Artikel 73sexies van het Belgische Btw-Wetboek · Btw-Wetboek

Naar de tekst
Juriel

73sexies 01.01.2023 - 27.04.2024 het eerste en het tweede lid, werden gewijzigd W 20.11.2022, B.S. 30.11.2022

Zoeken
Niet meer van kracht

Artikel 73sexies van het Belgische Btw-WetboekDeze versie is vervangen. De geldende tekst staat op de pagina van het artikel.

https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-73sexies/versie-2023-01-01

Artikel
73sexies
Periode
01.01.2023 - 27.04.2024
Wijziging
het eerste en het tweede lid, werden gewijzigd
Bron
W 20.11.2022, B.S. 30.11.2022

Wat op die datum veranderde

2 gewijzigde passages op 7 2 ingevoegde woorden 2 geschrapte woorden

Vergeleken met de versie van 09.04.2018

Wat de FOD erover zegt : De tekst van art. 73sexies, eerste en tweede lid, werd gewijzigd (Art. 10, W 20.11.2022, B.S. 30.11.2022, pg. 88145, Numac: 2022034191) met ingang van 01.01.2023 (Art. 38, W 20.11.2022

Naar de tekst van deze versie

Tekst

6 paragrafen 4 punten van kracht van 01.01.2023 tot 27.04.2024

lid 1De personen die als daders of als medeplichtigen van misdrijven bedoeld in de artikelen 73 en 73bis werden veroordeeld, zijn hoofdelijk gehouden tot betaling van de ontdoken belasting en geschrapte tekst: interesten einde van de schrapping. ingevoegde tekst: nalatigheidsinteresten einde van de invoeging. verschuldigd door de oorspronkelijke schuldenaar van de belasting.

gewijzigd

lid 2De personen beschuldigd als daders of als medeplichtigen van misdrijven bedoeld in de artikelen 73 en 73bis zijn eveneens hoofdelijk gehouden tot betaling van de ontdoken belasting en de geschrapte tekst: interesten, einde van de schrapping. ingevoegde tekst: nalatigheidsinteresten, einde van de invoeging. zoals bedoeld in het eerste lid, wanneer de bestanddelen van de misdrijven bewezen verklaard zijn, wanneer ze genieten van :

gewijzigd
1°

een opschorting van de uitspraak van de veroordeling of een uitstel van de tenuitvoerlegging van de straffen voorzien in de wet van 29 juni 1964 betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie;

2°

een veroordeling bij eenvoudige schuldigverklaring voorzien in artikel 21ter van de Voorafgaande titel van het Wetboek van Strafvordering;

3°

de procedure van voorafgaande erkenning van schuld bedoeld in artikel 216 van het Wetboek van Strafvordering;

4°

de verjaring van de strafvordering.

lid 2

De natuurlijke personen of de rechtspersonen zijn burgerlijk en hoofdelijk aansprakelijk voor de geldboeten en kosten die het gevolg zijn van de veroordelingen welke krachtens de artikelen 73 tot 73quater tegen hun aangestelden of hun bestuurders, zaakvoerders of vereffenaars, in het kader van de uitoefening van hun functie, in rechte of in feite, zijn uitgesproken.

Opeenvolgende versies

4 versies eerste op 14.02.1981
Van krachtWijzigingBron
28.04.2024van krachthet tweede lid, 2°, werd gewijzigdW 09.04.2024, B.S. 18.04.2024
01.01.2023getoondhet eerste en het tweede lid, werden gewijzigdW 20.11.2022, B.S. 30.11.2022
09.04.2018het artikel werd vervangenW 26.03.2018, B.S. 30.03.2018
14.02.1981het artikel werd ingevoegdArt .9, W 10.02.1981