Artikel 81bis van het Belgische Btw-Wetboek · Btw-Wetboek

Naar de tekst
Juriel

81bis 06.04.1999 - 28.12.2008 het artikel werd ingevoegd W 15.03.1999

Zoeken
Niet meer van kracht

Artikel 81bis van het Belgische Btw-WetboekDeze versie is vervangen. De geldende tekst staat op de pagina van het artikel.

https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-81bis/versie-1999-04-06

Artikel
81bis
Periode
06.04.1999 - 28.12.2008
Wijziging
het artikel werd ingevoegd
Bron
W 15.03.1999

Tekst

2 paragrafen 3 punten van kracht van 06.04.1999 tot 28.12.2008

§ 1

lid 1Er is verjaring voor de vordering tot voldoening van de belasting, van de interesten en van de administratieve geldboeten, na het verstrijken van het derde kalenderjaar volgend op dat waarin de oorzaak van opeisbaarheid van die belasting, interesten en administratieve geldboeten zich heeft voorgedaan.

lid 2In afwijking van het eerste lid, is er evenwel verjaring na het verstrijken van het vijfde kalenderjaar volgend op dat waarin de oorzaak van opeisbaarheid van de belasting, van de interesten en van de administratieve geldboeten zich heeft voorgedaan, zodra de overtreding bedoeld in de artikelen 70 of 71 begaan is met bedrieglijk opzet of met het oogmerk te schaden.

lid 3In afwijking van het eerste en tweede lid is de bedoelde verjaring er bovendien na het verstrijken van het zevende kalenderjaar volgend op dat waarin de oorzaak van opeisbaarheid zich heeft voorgedaan, wanneer:

1°

een inlichting, een onderzoek of een controle aantoont dat belastbare handelingen niet werden aangegeven in België of dat er onrechtmatige belastingaftrekken werden toegepast en de inlichting werd medegedeeld of verzocht of het onderzoek of de controle werd uitgevoerd of verzocht door, hetzij een andere Lid-Staat van de Europese Unie, overeenkomstig de regels daartoe bepaald in dit Wetboek of in de regelgeving van deze Unie, hetzij een bevoegde overheid van enig ander land waarmee België een overeenkomst heeft gesloten tot het vermijden van dubbele belasting, in verband met de belasting waarop die overeenkomst van toepassing is;

2°

een rechtsvordering aantoont dat, in België, belastbare handelingen niet werden aangegeven of belastingaftrekken werden toegepast met overtreding van de wettelijke en verordeningsbepalingen die erop van toepassing zijn;

3°

bewijskrachtige gegevens, waarvan de administratie kennis heeft gekregen, aantonen dat belastbare handelingen niet werden aangegeven in België of dat er belastingaftrekken werden toegepast met overtreding van de wettelijke en verordeningsbepalingen die daarop van toepassing zijn.

§ 2

Indien de in artikel 59, § 2, bedoelde procedure uitwijst dat de belasting over een ontoereikende maatstaf werd voldaan, verjaart de vordering tot voldoening van de aanvullende belasting, van de interesten, van de administratieve geldboeten en van de procedurekosten, door verloop van twee jaar te rekenen van de laatste daad in die procedure.

Opeenvolgende versies

5 versies eerste op 06.04.1999
Van krachtWijzigingBron
11.12.2023van kracht§ 1, werd aangevuld met een zesde lidW 23.11.2023, B.S. 01.12.2023
01.01.2023*retroactiefW 18.12.2025, B.S. 30.12.2025
14.07.2016§ 1, tweede lid, 1°, werd vervangen en een derde lid werd toegevoegdW 01.07.2016, B.S. 04.07.2016
29.12.2008het artikel werd vervangenW 22.12.2008, B.S. 29.12.2008
06.04.1999getoondhet artikel werd ingevoegdW 15.03.1999