lid 1Onder voorbehoud van wat bepaald is in de artikelen 85, §§ 1 en 2, en 85bis, geschiedt de tenuitvoerlegging van het dwangbevel met inachtneming van de bepalingen van het vijfde deel, titel III, van het Gerechtelijk Wetboek inzake gedwongen tenuitvoerlegging.
lid 2De tenuitvoerlegging van het dwangbevel kan slechts worden gestuit bij door de belastingschuldige gedaan en met redenen omkleed verzet met dagvaarding. Dat verzet wordt bij exploot betekend aan de Staat, meer bepaald aan de ambtenaar die het dwangbevel heeft uitgevaardigd.
lid 3De vordering wordt aanhangig gemaakt bij de rechtbank waaronder het kantoor van die ambtenaar ressorteert.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.
Opeenvolgende versies
4 versies eerste op 01.11.1980| Van kracht | Wijziging | Bron |
|---|---|---|
| 01.01.2020van kracht | het artikel werd opgeheven | W 13.04.2019, B.S. 30.04.2019 |
| 01.04.2019 | het artikel werd vervangen | W 26.11.2018, B.S. 04.12.2018 |
| 01.01.1999 | het 2° lid werd vervangen en het 3° lid werd opgeheven | W 15.03.1999, B.S. 27.03.1999 |
| 01.11.1980getoond | het eerste lid werd ingevoegd | W 08.08.1980, B.S. 15.08.1980 |