Artikel 55 van het Belgische Btw-Wetboek · Btw-Wetboek

Naar de tekst
Juriel

55 25.05.2019 - 30.06.2021 § 1, eerste lid, werd vervangen en § 2 werd aangevuld met een lid W 02.05.2019, B.S. 15.05.2019

Zoeken
Niet meer van kracht

Artikel 55 van het Belgische Btw-WetboekDeze versie is vervangen. De geldende tekst staat op de pagina van het artikel.

https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-55/versie-2019-05-25

Artikel
55
Periode
25.05.2019 - 30.06.2021
Wijziging
§ 1, eerste lid, werd vervangen en § 2 werd aangevuld met een lid
Bron
W 02.05.2019, B.S. 15.05.2019

Wat op die datum veranderde

2 gewijzigde passages op 11 218 ingevoegde woorden 71 geschrapte woorden

Vergeleken met de versie van 01.01.2015

Wat de FOD erover zegt : De tekst van art. 55, § 1, eerste lid, werd vervangen en § 2 werd aangevuld met een lid, met ingang van 25.05.2019 (Art. 7, W 02.05.2019, B.S. 15.05.2019, pg. 46586

Naar de tekst van deze versie

Tekst

6 paragrafen 0 punten van kracht van 25.05.2019 tot 30.06.2021

§ 1

lid 1geschrapte tekst: De niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige moet, alvorens in België enige andere handeling te verrichten dan een handeling waarvoor de belasting krachtens artikel 51, § 2, eerste lid, 1°, 2°, 5° en 6°, verschuldigd is door de medecontractant, en andere dan een handeling waarvoor de bijzondere regeling bedoeld in artikel 58ter van toepassing is, door de minister van Financiën of zijn gemachtigde een in België gevestigde aansprakelijke vertegenwoordiger laten erkennen. einde van de schrapping. ingevoegde tekst: Alvorens een niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige in België enige andere belastbare handeling verricht dan een handeling waarvoor de belasting krachtens artikel 51, § 2, eerste lid, 1°, 2°, 5° en 6°, verschuldigd is door de medecontractant, en andere dan een handeling waarvoor de bijzondere regeling bedoeld in artikel 58ter van toepassing is, vanuit de zetel van zijn economische activiteit of een vaste inrichting die niet gevestigd is in een land waarmee er een rechtsinstrument bestaat inzake wederzijdse bijstand waarvan de strekking gelijk is aan die van richtlijn 2010/24/EU van 16 maart 2010 van de Raad betreffende de wederzijdse bijstand inzake de invordering van schuldvorderingen die voortvloeien uit belastingen, rechten en andere maatregelen en die van Verordening (EU) nr. 904/2010 van 7 oktober 2010 van de Raad betreffende de administratieve samenwerking en de strijd tegen de fraude op het gebied van de belasting over de toegevoegde waarde, moet hij, door de minister van Financiën of zijn gemachtigde, een in België gevestigde aansprakelijk vertegenwoordiger laten erkennen. einde van de invoeging.

lid 2Door of vanwege de Minister van Financiën kan echter worden bepaald in welke omstandigheden de in het eerste lid bedoelde belastingplichtige wordt ontslagen van de verplichting een aansprakelijke vertegenwoordiger te laten erkennen.

§ 2

lid 1De niet in België gevestigde belastingplichtige, die gevestigd is in een andere lidstaat van de Gemeenschap, kan, door of vanwege de Minister van Financiën, een aansprakelijke vertegenwoordiger laten erkennen, wanneer deze belastingplichtige hier te lande handelingen verricht die, indien zij door een niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige werden verricht, de erkenning van een in België gevestigde aansprakelijke vertegenwoordiger ingevolge § 1, zouden vereisen.

lid 2ingevoegde tekst: Het eerste lid is van toepassing op de belastingplichtigen die niet gevestigd zijn in de Gemeenschap en die uitsluitend handelingen verrichten vanuit de zetel van hun economische activiteit of een vaste inrichting die gevestigd is in een land waarmee er een rechtsinstrument bestaat inzake wederzijdse bijstand bedoeld in paragraaf 1, eerste lid. einde van de invoeging.

toegevoegd

§ 3

lid 1De Koning bepaalt de voorwaarden en modaliteiten van erkenning van de aansprakelijke vertegenwoordiger bedoeld in §§ 1 of 2.

lid 2Voor de bijzondere handelingen die Hij in een lijst vastlegt, kan de Koning eveneens, binnen de beperkingen en onder de voorwaarden en modaliteiten die Hij bepaalt, aan de niet in België gevestigde belastingplichtige die er niet is geïdentificeerd overeenkomstig artikel 50, § 1, eerste lid, 3°, en die hier te lande uitsluitend handelingen verricht opgenomen in de voormelde lijst, toestaan te worden vertegenwoordigd door een persoon die vooraf door of vanwege de Minister van Financiën werd erkend.

§ 4

lid 1De aansprakelijke vertegenwoordiger bedoeld in §§ 1 of 2 wordt in de plaats gesteld van zijn lastgever ten aanzien van alle rechten die aan laatstgenoemde zijn verleend of van alle verplichtingen die hem zijn opgelegd door of ter uitvoering van dit Wetboek.

lid 2Die vertegenwoordiger of de vooraf erkende persoon bedoeld in § 3, tweede lid is met zijn lastgever hoofdelijk gehouden tot voldoening van de belasting, interesten en geldboeten die laatstgenoemde verschuldigd is krachtens onderhavig Wetboek.

§ 5

Bij overlijden van de aansprakelijke vertegenwoordiger bedoeld in § 1, bij intrekking van zijn erkenning of bij feiten die zijn onbekwaamheid tot gevolg hebben, moet onmiddellijk in zijn vervanging worden voorzien.

§ 6

lid 1Bij ontstentenis van identificatie van de belastingplichtige bedoeld in artikel 50, § 1, eerste lid, 3°, of van vertegenwoordiging door een vooraf erkende persoon overeenkomstig § 3, tweede lid kan de invordering van de belasting, de interesten en de geldboeten geschieden ten laste van de medecontractant van de niet in België gevestigde belastingplichtige.

lid 2De medecontractant te goeder trouw, die bewijst dat hij aan zijn leverancier wiens identiteit hij aantoont, de belasting geheel of gedeeltelijk heeft betaald, is evenwel in dezelfde mate ontslagen van deze verplichting.

Opeenvolgende versies

13 versies eerste op 01.01.1990
Van krachtWijzigingBron
11.12.2023van kracht§ 6, tweede lid werd gewijzigdW 23.11.2023, B.S. 01.12.2023
01.01.2023§ 4, tweede lid en § 6, eerste lid, werden gewijzigdW 20.11.2022, B.S. 30.11.2022
03.11.2022§ 1, eerste lid, werd gewijzigdW 16.10.2022, B.S. 24.10.2022
01.07.2021§ 1, eerste lid, werd gewijzigd en tussen het eerste en het tweede lid, werd een lid ingevoegdW 02.04.2021, B.S. 13.04.2021
25.05.2019getoond§ 1, eerste lid, werd vervangen en § 2 werd aangevuld met een lidW 02.05.2019, B.S. 15.05.2019
01.01.2015§ 1, eerste lid, werd vervangenW 19.12.2014, B.S. 29.12.2014
01.01.2010§ 1, werd gewijzigdW 26.11.2009, B.S. 04.12.2009
24.03.2007§ 1, lid 1 is van toepassingW 01.03.2007, B.S. 14.03.2007
01.07.2003§ 1, werd vervangenW 22.04.2003, B.S. 13.05.2003
01.01.2002het artikel werd vervangenW 07.03.2002 en Art. 5, W 20.12.2002
01.01.1996het eerste lid, werd gewijzigdKB 22.12.1995
01.01.1993het artikel werd gewijzigdW 28.12.1992 en art. 20, KB 29.12.1992
01.01.1990het artikel werd gewijzigdW 22.12.1989