§ 1
lid 1De notaris die verzocht wordt een akte op te maken met betrekking tot het vervreemden of het bezwaren met een hypotheek van een voor hypotheek vatbaar goed, is gehouden aan de eigenaar of vruchtgebruiker van dat goed of van een gedeelte ervan te vragen of deze een belastingplichtige is voor de toepassing van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde.
lid 2Indien het antwoord bevestigend luidt, is de notaris die verzocht wordt die akte op te maken persoonlijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting over de toegevoegde waarde en toebehoren die tot een hypothecaire inschrijving aanleiding kunnen geven, indien hij hiervan, op de hierna bepaalde wijze, de door de Koning aangewezen ambtenaar niet in kennis stelt.
lid 3Het bericht moet in tweevoud worden opgemaakt en bij een ter post aangetekende brief worden verzonden. Indien de akte waarvan sprake niet verleden wordt binnen drie maanden te rekenen van de verzending van het bericht, wordt het als niet bestaande beschouwd.
§ 2
De notaris die verzocht wordt een akte op te maken met betrekking tot het vervreemden of het bezwaren met een hypotheek van een voor hypotheek vatbaar goed, is gehouden aan de verschijnende partijen lezing te geven van artikel 61, § 6, en van artikel 73. Op straffe van een geldboete van 200 F moet uitdrukkelijke melding van die voorlezing en van het antwoord van de verschijnende partijen in de akte worden gemaakt.
§ 3
Indien de notaris nalaat de in § 1 bedoelde vraag te stellen, is hij persoonlijk aansprakelijk voor de betaling van de in die paragraaf beoogde belasting over de toegevoegde waarde en toebehoren.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.
Opeenvolgende versies
8 versies eerste op 01.01.1990| Van kracht | Wijziging | Bron |
|---|---|---|
| 01.01.2020van kracht | het artikel werd opgeheven | W 13.04.2019, B.S. 30.04.2019 |
| 30.12.2019 | § 1, eerste lid, inleidende zin, werd vervangen; § 1, eerste lid, 2°, werd gewijzigd; in § 1 werden vier leden ingevoegd tussen het eerste en het tweede lid dat het zesde lid werd, werd gewijzigd | W 23.04.2020, B.S. 11.05.2020 |
| 01.04.2019 | het artikel werd vervangen | W 11.02.2019, B.S. 22.03.2019 |
| 01.03.2007 | § 1, werd vervangen en § 1bis werd opgeheven met ingang van 01.03.2007 | § 1, werd: - Vervangen met ingang van 01.03.2007 bij art. 5, KB 25.02.2007, B.S. 28.02.2007 – Gewijzigd met ingang van 01.04.2007 bij art. 113, W 27.04.2007, B.S. 08.05.2007 |
| 03.05.2003 | § 1, werd gewijzigd en § 1bis werd ingevoegd, met ingang van 03.05.2003 | KB 31.03.2003 |
| 01.01.2002 | de in artikel 93ter opgenomen bedragen in euro uitgedrukt | 9°, KB 20.07.2000 en Art. 42, 5°, KB 13.07.2001 |
| 01.01.1993 | het artikel werd gewijzigd | W 28.12.1992 |
| 01.01.1990getoond | het artikel werd gewijzigd met ingang van 01.01.1990 | W 22.12.1989 |