Artikel 64 van het Belgische Btw-Wetboek · Btw-Wetboek

Naar de tekst
Juriel

64 01.01.1990 - 31.12.2012 het artikel werd gewijzigd W 22.12.1989

Zoeken
Niet meer van kracht

Artikel 64 van het Belgische Btw-WetboekDeze versie is vervangen. De geldende tekst staat op de pagina van het artikel.

https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-64/versie-1990-01-01

Artikel
64
Periode
01.01.1990 - 31.12.2012
Wijziging
het artikel werd gewijzigd
Bron
W 22.12.1989

Tekst

4 paragrafen 0 punten van kracht van 01.01.1990 tot 31.12.2012

§ 1

Hij die goederen verkrijgt of produceert om ze te verkopen wordt behoudens tegenbewijs geacht de door hem verkregen of geproduceerde goederen te hebben geleverd onder voorwaarden waaronder de belasting opeisbaar wordt.

§ 2

Hij die diensten verricht, wordt behoudens tegenbewijs geacht dat te hebben gedaan onder voorwaarden waaronder de belasting opeisbaar wordt.

§ 3

Wanneer iemand als bedoeld in de §§ 1 of 2, handelingen verricht met betrekking tot goederen of diensten die aan een verschillend tarief onderworpen zijn, dan worden die handelingen behoudens tegenbewijs geacht voor het geheel betrekking te hebben op de goederen of de diensten waarvoor het hoogste tarief geldt.

§ 4

lid 1Behoudens tegenbewijs wordt ieder pas opgericht gebouw geacht door een belastingplichtige geleverd te zijn ter uitvoering van één of meer dienstverrichtingen met betrekking tot een werk in onroerende staat.

lid 2De eigenaar van een gebouw waarvoor deze bepaling geldt, is verplicht de plans en bestekken van dat gebouw, alsmede de facturen betreffende de bouw ervan, te bewaren gedurende vijf jaar vanaf de datum van de betekening van het kadastrale inkomen, en ze ter inzage voor te leggen op ieder verzoek van de ambtenaren die belast zijn met de controle op de heffing van de belasting over de toegevoegde waarde. Wanneer die voorlegging ter inzage niet plaatsvindt, wordt de belasting, behoudens tegenbewijs, geacht niet te zijn voldaan voor de dienstverrichtingen waarvoor geen facturen worden voorgelegd.

lid 3De eigenaar moet daarenboven, uiterlijk binnen drie maand vanaf de datum van de betekening van het kadastrale inkomen, bij de ambtenaar aangewezen door de Minister van Financiën een aangifte indienen die een omstandige opgave bevat van de voor het bouwen ontvangen facturen waarop de belasting over de toegevoegde waarde in rekening werd gebracht.

Opeenvolgende versies

4 versies eerste op 01.01.1990
Van krachtWijzigingBron
01.01.2025§ 4, wordt aangevuld met een vijfde lid opgeheven vóór de inwerkingtredingW 26.01.2021, B.S., 10.02.2021
20.08.2018van kracht§ 4, derde lid, werd vervangen en § 4 werd aangevuld met een vierde lidW 30.07.2018, B.S. 10.08.2018
01.01.2013§ 3enkel Franse tekst
01.01.1990getoondhet artikel werd gewijzigdW 22.12.1989