Artikel 9 van het Belgische Btw-Wetboek · Btw-Wetboek

Naar de tekst
Juriel

9 04.12.1986 - 31.12.1992 Het artikel werd gewijzigd W 04.11.1986, B.S. 05.12.1986

Zoeken
Niet meer van kracht

Artikel 9 van het Belgische Btw-WetboekDeze versie is vervangen. De geldende tekst staat op de pagina van het artikel.

https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-9/versie-1986-12-04

Artikel
9
Periode
04.12.1986 - 31.12.1992
Wijziging
Het artikel werd gewijzigd
Bron
W 04.11.1986, B.S. 05.12.1986

Tekst

3 paragrafen 2 punten van kracht van 04.12.1986 tot 31.12.1992

§ 1

lid 1Dit wetboek verstaat onder goederen, de uit hun aard roerende goederen, alsmede de lichamelijke roerende voorwerpen gebruikt voor de dienst en de exploitatie van onroerende goederen.

lid 2Effecten aan toonder worden niet beschouwd als uit hun aard roerende goederen.

§ 2

De levering van warmte, koude of energie wordt aangemerkt als levering van een goed.

§ 3

Gebouwen, uitgezonderd de grond waarop ze zijn of worden opgericht, worden als goederen aangemerkt :

1°

wanneer ze vóór, tijdens of na de oprichting, doch uiterlijk 31 december van het jaar na dat waarvoor ze voor het eerst zijn opgenomen in het kohier van de onroerende voorheffing, door een in artikel 8 bedoelde belastingplichtige worden vervreemd ingevolge een contract onder bezwarende titel tot overdracht of aanwijzing van eigendom of vruchtgebruik ;

2°

wanneer ze binnen twee jaar te rekenen vanaf het verstrijken van de in 1 bepaalde termijn worden vervreemd ingevolge een contract onder bezwarende titel tot overdracht of aanwijzing van eigendom of vruchtgebruik, door een in artikel 8, § 1, bedoelde belastingplichtige die vóór het verstrijken van diezelfde termijn op de door de Koning te bepalen wijze en onder de door Hem te stellen voorwaarden kennis heeft gegeven van zijn bedoeling de vervreemding te doen met betaling van de belasting. Het bepaalde in dit 2 is slechts van toepassing ten aanzien van gebouwen waarvoor de in 1 bedoelde termijn verstrijkt op 31 december van een van de jaren 1986 en 1987.

lid 2

De datum van het contract kan alleen worden aangetoond door bewijsmiddelen die tegen derden kunnen worden ingeroepen.

lid 3

In dat geval worden de goederen, in afwijking van artikel 45 van het koninklijk besluit van 30 november 1939, bevestigd door de wet van 16 juni 1947 houdende het Wetboek der registratierechten, niet onderworpen aan het registratierecht.

lid 4

Wanneer een belastingplichtige een onroerend goed vervreemdt dat een geheel voltooid of in aanbouw zijnde gebouw bevat, wordt de waarde van de grond en die van het gebouw profisco geschat ten einde de grondslag van de registratierechten en van de belasting over de toegevoegde waarde te bepalen. In geval van betwisting over de schatting van de waarden die respectievelijk onderworpen zijn aan het registratierecht en aan de belasting over de toegevoegde waarde, worden deze bepaald door de ontvanger der registratie.

lid 5

In geen geval mag het totaal van de door de administratie geraamde waarden voor de grond en voor het gebouw meer bedragen dan de verkoopwaarde van het onroerend goed als geheel.

Opeenvolgende versies

3 versies eerste op 04.12.1986
Van krachtWijzigingBron
01.01.2019van krachtHet tweede lid, 2°, werd aangevuldW 14.10.2018, B.S. 25.10.2018
01.01.1993Het artikel werd vervangenW 28.12.1992 en art.1, KB 29.12.1992
04.12.1986getoondHet artikel werd gewijzigdW 04.11.1986, B.S. 05.12.1986