde woorden

Vergeleken met de versie van 01.01.2016

Wat de FOD erover zegt : De tekst van KB nr. 1, artikel 1, tweede lid, werd ingevoegd met ingang van 05.12.2019 (Art. 1, KB 07.11.2019, B.S. 25.11.2019, pg. 108072

Naar de tekst van deze versie

Tekst

13 paragrafen 12 punten van kracht van 05.12.2019 tot 31.12.2025

De belastingplichtige, gehouden tot het uitreiken van een factuur op grond van artikel 53, § 2, eerste lid, van het Wetboek, die hierna vermelde leveringen van goederen of diensten verricht voor natuurlijke personen die ze bestemmen voor hun privé-gebruik, reikt een factuur uit wanneer deze handelingen overeenkomstig de artikelen 14, 14bis, 15 en 21bis van het Wetboek in België plaatsvinden, of wanneer, vóór de handeling, de belasting opeisbaar wordt over de gehele of een deel van de prijs van de handeling, bij toepassing van de artikelen 17, § 1, derde lid en 22bis, § 1, derde lid, van het Wetboek :

1°

de leveringen :

a)

van voor personen- of goederenvervoer bestemde nieuwe of tweedehandse landvoertuigen, voorzien van een motor met een cilinderinhoud van meer dan 48 kubieke centimeter of met een vermogen van meer dan 7,2 kilowatt, alsmede hun aanhangwagens, met inbegrip van de auto's voor dubbel gebruik en de kampeerwagens;

b)

van jachten en plezierboten;

c)

van vliegtuigen, watervliegtuigen, hefschroefvliegtuigen, zweefvliegtuigen, vrije of bestuurbare luchtballons en andere dergelijke luchtvaartuigen, ongeacht of ze zwaarder of lichter zijn dan de lucht, met of zonder motor;

2°

de leveringen van goederen bedoeld in artikel 1, § 9, van het Wetboek alsook de vestigingen, overdrachten en wederoverdrachten van zakelijke rechten op zulke goederen die niet overeenkomstig artikel 44, § 3, 1°, van het Wetboek van de belasting zijn vrijgesteld;

3°

de in artikel 20, § 2, vermelde handelingen;

4°

de leveringen van goederen en de diensten bestemd voor de oprichting van een gebouw bedoeld in artikel 64, § 4, van het Wetboek;

5°

de verkopen op afbetaling en de huurkopen;

6°

de leveringen die betrekking hebben op goederen die, gelet op de aard ervan, de wijze waarop zij worden aangeboden, de verkochte hoeveelheden of de toegepaste prijzen, kennelijk bestemd zijn voor een economisch gebruik, alsook de leveringen van goederen van de soort waarin de verkrijger handel drijft of die hij normaal bestemt voor de uitoefening van zijn economische activiteit;

7°

de leveringen verricht in inrichtingen of op plaatsen die normaal niet toegankelijk zijn voor particulieren;

8°

de leveringen verricht door voortbrengers- of grossiersbedrijven;

9°

de leveringen van onderdelen, toebehoren en uitrustingsstukken voor de onder 1° vermelde goederen, alsook de werken, het wassen uitgezonderd, verricht aan deze goederen, met inbegrip van de levering van de goederen die worden verbruikt voor de uitvoering van deze werken, wanneer de prijs, met inbegrip van de belasting over de toegevoegde waarde, meer bedraagt dan 125 euro;

10°

de verrichtingen van verhuizing of meubelbewaring en de bij die handelingen behorende prestaties;

11°

de in artikel 42, § 3, eerste lid, 1° tot 8°, van het Wetboek bedoelde leveringen van goederen en diensten;

12°

leveringen van beleggingsgoud, gedefinieerd in artikel 1, § 8, van het Wetboek, waarvan het bedrag meer dan 2.500 euro bedraagt, waaronder beleggingsgoud dat belichaamd is in certificaten voor toegewezen of niet-toegewezen goud of dat verhandeld wordt op goudrekeningen, en waaronder, in het bijzonder, goudleningen en swaps, die een eigendoms- of vorderingsrecht op beleggingsgoud belichamen, evenals voor handelingen betreffende beleggingsgoud bestaande in future- en termijncontracten die leiden tot de overdracht van een eigendoms- of vorderingsrecht met betrekking tot beleggingsgoud.

lid 2

ingevoegde tekst: In afwijking van het eerste lid, is de belastingplichtige bedoeld in artikel 50, § 4, van het Wetboek ervan ontheven een factuur uit te reiken voor de diensten die hij verricht. einde van de invoeging.

toegevoegd

Opeenvolgende versies

12 versies eerste op 01.01.1993
Van krachtWijzigingBron
01.01.2026van krachteerste lid, inleidende zin werd vervangenKB 08.07.2025, B.S.14.07.2025
05.12.2019getoondhet tweede lid, werd ingevoegdKB 07.11.2019, B.S. 25.11.2019
01.01.2016de inleidende zin, werd vervangenKB 18.12.2015, B.S. 28.12.2015
01.01.2013het werd vervangenKB 19.12.2012, B.S. 31.12.2012
28.03.201111°, werd gewijzigdKB 23.03.2011, B.S. 28.03.2011
01.01.20112° en 4°, werd gewijzigdKB 19.12.2010, B.S. 24.12.2010
01.01.2010de inleidende zin, werd gewijzigdKB 09.12.2009, B.S. 17.12.2009
01.01.2004het artikel werd gewijzigdKB 16.02.2004, B.S. 27.02.2004
01.07.2002het artikel werd gewijzigdKB 26.06.2002
01.01.2000het artikel werd gewijzigdKB 25.02.1996 en Art. 1, KB 30.12.1999
01.01.1996het artikel werd gewijzigdKB 25.02.1996
01.01.1993het artikel werd ingevoerdKB 29.12.1992