lid 1De Koning bepaalt de formaliteiten en voorwaarden waaraan de teruggaaf onderworpen is, de wijze waarop ze geschiedt en de ambtenaar die ze verricht.
lid 2Hij stelt de minima vast die bereikt moeten zijn opdat op het verzoek om teruggaaf kan worden ingegaan. Wanneer het gaat om teruggaven aan iedere andere persoon dan een belastingplichtige gehouden tot het indienen van periodieke aangiften, stelt Hij deze minima vast overeenkomstig de bepalingen van artikel 7 van de achtste richtlijn, nr. 79/1072, van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 6 december 1979.
lid 3Hij kan bepalen dat geen teruggaaf plaatsvindt als de medecontractant van de leverancier of van de dienstverrichter, of als degene op wiens naam de wegens invoer verschuldigde belasting werd voldaan, een belastingplichtige is die periodieke aangiften indient en de belasting volledig in aftrek mag brengen.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.
Opeenvolgende versies
4 versies eerste op 01.01.1990| Van kracht | Wijziging | Bron |
|---|---|---|
| 10.07.2021van kracht | het vierde lid, werd ingevoegd | W 27.06.2021, B.S. 30.06.2021 |
| 01.01.2010 | het tweede lid, werd gewijzigd | W 26.11.2009, B.S. 04.12.2009 |
| 01.01.1993 | het derde lid, werd gewijzigd | W 28.12.1992 |
| 01.01.1990getoond | het artikel werd gewijzigd | W 22.12.1989 |